Frans Geysen (Oostham, 29 juli 1936 - 18 oktober 2026) was een Belgisch componist.
Frans Geysen studeerde orgel en muziekopvoeding aan het Lemmensinstituut, en vervolgens muziekgeschiedenis en fuga aan de conservatoria van Gent en Antwerpen. Hij was docent harmonie en muziekanalyse aan het Lemmensinstituut en aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel.
Na een seriële periode als componist, begon hij in 1967 meer repetitieve ritmische structuren te gebruiken in zijn muziek, vergelijkbaar met die van Amerikaanse minimalisten als Steve Reich en Philip Glass, hoewel hij deze ritmische ideeën zelfstandig ontwikkelde en het constructivisme van het seriële denken behield. Ook bleef hij in zijn muziek vaak twaalftoonsreeksen gebruiken, waarbij hij reeksen zonder tertsen, reine kwinten en halve tonen toepaste om elke suggestie van tonaliteit en wederzijdse aantrekkingskracht tussen toonhoogtes te vermijden. Zijn muziek is abstract en sluit emotie uit, als zowel uitdrukking als doel. Hij verkent een doelbewuste monotonie, geïnspireerd door de eentonigheid van het landschap van Vlaanderen – en met name de meest oostelijke provincie daarvan, Limburg, waar hij opgroeide. Zijn composities omvatten theaterwerken, koor- en kamermuziek, het orkestwerk *Staalkaarten voor een hoboconcert* (1991) en talrijke werken voor piano, orgel en beiaard.