Franse Ritus

De Franse Ritus (Frans: Rite Français) is een van de belangrijkste riten binnen de vrijmetselarij. Zij is ontstaan in Frankrijk in 1780-1786 in de schoot van het Grand Orient de France, en stamt direct af van de ritus zoals in gebruik bij de Premier Grand Lodge of England in de vroege achttiende eeuw. Anno 2026 is zij - in verschillende varianten - de meest toegepaste ritus in Frankrijk, maar ook daarbuiten heeft zij in vele obediënties een plaats.

De ritus onderscheidt zich door zijn nadruk op relatief sobere rituele vormgeving, zijn nadruk op zowel traditie als filosofisch gedachtengoed en de toepassing van werkvormen uit de vroege speculatieve vrijmetselarij. De Franse Ritus neemt een belangrijke plaats in binnen de continentale vrijmetselarij en wordt vaak geassocieerd met liberale of adogmatische stromingen, waarin vrijheid van denken en geweten centraal staan.

Geschiedenis

Ontstaan

Alexandre Roëttiers de Montaleau

Het ontstaan van de Franse Ritus is terug te voeren tot de introductie van de vrijmetselarij in Frankrijk, rond 1723-1725, toen de eerste loge in Frankrijk werd opgericht door Engelse vrijmetselaars in Parijs. Deze loge groeide snel en verschillende andere Engelse loges kwamen hieruit voort. De eerste Franse maçonnieke activiteiten werden beschreven in 1737, waarbij rituelen werden toegepast zoals op dat moment in gebruik bij de Premier Grand Lodge of England. Rond 1738 was voor het eerst sprake van een Franse obediëntie, de Grande Loge de France.

In 1773 werd het Grand Orient de France (G.O.d.F.) gevormd, en hield de Grande Loge de France geleidelijk op te bestaan. Het G.O.d.F. wilde na haar oprichting de verschillende op dat moment bestaande rituelen standaardiseren. In 1783 nam de Chambre des Grades dit project over, een instituut dat in januari 1782 was opgericht onder impuls van met name Alexandre Roëttiers de Montaleau (1748-1807), goudsmid en latere grootmeester van het G.O.d.F. van 1795 tot 1804. Na een methodisch onderzoek en een aantal debatten stelde de Chambre des Grades het model vast voor de basisgraden van leerling, gezel en meester. Dit werd definitief gevalideerd tijdens een plenaire vergadering van het G.O.d.F. in 1785.

De Chambre des Grades creëerde in februari 1784 ook het Grand Chapitre Général de France, dat de vier hogere graden van de ritus - de zogeheten Ordres de Sagesse - volgens dezelfde principes vaststelde. Het Grand Chapitre Général de France werd op 7 februari 1786 geïntegreerd in het Grand Orient de France, waarmee er een complete ritus met zeven graden ontstond die zowel de basis- als de hogere graden omvatte. De basisgraden werden verleend in de symbolieke - of blauwe - loges, de hogere graden in kapittels.

De negentiende eeuw

Voorpagina Régulateur des Chevaliers Maçons (1801)

Het rituaal - de geschreven vorm van de ritus - werd initieel verspreid via handgeschreven kopieën, een langdurig, ingewikkeld en kostbaar proces. Een handelaar die gespecialiseerd was in vrijmetselaarsartikelen liet het daarom - zonder toestemming van het Grand Orient de France - in 1801 drukken onder de titels Le Régulateur du Maçon (voor de basisgraden) en Le Régulateur des Chevaliers Maçons (voor de hogere graden). Het G.O.d.F. veroordeelde deze actie, maar hierdoor verspreidde het gebruik van de ritus zich binnen enkele jaren.

Het was in deze periode dat de ritus de naam "Franse Ritus" kreeg, omdat er behoefte ontstond om haar te onderscheiden van andere riten, met name na de terugkomst in Europa in 1804 van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus.

De Franse Ritus onderging in de loop van de negentiende eeuw meerdere herzieningen. Na de val van het Eerste Franse Keizerrijk in 1814 ontstonden er variaties met deïstische en soms oriëntalistische invloeden. In 1858 werd door het G.O.d.F. de Rite Murat geïntroduceerd, genoemd naar prins Lucien Murat (1803-1878), politicus, neef van Napoleon I en grootmeester van 1852-1861. Deze vorm van de ritus keerde terug naar de grondbeginselen van de vrijmetselarij, zoals vastgelegd in de Constituties van Anderson, zonder de ritus echter structureel te veranderen.

De hogere graden van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus vervingen geleidelijk die van de Franse Ritus, tot het punt dat in 1862 het gebruik van de Ordres de Sagesse in hun oorspronkelijke vorm werd opgeschort. De kapittels van het Grand Orient de France werkten voortaan niet meer in de eerste drie Ordres, maar begonnen hun rituele werkzaamheden in de 18e graad van de Schotse Ritus - welke overeenkomt met de vierde Ordre - gevolgd door de 30e, 32e en 33e graad. De Rite Murat erkende deze situatie door na de eerste drie graden deze vier aangepaste hogere graden op te nemen, waarmee de transformatie van de hogere graden van de Franse Ritus werd geformaliseerd.

In 1875 vond in het Zwitserse Lausanne een Universeel Convent van de Opperraden van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus plaats. Men trachtte er de ritus te moderniseren, waarbij de rol van de Opperbouwmeester des Heelals centraal stond. Dit gaf uiteindelijk aanleiding tot een schisma tussen reguliere en liberale obediënties, wat tot op de dag van vandaag nog steeds bestaat. In datzelfde jaar besloot het Grand Orient de France - onder atheïstische invloeden - alle religieus getinte formules uit haar rituelen te verwijderen en de gewetensvrijheid van haar leden centraal te stellen. Dit alles leidde ertoe dat de United Grand Lodge of England de banden met het G.O.d.F. verbrak in 1877.

Arthur Groussier

Verwijzingen naar de Opperbouwmeester des Heelals werden getolereerd in het werk van loges die ze wilden gebruiken, maar verdwenen uit de kernrituelen. Een commissie onder leiding van Louis Amiable (1837-1897), jurist en adviseur van het Grand Orient de France, introduceerde in 1886 definitief een adogmatische vorm van de Franse Ritus, waarbij deze een positivistische en rationalistische inslag kreeg. De ritus stond vanaf dit moment ook wel bekend als de Rite Amiable.

De twintigste eeuw

De ritus onderging nieuwe herzieningen in 1907 en 1922. Hierbij werd de inhoud nog meer positivistisch en werden rituelen toegevoegd voor bijzondere gelegenheden, zoals de oprichting van een nieuwe loge. De ritus werd hierbij steeds verder ontdaan van maçonnieke symbolen vanuit het streven naar rationalisme.

In 1925 besloot het hoofdbestuur van het Grand Orient de France echter tot een volledige herziening van de rituelen, met aandacht voor de oorspronkelijke rituelen. Rapporten die naar aanleiding hiervan werden opgesteld, riepen op tot hernieuwd instellen van de maçonnieke symboliek en het inwijdingskarakter van de ritus. Onder leiding van Arthur Groussier (1863-1957), politicus en meermaals grootmeester tussen 1925 en 1945, nam - na een voorbereidingsperiode van zeven jaar - het hoofdbestuur nieuwe rituelen voor de drie basisgraden aan in 1938. Na een heruitgave in 1946 werd de definitieve versie van de Franse Ritus met verschillende herzieningen voltooid in 1955. Deze versie werd op grote schaal verspreid in de loges van het G.O.d.F. en staat bekend als de Rite Groussier.

In 1963 werden de oorspronkelijke hogere graden van de Franse Ritus opnieuw geïntroduceerd in een nieuw daarvoor opgericht kapittel in Neuilly-sur-Seine. Hierna werden meerdere kapittels opgericht en in 1995 werd het Grand Chapitre Général de Rite Français opgericht, wat de kapittels verenigde binnen het Grand Orient de France. In 1999 kreeg dit orgaan de verantwoordelijkheid om autonoom de Ordres de Sagesse binnen het G.O.d.F. te beheren, onder de naam Grand Chapitre Général du G.O.d.F. - Rite Français. De hernieuwde toepassing van de oorspronkelijke hogere graden van de Franse Ritus heeft zich daarna steeds verder verspreid, ook buiten het G.O.d.F.

Graden

Schootsvel van de zevende graad van de Franse Ritus, ofwel de vierde Ordre de Sagesse.

De Franse Ritus bestaat traditioneel uit zeven graden, onderverdeeld in de drie symbolieke of basisgraden en vier hogere graden.

De eerste drie basisgraden van de ritus worden in de regel verleend binnen loges en obediënties die exclusief met deze graden werken. De symbolieke graden vormen de kern van de vrijmetselarij en zijn gericht op morele en symbolische ontwikkeling van de vrijmetselaar.

De hogere graden van de ritus, ook wel bekend als Ordres de Sagesse (Orden - of graden - van Wijsheid), worden verleend in kapittels van obediënties die specifiek in deze graden werken. Deze graden bouwen voort op de symboliek van de eerste drie graden en behandelen verdere filosofische en ethische thema’s.

GraadNederlandse naamFranse naam
Symbolieke graden
1.LeerlingApprenti
2.GezelCompagnon
3.MeesterMaître
Orden van Wijsheid
4.Uitverkozen MeesterÉlu Secret
5.Schots MeesterGrand Élu Écossais
6.Ridder van het RozenkruisChevalier d'Orient
7.Soevereine Prins van het RozenkruisChevalier de l'Aigle, Parfait Maçon libre sous le nom de Rose-Croix

Vijfde Orde

Eind 18e eeuw kende de Chambre des Grades ook een vijfde Orde. Dit was niet zozeer een graad, maar een orgaan dat met name gericht was op het verzamelen en bestuderen van informatie over de verschillende riten die ten grondslag lagen aan de - toendertijd - nieuwe ritus. Deze Orde verdween echter na 1813. In de jaren '60 van de twintigste eeuw is zij echter opnieuw opgericht en bestaat anno 2026 nog steeds. Het doel is hetzelfde als voorheen: het onderzoeken en bestuderen van de ontwikkeling van de Franse Ritus.

Varianten

De Franse Ritus kent meerdere varianten, de belangrijkste:

Toepassing

De ritus wordt primair in Frankrijk gebruikt. De meerderheid van de loges die behoren tot het Grand Orient de France hanteert deze ritus en ook in verschillende andere Franse obediënties wordt de ritus gebruikt, zoals de Grande Loge Nationale Française, de Grande Loge Mixte Française en de Grande Loge Féminine de France.

Buiten Frankrijk wordt de Franse Ritus vooral beoefend in West-Europa en Zuid-Amerika, en in mindere mate in andere delen van de wereld, zoals Noord-Amerika.

België en Nederland

Vrijwel alle grotere Belgische obediënties die in de basisgraden werken - met uitzondering van de Belgische Federatie Le Droit Humain - kennen loges die (een vorm van) de Franse Ritus toepassen. De hogere graden van de ritus kunnen worden toegekend door het Grand Chapitre Général de Belgique, een obediëntie die is gelieerd aan het Grootoosten van België.

In Nederland worden de basisgraden van de Franse Ritus slechts binnen een enkele loge toegepast: loge Saint Napoléon in Amsterdam. De hogere graden van de ritus daarentegen worden echter al sinds de achttiende eeuw verleend; in eerste instantie door zogeheten Schotse loges die verbonden waren aan symbolieke loges, en sinds 1803 door de Orde van Vrijmetselaren onder het Hoofdkapittel der Hoge Graden in Nederland, die anno 2026 ruim dertig kapittels kent.

Zie ook

Appendix

.

Zie de categorie French Rite van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.