
Functiemenging is een vorm van stedelijke ontwikkeling waarbij residentiële, commerciële, institutionele en recreatieve functies fysiek geïntegreerd worden, onder andere door de beschikbaarheid van voetgangersvoorzieningen. Functiemenging kan plaatsvinden op de schaal van één gebouw, een bouwblok of een gehele stadswijk. De term kan ook gebruikt worden voor een specifiek vastgoedproject met verschillende functies, dat ontwikkeld wordt door een private partij, een overheidsorganisatie of een combinatie daarvan.
Historisch gezien bestonden menselijke nederzettingen uit een menging van diverse functies. Eind 19e eeuw traden echter door de industrialisatie negatieve milieu- en gezondheidseffecten op bij functiemenging. Het CIAM (met onder meer Le Corbusier en Cornelis van Eesteren) ontwikkelde het concept van de Functionele Stad, dat een scheiding van functies inhield. Tijdens de Wederopbouw werd functiescheiding een leidend beginsel in het Nederlandse ruimtelijkeordeningsbeleid. Bedrijvigheid werd bijvoorbeeld vanuit woonwijken verplaatst en ondergebracht in separate industriegebieden. In de jaren 1960 ontstond er een herwaardering voor functiemenging, onder meer door activiste Jane Jacobs. Volgens haar was functiemenging een belangrijke factor voor ´levendige stedelijkheid´.
Voordelen van functiemenging zijn: