| Sneeuwklokje | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gewoon sneeuwklokje (Galanthus nivalis) | ||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
| Geslacht | ||||||||||||||||
| Galanthus L. (1753) | ||||||||||||||||
| Galanthus reginae-olgae | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
Galanthus (sneeuwklokje) is een geslacht van twintig soorten bolgewassen uit de narcisfamilie (Amaryllidaceae), die in Europa en West-Azië voorkomen. In Nederland en België zijn naast de Galanthus nivalis (gewoon sneeuwklokje) in stinzenmilieus ook de Galanthus elwesii en Galanthus woronowii te vinden.

Het verspreidingsgebied is vooral noordoost-mediterraan.
G. nivalis groeit van nature van de oevers van de Zwarte Zee tot de Pyreneeën. Deze soort heeft de meest westelijke en noordelijke verspreiding, en ook het breedste verspreidingsgebied. De plant komt zowel in het wild voort als aangeplant in tuinen.
Veel soorten zijn afkomstig uit de Kaukasus: G. alpinus, G. angustifolius, G. krasnovii, G. lagodechianus, G. platyphyllus, G. rizehensis, G. woronowii en G. transcaucasicus. Het areaal van deze laatste soort strekt zich uit tot het zuidoosten van de Kaspische Zee in Iran, de oostelijke grens van het geslacht.
Een paar andere soorten zijn afkomstig uit Turkije: G. koenenianus in het noorden, G. trojanus in het noordwesten, G. cilicicus en G. peshmenii in het zuiden. G. fosteri groeit van Noord-Turkije tot in Libanon en misschien in Israël.
Het verspreidingsgebied van de drie volgende soorten omvat Turkije, de Balkan en de Krim: G. elwesii, G. gracilis en G. plicatus.
G. ikariae groeit slechts op de eilanden van de Egeïsche Zee.
G. reginae-olgae vindt men van het Peloponnesos tot het zuiden van Bosnië, en in Sicilië.
Sneeuwklokjes zijn bolgewassen, die een voorkeur hebben voor een kalk- en humusrijke grond in de halfschaduw.
De twee 4 tot 8 mm brede bladeren zijn blauwgroen bij Galanthus nivalis, heldergroen bij andere soorten zoals Galanthus woronowii. Galanthus cilicicus en Galanthus peshmenii, twee soorten uit Zuid-Turkije, hebben vaak meer bladeren.
De alleenstaande, melkwitte bloemen, die uit een vliezige bloeischede ontluiken, staan verheven boven de bladeren op een 15 tot 25 cm lange stengel. Ze bestaan uit zes vrije tepalen (bloembladen):
Bloemformule: * P3+3 A3+3 G(3)
De meeste soorten, zoals de gewone Galanthus nivalis, bloeien in februari – maart. Galanthus reginae-olgae en Galanthus peshmenii bloeien in de herfst. Enkele klonen van Galanthus elwesii bloeien al in december, andere bloeien tot begin april.
De zaden worden door mieren verspreid.
Serie Galanthus:

Serie Latifolii:
Drie van die soorten zijn te vinden in Zuidoost-Europa: Galanthus gracilis, Galanthus elwesii en Galanthus ikariae (Cycladen). De dertien andere soorten zijn inheems in de Kaukasus en Turkije.


Niet geclassificeerd:
De classificatie door A.P. Davis heeft als voordeel dat zij zich baseert op objectieve en ondubbelzinnige criteria. De classificatie plaatst echter sommige soorten met zeer smalle bladeren zoals Galanthus angustifolius en Galanthus peshmenii onder de Latifolii ('met brede bladeren').
Gele sneeuwklokjes: