Gau Berlin

Gau Berlin
1 oktober 1928 – 8 mei 1945
Algemene gegevens
Hoofdstad Berlijn
Oppervlakte 844 km² (1939)
Bevolking 4.000.000 (1939)
Talen Duits (ambtelijk)
Religie(s) Rooms-katholiek, Protestants
Nat. feestdag Feestdagen van nazi-Duitsland 1933-1945
Volkslied Das Lied der Deutschen
Munteenheid Reichsmark
Regering
Regeringsvorm Gouw
Staatshoofd Zie ambtsbekleders

De Gau Berlin, (Nederlands: Gouw Berlijn) was een bestuurlijke indeling van de NSDAP. Van 1926 tot 1928 maakte Berlijn deel uit van de Gau Berlin-Brandenburg, die op 1 oktober 1928 werd opgesplitst in twee afzonderlijke gouwen. Het gouw bestond van 1928 tot 1945.

Geschiedenis

Op 19 november 1922 werd de eerste Ortsgruppe der NSDAP opgericht door Gerhard Roßbach. Na de heroprichting van de NSDAP in 1925 werd de gouw Berlijn-Brandenburg opgericht. Op 1 oktober 1928 werd hieruit de gouw Berlijn als zelfstandige gouw afgesplitst. Het gouwgebied kwam in 1933 overeen met de Rijksdagkiesdistricten 2 (Berlijn), 3 en 4 (Potsdam I en Potsdam II). De gouw omvatte Groot-Berlijn, waardoor ook de aanduiding gouw Groot-Berlijn ontstond.

Sinds 1926 was Joseph Goebbels gouwleider van Berlijn. Hij stroomlijnde de partijorganisatie in het ‘rode Berlijn’ aanzienlijk en zette provocaties en straatgevechten (met behulp van Reinhold Muchow) in als middel in de politieke strijd. Tijdens interne partijconflicten bleef Goebbels Hitler altijd trouw, zoals tijdens de Stennes-putsch van april 1931. Hitler vergold deze loyaliteit met bescherming en steun.

De vaste vertegenwoordiger van Goebbels was Artur Görlitzer, die echter nauwelijks op de voorgrond trad.

Het hoofdkwartier van het gouwbestuur (Gauhaus) bevond zich sinds 1932 aan de Voßstraße 11. Goebbels was uitgever van de agressieve partijkrant Der Angriff. Op 16 november 1942 werd hij, als rijksminister van Volksvoorlichting en Propaganda, benoemd tot Rijksverdedigingscommissaris van de gouw. In oktober 1944 was hij verantwoordelijk voor de organisatie van de Volkssturm binnen zijn gouw. De dagelijkse leiding hiervan werd waargenomen door de SA-leider Günther Gräntz.

Het inwonertal bedroeg theoretisch ruim 4,3 miljoen inwoners op 884 km², maar lag in werkelijkheid lager (zie de bevolkingsontwikkeling van Berlijn tussen 1920 en 1949). Toen de stemming in Berlijn door de bombardementen verslechterde, raakte Goebbels steeds meer ontevreden over de gouwleiding en verving hij herhaaldelijk zijn plaatsvervangers.

In 1933 werd Hermann Göring Rijksstadhouder van de Vrijstaat Pruisen en van de hoofdstad Berlijn. Julius Lippert werd staatscommissaris voor Berlijn en was verantwoordelijk voor de zuivering van het stadsbestuur. Van 1937 tot 1940 was hij bovendien Eerste burgemeester (Oberbürgermeister) en droeg hij de titel stadspresident, met de bevoegdheden van een Pruisische regeringspresident. Ludwig Steeg volgde hem op, hoewel deze opvolging officieel pas in februari 1945 werd bekrachtigd.

In de rijkshoofdstad wilde Hitler na een overwinning in de Tweede Wereldoorlog een gigantische transformatie realiseren tot de nieuwe Welthauptstadt Germania. Albert Speer had hiervoor reeds plannen gepresenteerd. In 1936 vormden de Olympische Spelen een wereldwijd veelbesproken podium voor de stad Berlijn.

Ambtsbekleders

De volgende personen behoorden tot de gouwleiding:

Leiders van de Gouwinspecties

Kreisen

Zie ook

Afkorting