Slechthorendheid (SH) is een verminderd vermogen om geluid te horen en spraak te verstaan. Slechthorendheid is niet hetzelfde als doofheid. Slechthorendheid varieert in ernst van licht tot ernstig, terwijl doofheid verwijst naar zeer ernstig tot volledig gehoorverlies. Gehoorverlies kan ontstaan in verschillende delen van het oor, zoals het buitenoor, het middenoor, het binnenoor of de gehoorzenuw. Meer informatie over de bouw van het oor staat in het artikel ‘oor'. Afhankelijk van de plaats van het probleem wordt gehoorverlies ingedeeld in conductief, perceptief of gemengd gehoorverlies. Bij conductief gehoorverlies wordt geluid minder goed doorgegeven via het buiten- en/of middenoor. Bij perceptief gehoorverlies ligt het probleem in het binnenoor of in de gehoorzenuw. Gemengd gehoorverlies is een combinatie van conductief en perceptief gehoorverlies.
De ernst van het gehoorverlies wordt vaak beschreven op basis van het gemiddeld gehoorverlies in decibel. Er bestaan verschillende classificatiesystemen, zoals dat van de Wereldgezondheidsorganisatie (Engels: World Health Organization, afgekort WHO) en de BIAP-classificatie. Hieronder staat de BIAP-classificatie van gehoorverlies weergegeven. Gehoorverlies kan voorkomen in één oor of in beide oren.
| Classificatie | Gehoorverlies
in decibel (dB) | |
| Normaal of subnormaal gehoor | 0-20 dB | |
| Licht gehoorverlies | 21–40 dB | |
| Matig gehoorverlies | 1e graad
2e graad |
41–55 dB
56–70 dB |
| Ernstig gehoorverlies | 1e graad
2e graad |
71–80 dB
81–90 dB |
| Doofheid | 1e graad
2e graad 3e graad |
91–100 dB
101–110 dB 111–119 dB |
| Totaal gehoorverlies | ≥ 120 dB |
Slechthorendheid komt vaak voor en neemt duidelijk toe met de leeftijd. Wereldwijd leven meer dan 1,5 miljard mensen met een vorm van gehoorverlies. Dat is bijna 20% van de wereldbevolking.
Bij ouderen is leeftijdsgebonden gehoorverlies, ook presbyacusis genoemd, een van de meest voorkomende zintuiglijke stoornissen. Deze vorm van gehoorverlies komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Er zijn ook aanwijzingen dat leeftijdsgebonden gehoorverlies bij mannen sneller toeneemt. Dit verschil heeft te maken met blootstelling aan lawaai, maar biologische verschillen tussen mannen en vrouwen lijken ook een rol te spelen.
Er zijn verschillende oorzaken waardoor iemand slechthorend kan worden. Sommige vormen van gehoorverlies zijn aangeboren, terwijl andere pas later in het leven ontstaan. De oorzaak van gehoorverlies wordt ook vaak beschreven in relatie tot de types gehoorverlies:
Conductief gehoorverlies ontstaat door een probleem in de gehoorgang, het trommelvlies of het middenoor. Veelvoorkomende oorzaken zijn oorsmeerproppen en middenoorontstekingen. Deze oorzaken zijn vaak tijdelijk of goed te behandelen. Ook otosclerose kan een conductief gehoorverlies veroorzaken. Daarbij ontstaat het gehoorverlies meestal geleidelijk.
Perceptief gehoorverlies ontstaat door een probleem in het slakkenhuis, de gehoorzenuw of op de neurale baan naar de auditieve cortex. Mogelijke oorzaken zijn veroudering, erfelijkheid, blootstelling aan lawaai (gehoorschade) en medicijnen. Ook de ziekte van Menière en een brughoektumor kunnen gehoorverlies veroorzaken.Presbyacusis, of leeftijdsgebonden gehoorverlies, is de meest voorkomende vorm van perceptief gehoorverlies.
Gemengd gehoorverlies ontstaat wanneer er tegelijk een conductief en een perceptief gehoorverlies aanwezig is.
Mensen met slechthorendheid hebben vooral moeite met spraakverstaan, vooral in een lawaaierige omgeving. Andere klachten zijn moeite om de richting van geluid te bepalen en het vervormd horen van geluiden. Lichte gehoorverliezen blijven vaak onopgemerkt; mensen merken het pas wanneer ze moeite hebben met het functioneren in het dagelijks leven.
De behandeling hangt af van het type, de oorzaak en de ernst van het gehoorverlies. Mogelijke behandelingen zijn medische behandeling, hoorhulpmiddelen en gehoorrevalidatie.
Bij sommige oorzaken is medische behandeling mogelijk. Oorsmeerproppen en middenoorontstekingen zijn vaak tijdelijk of goed te behandelen. Bij conductief gehoorverlies kan behandeling leiden tot een gedeeltelijk of volledig herstel van het gehoor.
Hoorhulpmiddelen kunnen helpen om geluiden beter waar te nemen of spraak beter te verstaan. Voorbeelden zijn een hoortoestel, cochleair implantaat en een botverankerd hoortoestel. Er bestaan ook extra hulpmiddelen, zoals soloapparatuur, telefoonoplossingen en waarschuwingssystemen.
De behandeling kan daarnaast bestaan uit gehoorrevalidatie en voorlichting. Bij gehoorrevalidatie kunnen strategieën worden aangeleerd om de communicatie te verbeteren. Voorbeelden zijn spraakafzien, letten op de mimiek en lichaamstaal van anderen, achtergrondgeluid beperken en informatie herhalen of anders formuleren. Gehoorrevalidatie met een hoortoestel of andere hulpmiddelen kan een positieve invloed hebben op het psychisch en sociaal welzijn en de kwaliteit van leven.
Slechthorendheid kan een grote invloed hebben op het dagelijks leven en op de kwaliteit van leven. Het belangrijkste gevolg is dat communicatie moeilijker wordt, wat relaties met familie en vrienden kan belasten en problemen kan geven op school of op het werk. Veel mensen met slechthorendheid ervaren ook meer luisterinspanning en vermoeidheid, omdat luisteren meer concentratie en energie vraagt. Daardoor kunnen sociale contacten moeilijker verlopen en gaan sommige mensen sociale situaties vermijden, wat kan leiden tot eenzaamheid en sociaal isolement. Psychosociale klachten zoals angst, stress, depressieve gevoelens en een verminderde levenskwaliteit komen vaker voor bij slechthorenden dan bij normaalhorenden. Bij ouderen heeft slechthorendheid ook te maken met cognitieve problemen, een verhoogd risico op dementie en een grotere kans op vallen. Bij kinderen kan gehoorverlies een invloed hebben op de taalontwikkeling, communicatie en schoolprestaties. Op het werk kan slechthorendheid leiden tot miscommunicatie, vermoeidheid, meer afwezigheid en een hogere kans op problemen met functioneren.
De term gehoorgestoord is vanwege de negatieve bijklank ("gestoord") niet meer zo gangbaar in Nederland. In Vlaanderen is gehoorgestoord een gangbare term bij overheid en (para-)medische sector. In academische kringen gebruikt men doorgaans "personen met een auditieve beperking". De betekenis en lading van 'gehoorgestoord' is in Nederland en Vlaanderen hetzelfde, waarbij 'gestoord' een andere omschrijving is van 'afwijkend van de norm'. Voor zowel Nederlandse als Vlaamse doven is de term gehoorgestoord niet neutraal.