| Gelmelslot (Kasteel van Hoogstraten) | ||||
|---|---|---|---|---|
| Locatie | ||||
| Plaats | Hoogstraten, | |||
| Adres | Gelmelstraat 131 | |||
| Bouwkundige informatie | ||||
| Bouwstijl(en) | Gotisch | |||
| Bouwmateriaal | Steen | |||
| Status en tijdlijn | ||||
| Gebouwd in | ± 12e eeuw | |||
| Huidige functie(s) | Penitentiair scholencentrum | |||
| (Voormalig) eigenaar | Federale Overheidsdienst Justitie | |||
| Erkenning | ||||
| Monumentale status | beschermd erfgoed Vlaanderen | |||
| Monumentnummer | 46453 | |||
| Afbeeldingen | ||||
Reliëf van het kasteel (1603) | ||||
| ||||
Het Gelmelslot of kasteel van Hoogstraten is een kasteelgebouw in de Belgische stad Hoogstraten dat dienstdoet als penitentiair scholencentrum.
Volgens de legendes richtte in de 9e eeuw de Noorman Gelmel een houten kasteeltoren op met een gracht eromheen. Rond de 12e eeuw werd deze houten toren tot een stenen kasteel verbouwd. Jan IV van Cuijk verbouwde het kasteel in gotische stijl in de eerste helft van de 15e eeuw. Na vererving komt het kasteel en het land van Hoogstraten in handen van de families Van Culemborg en Van Lalaing.
Onder Antoon I van Lalaing, de eerste graaf van Hoogstraten, en zijn echtgenote Elisabeth van Culemborg werd het kasteel uitgebouwd tot een luxueus renaissanceslot. In 1525 werd begonnen met de bouw van de voorburcht. Voor de verbouwing werd onder meer een beroep gedaan op Rombout II Keldermans, die samenwerkte met Domien de Waghemakere, bekend van zijn werkzaamheden aan de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Antwerpen. Het kasteelcomplex omvatte drie versterkte omwallingen, wachttorens, ophaalbruggen, een wapenzaal, meerdere kapellen, rijk ingerichte zalen en zuilengangen. Na de dood van Antoon in 1540 gingen het kasteel en het Land van Hoogstraten over op graaf Filips van Lalaing.
Het kasteel overleefde een beleg door Maarten van Rossum in 1542, maar brandde in 1581 af en raakte na een beleg in 1603 ernstig in verval. Er waren plannen voor herstel in de 17e eeuw, maar uitgevoerd werden ze niet.
Op 13 maart 1566 vormde een bijeenkomst in Hoogstraten een belangrijke tussenfase in de onderhandelingen rond het latere Smeekschrift der Edelen. De eerste besprekingen waren in Breda begonnen, waar Willem van Oranje probeerde de hoge adel en de leiders van het Verbond dichter bij elkaar te brengen. Omdat er grote meningsverschillen bleven over de aanpak — diplomatiek overleg of krachtiger verzet — trok het gezelschap verder naar het kasteel van Hoogstraten. Daar werd opnieuw geprobeerd om de standpunten te verzoenen, maar een echte samenwerking tussen de hoge en lagere adel kwam er niet. Toch was de vergadering in het kasteel van Hoogstraten belangrijk: na deze tussenstap keerden de graaf van Hoogstraten en Brederode met zijn medestanders terug naar Breda, waar zij besloten het smeekschrift officieel aan Margaretha van Parma aan te bieden.
Maria Gabriëla van Lalaing was de laatste telg uit de Hoogstraatse tak van het huis Lalaing. Ze was gehuwd met Karel Florentijn van Salm, Wild- und Rheingraf zu Dhaun-Neufville, een infanteriegeneraal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Na haar dood kwam het kasteel in handen van de familie Salm. Haar kleinzoon, Nikolaas Leopold van Salm-Salm, liet het kasteel herstellen. In 1740 werd hij de eerste hertog van Hoogstraten en in 1743 prins van Salm-Salm.
Het kasteel werd wederom door brand getroffen in 1768; de kern van het kasteel, het binnenslot, werd niet meer herbouwd. De zuidelijke vleugel van het kasteelcomplex werd ingericht als woonvleugel van de prinselijke familie.
Het kasteel werd door het Directoire genationaliseerd in 1795 en als gendarmeriekazerne in gebruik genomen. In 1810 werd het bedelaarsgesticht van Mechelen overgebracht naar het kasteel in Hoogstraten onder leiding van directeur Jean Louis Bausart. Na 1815 kreeg de familie Salm-Salm de landerijen terug, maar het kasteel bleef onder de vorm van nationaal nut in bezit van de Nederlandse staat. In 1822 werd Wortel-Kolonie bestuurd vanuit het kasteel. Vanaf 1880 werd het kasteel ingericht als een landbouwkolonie en sinds 1931 is in het kasteel een penitentiair scholencentrum gevestigd.