Een gemet (uitspraakⓘ) is een oude oppervlaktemaat. Eén gemet mat doorgaans 300 roeden (of 3 lijnen), ongeveer 4400 à 4500 vierkante meter.
De maat is waarschijnlijk gelijk aan de oppervlakte van het zaailand dat een koppel paarden kan omploegen tussen zonsopgang en zonsondergang. Dit is een gemiddelde, omdat het land dat bewerkt moest worden ook zwaarder of lichter kon zijn voor een paard. Met deze oorspronkelijke groottebepaling is de gemet vergelijkbaar met de in Angelsaksische landen veelgebruikte acre, zij het dat daar het werk van een os per dag ten grondslag aan de maat ligt. De internationale acre heeft een oppervlakte van net geen 4047 m².
De morgen, die in andere gewesten gebruikt werd, was doorgaans dubbel zo groot als een gemet.
Kasselrij Oudburg en Land van Waas heeft een gemet van 4456,4573 m² (300 roeden van 14,854858 m²)
Kortrijks gemet is 4428 m². Uitzonderlijk gingen er 500 (vierkante) Kortrijkse roedes in één gemet. Dit omdat een Kortrijkse roede een stuk kleiner was dan de andere.
In Dendermonde en Aalst, waar men met "grote" roedes van ongeveer 33 m² werkte, werd het gemet niet gebruikt. Daar gebruikte men eerder de "dagwand", wat overeen kwam met 100 (grote) roedes of ongeveer 3300 m².
Verhoudingen met andere maten
1 Rijnlands gemet is 300 Rijnlandse roede van 12 voet per strekkende roede = 0,5 Rijnlandse morgen = 1 dagmaaiend = 3 hont = circa 4259 m².