General Problem Solver

General Problem Solver (GPS) ("algemene probleemoplosser") was een computerprogramma dat in 1959 door Herbert A. Simon, J.C. Shaw en Allen Newell werd ontwikkeld aan Carnegie Mellon University. Het was een van de eerste AI-programma's die probeerden een meer algemene probleemoplossingsmethode te implementeren, in plaats van zich te richten op domeinspecifieke heuristieken.

Werkingsprincipe

GPS werkte volgens het principe van "means-ends analysis" (middel-doelanalyse):

  1. Doel en huidige toestand: Definieer het gewenste doel en de huidige toestand van het probleem.
  2. Verschil identificeren: Bepaal het verschil tussen de huidige toestand en het doel.
  3. Operator selecteren: Kies een operator (actie) die het verschil kan verkleinen. Een operator is een regel die de toestand van het probleem kan veranderen.
  4. Operator toepassen: Pas de geselecteerde operator toe op de huidige toestand, waardoor een nieuwe toestand ontstaat.
  5. Herhaal: Herhaal stappen 2 tot 4 totdat het doel is bereikt.

Om operatoren te selecteren, gebruikte GPS een set van heuristieken, die indicatoren waren voor de waarschijnlijkheid dat een operator tot een oplossing zou leiden.

Belangrijkste kenmerken

Beperkingen

Ondanks de ambitieuze doelstellingen kende GPS een aantal beperkingen:

Belang en invloed

Hoewel GPS niet alle verwachtingen kon waarmaken, was het een belangrijke mijlpaal in de ontwikkeling van AI.