De Gens Licinia was een beroemde familie van plebejers uit het oude Rome. Een van de leden van de familie was Gaius Licinius Calvus Stolo, een groot pleitbezorger van het recht van plebejers om consul te worden. De Licinii werden een van de meest illustere gentes in de nadagen van de republiek, door de Crassi en de Luculi, beide cognomina binnen de familie.
De oorsprong van de gens is onduidelijk. Een tweetalige inscriptie, gepubliceerd door Liugi Lanzi, toont aan dat de naam Lecne, die veel voorkomt op Etruskische grafmonumenten, overeenkomt met Licinius, hetgeen bijdraagt aan de theorie dat de familie van Etruskische afkomst was.
Deze mening wordt ondersteund door het feit dat in het consulschap van Gaius Licinius Calvus Stolo, 364 v.Chr., Etruskische sporters deelnamen aan de publieke spelen in Rome. Een tegenargument is dat het beschreven is door Livius dat de spelen in dat jaar ingesteld werden om de toorn van de goden af te wenden, en dat de Etruskische deelnemers bijgevolg uitgenodigd waren. Het is dan ook niet noodzakelijk dat dit gedaan werd om de eenvoudige reden dat Licinius zijn connecties met Etrurië wilde onderhouden.
De naam wordt ook gevonden in de steden van Latium, als cognomen en als nomen. In Tusculum zijn de Porcii Licini, en in Lanuvium zijn de Licinii Murenae. De naam lijkt daarom van oorsprong wijdverspreid door zowel Etrurië als Latium.
Het eerste lid dat erin slaagde om consul te worden was de beroemde Gaius Licinius Calvus Stolo, in 364 v.Chr. Vanaf deze periode tot en met de nadagen van het keizerrijk hielden de Licinii constant sommige van de hogere ambten in de staat, culminerend in het keizerschap van Publius Licinius Valerianus (Valerianus I).
De cognomina van deze gens zijn Calvus (met de agnomina Esquilinus en Stolo), Crassus (met het agnomen Dives), Geta, Lucullus, Macer, Murena, Nerva, Sacerdos en Varus. De andere vier cognomina van deze gens zijn meer persoonlijke voornamen in plaats van familienamen. Ze zijn: Archias, Caecina, Damasippus, Imbrex, Lartius, Lenticulus, Nepos, Proculus, Regulus, Rufinus, Squillus en Tegula. Een aantal Licinii hadden geen cognomen.
De Luculli waren een plebeïsche familie van de gens Licinia. Ze verschenen pas tegen het einde van de Tweede Punische Oorlog in de historie. Onder hen waren:
|