| Geographus Bavarus | ||||
|---|---|---|---|---|
| Opleiding en beroep | ||||
| Werkveld(en) | aardrijkskunde | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Floruit | 9de eeuw (juliaans) | |||
| ||||
Het epitheton Geographus Bavarus (Latijn) is de naam voor de anonieme auteur van een Latijnse middeleeuwse tekst met een lijst van de stammen in Midden-Oost-Europa. De aanhef van de tekst is: Descriptio civitatum et regionum ad septentrionalem plagam Danubii (Latijn). Vertaald: Een beschrijving van steden en landen ten noorden van de Donau. De naam "Geographus Bavarus" werd in 1796 voor het eerst door de Poolse graaf en geleerde Jan Potocki genoemd in het Franse: "Géographe de Bavière". De term wordt tegenwoordig soms ook gebruikt om naar het document zelf te verwijzen.
Het korte, in het Latijn geschreven, document werd in 1772 in de Bayerische Staatsbibliothek in München, ontdekt door de ambassadeur van Lodewijk XV bij het Saksische hof, Comte Louis-Gabriel Du Buat-Nançay. Het werd in 1571 door het huis Wittelsbach overgenomen uit de collectie van de antiquaar Hermann Schädel (1410-85). Het document werd veel besproken in de vroeg 19e-eeuwse geschiedschrijving, met name door Nikolaj Karamzin en Joachim Lelewel. Het document bevat een lijst van de stammen in Midden-Oost-Europa ten oosten van de Elbe en ten noorden van de Donau tot de Wolga-rivieren naar de Zwarte- en Kaspische Zee. De meesten waren van Slavische oorsprong. De Polanen, Pomoranen en Masowiers komen niet op de lijst voor. Er is ook enige informatie over het aantal forten (Latijn: civitates) dat sommige van de stammen bezaten. Henryk Łowmiański heeft aangetoond dat de lijst uit twee delen bestaat, die kunnen worden geënt op verschillende perioden en kunnen worden toegeschreven aan verschillende auteurs. De herkomst van het document is betwist. Vroege commentatoren suggereerden dat het in Regensburg samengesteld had kunnen zijn. De lijst lijkt echter ontleend te zijn uit de Codex Reginbertinus II, die in de 9e eeuw in de bibliotheek van de Abdij van Reichenau werd opgenomen en naar een plaatselijke bibliothecaris werd vernoemd. Op basis van deze bevindingen schrijft Bernhard Bischoff het geschrift toe aan een monnik die tussen 830 en 850 in Reichenau actief was. Aleksandr Nazarenko vindt het waarschijnlijker dat de lijst is samengesteld in de jaren 870, toen wordt aangenomen dat Methodius in Reichenau heeft gewoond. Het document is mogelijk verbonden geweest met zijn missies in de Slavische streken.