Georges Collignon

Georges Collignon
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Persoonsgegevens
Geboren Flémalle-Haute, 26 augustus 1923
Overleden Luik, 5 februari 2012
Nationaliteit Belgisch
Opleiding en beroep
Opleiding gevolgd aan Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Luik
Beroep Kunstschilder
Oriënterende gegevens
Werklocatie Luik, ParijsBewerken op Wikidata
Erkenning en lidmaatschap
Lid van Georges Armand Hubert Émile CollignonBewerken op Wikidata
Kunstenaars­map­locatie Frick-kunstreferentiebibliotheekBewerken op Wikidata
Links
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Georges Collignon (Flémalle-Haute, 26 augustus 1923 – Luik, 5 februari 2002) was een Belgisch kunstschilder.

Collignon volgde lessen van Auguste Mambour aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Luik tussen 1939 en 1945 en werkte bij de Cristalleries du Val Saint-Lambert in Seraing.

Hij begint daarna als figuratief schilder met academische opleiding, en tijdens deze min of meer regelmatige studies, bestudeerde hij het surrealisme en het werk van René Magritte. Van deze periode blijven slechts zeer weinig werken over, die verloren zijn gegaan en waarvan sommige tentoongesteld werden in de academie voor schone kunsten van Luik in 1940, met name Champ de blé en Bosquet, temps gris. Hij oriënteerde zich vervolgens naar een niet-figuratieve schilderkunst.

Na deze beginjaren voerde hij onderzoeken uit naar de kleur en schildert hij zijn eerste abstracte doeken vanaf 1945. Hij nam deel aan de activiteiten van de groep Apport en wordt lid van de Jeune Peinture Belge vanaf 1946.

Eerste periode: Abstracte kunst: 1946-1967

Collignon nam deel aan de CoBrA-beweging en in 1950 creëert hij met Pol Bury de groep Réalité-Cobra, de eerste Belgische groep voor de verdediging van de abstracte kunst.

In zijn eerste periode is de kunstenaar met zijn nerveuze en tonische kunst, meer gestructureerd dan informeel, meer lyrisch dan geometrisch, volwaardig abstract. Hij verweeft kleurrijke doolhoven die vrolijk dansen en die doen denken aan microscopische doorsneden of aan luchtfoto's.

Hij deelde met Pierre Alechinsky en Jean Dubosq de prijs Jeune Peinture Belge, die voor de eerste keer werd toegekend in 1950.

Als bursaal van de Franse Regering vestigde hij zich in Parijs in 1951 en verblijft er tot 1968. Hij was stichtend lid van de groep Art abstrait in 1952 en ontvangt de Hélène Jacquet prijs.

In het begin worden kleine vlekjes van felle kleuren naast elkaar geplaatst en bedekken ze het hele oppervlak van het doek zonder zich te bekommeren om er een zichtbare structuur in te creëren. Maar langzamerhand, zoals in de werken van Estève en van zijn vriend Magnelli, worden ze groter en ordenen ze zich volgens krachtlijnen ten gunste van stormachtige ritmes, van kromlijnige bewegingen, van galactische wervelingen die de ruimte dynamiseren in verfijnde afscheidingen.

De vlakken, uitgevoerd met een nerveus en levendig vakmanschap, maken het picturale oppervlak intens en vibrerend. Lange diagonale krommingen kruisen en doorkruisen elkaar dwars door het doek. Collignon creëert een "topografische" schilderkunst in werken die lijken geïnspireerd door luchtopnames van tuinen, van velden die tot bloei komen en van knooppunten, van wegen die elkaar kruisen.

Vanaf 1958 wijdt hij zich aan de collages van papier en stoffen, gemaakt naar de manier van de kubistische papiers collés.

In de loop van de jaren 60 herstelt hij geleidelijk het contact met een neo-figuratieve, onwerkelijke beeldtaal die figuratieve elementen samen laat gaan met abstracte structuren.

In 1961 heeft hij tentoonstellingen in het Salon de Mai en in het Salon des Réalités Nouvelles.

Vanaf 1964 verschijnen steeds meer figuratieve elementen in zijn werk door zich te integreren in de abstracte vormen die geleidelijk vervagen.

Hij droeg actief bij om van Luik een stad te maken die openstaat voor de meest actuele kunst via de activiteiten van de A.P.I.A.W.

Tweede periode: Neo-figuratie: 1968-2002

Hij nam deel in het Belgisch paviljoen, aan de XXXVe Biënnale van Venetië.

Zijn neo-figuratieve werk, dat verwantschap toont aan de Popart, heeft een karakter van ongewone humor, door objecten en lichamen, de werkelijkheid en de abstractie te vermengen. In chromatische mozaïeken creëren bladgoud en bladzilver profane iconen.

Georges Collignon overlijdt in februari 2002 op 78-jarige leeftijd.

In 2005 heeft de Lions Club Liège Val Mosan ter nagedachtenis aan zijn voormalig lid de tweejaarlijkse Prijs Georges Collignon ingesteld.

Collecties

Bibliografie