Georges Darboy

Georges Darboy
Darboy in 1865
Darboy in 1865
Aartsbisschop van de Rooms-Katholieke Kerk
Wapen van een aartsbisschop
Geboren 16 januari 1816
Plaats Vlag van Frankrijk (1814-1830).svg Fayl-Billot, Frankrijk
Overleden 24 mei 1871
Plaats Vlag van Frankrijk (1794–1815, 1830–1974, 2020-heden).svg Parijs, Frankrijk
Wijdingen
Priester 17 december 1836
Bisschop 30 november 1859
Kerkelijke carrière
1836-1859 priester
1859-1863 bisschop van Nancy
1863-1871 aartsbisschop van Parijs
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Georges Darboy (Fayl-Billot, 16 januari 1813 – Parijs, 24 mei 1871) was een Frans aartsbisschop van Parijs. Daarvoor was hij ook enige jaren bisschop van Nancy. Hij werd in 1871 tijdens de Semaine sanglante door de communards gefusilleerd

Biografie

Vroege jaren

Georges Darboy werd geboren als het oudste kind in een gezin met vier kinderen. Zijn ouders waren de eigenaars van een groenten- en fourniturenwinkel. De parochiepastoor besloot toen Darboy nog relatief jong was dat hij priester moest worden. In 1827 ging hij naar het kleinseminarie van Langres en vier jaar later naar het grootseminarie. Darboy kreeg zijn priesterwijding in 1836 en ging filosofie en theologie aan het grootseminarie doceren.

Darboy was hij altijd gefascineerd geweest door geschiedenis en diens relatie met de theologie. Hij was er dan ook van overtuigd dat de Katholieke kerk zich aan moest passen aan de nieuwe politieke realiteit. Ook maakte hij zich zorgen over de ontkerkelijking in Frankrijk. Hij zag een mogelijke rol weggelegd voor de wetenschap om de interesse van de afgekeerden weer op te wekken voor kerk.

Priester in Parijs

In 1845 riep de aartsbisschop van Parijs, Denys Affre hem naar de hoofdstad waar hij de positie kreeg van kapelaan bij het Collège Henri-IV. Hij verwierf er een zekere bekendheid als vertaler van de werken van Dionysius Areopagita (Parijs 1845). Na de Februarirevolutie in 1848 steunde Darboy de nieuwgevormde Tweede Franse Republiek. Tijdens het Junioproer gaf hij het laatste sacrament aan stervende arbeiders. In het jaar dat volgde bekoelde Darboy's enthousiasme voor de republiek.

De nieuwe aartsbisschop van Parijs, Marie-Dominique-Auguste Sibour, gaf hem de opdracht om het onderzoek te leiden naar de financiële status van de Parijse parochies. Darboy leerde tevens de priester Gaspard Deguerry kennen.

Aartsbisschop

In 1959 benoemde keizer Napoleon III Darboy tot bisschop van Nancy en hiermee werd hij de eerste Gallicaanse bisschop die in het keizerrijk werd benoemd. De paus accepteerde de benoeming, maar toen Darboy in 1862 werd voorgedragen voor het ambt van aartsbisschop van Parijs kon dit wel op verzet vanuit het Vaticaan rekenen. Desondanks ging de benoeming door.

Vanuit zijn nieuwe positie kwam Darboy op goede voet met de keizer te staan. Deze was erg blij met de toewijding van Darboy aan het keizerrijk en benoemde hem tot senator. Darboy was de enige bisschop of aartsbisschop die deze positie bekleedde. De keizer benoemde hem in 1864 ook tot zijn grootkapelaan in het Tuilerieënpaleis. Vanuit deze positie huwde en doopte Darboy leden van de keizerlijke familie. De rijkdom waarmee deze evenementen vaak gepaard gingen maakte hem ongemakkelijk, omdat Darboy zelf een bescheiden achtergrond had.

In 1869 begon het Eerste Vaticaans Concilie en Darboy was bij de kerkvergadering in Rome aanwezig. Hier wierp hij zich op als de leider van de tegenstanders die tegen de onfeilbaarheid van de paus waren. De paus kreeg uiteindelijk zijn zin, maar een derde van de Franse bisschoppen stemde tegen. Darboy stemde niet mee en keerde terug naar Parijs. Hij legde zich wel neer bij de uitslag.

Gevangenschap en dood

Pamflet bij de dood van Georges Darboys

Na zijn terugkeer naar Parijs in juli 1870 bleef hij op post zowel bij het beleg als bij de opstand van maart 1871. Darboy sprak zich tegen de Commune uit en op 4 april bezochten dertig nationale gardisten het aartsbisschoppelijk paleis en namen ze hem gevangen op bevel van Raoul Rigault. Hij verbleef aanvankelijk in de gevangenis van de Conciergerie en werd vervolgens overgebracht naar de gevangenis van Mazas. Daar verbleef hij samen met Deguerry en de president van het Hof van Cassatie Louis Bernard Bonjean. Het was de hoop van de Commune dat met het vastzetten van deze lieden dat ze hiermee Versailles zouden ontmoedigen om nog langer gevangen genomen communards te executeren. Darboy moest ook brieven aan Adolphe Thiers sturen om hem te overtuigen om te stoppen met deze executies.

Op 22 mei gaf Rigault de opdracht voor het verplaatsen van Darboy, Deguerry en Bonjean naar de gevangenis van La Roquette. Nadat Montmartre in de handen viel van de Versaillais werd de situatie voor de gevangenen gevaarlijker. In de middag 24 mei werd Darboy samen met de anderen voor een geïmproviseerde rechtbank berecht en de rechtbank veroordeelde hen tot de dood. Op de binnenplaats van de gevangenis werd Darboy samen met Bonjean en Deguerry gefusilleerd. Na hun dood bleven hun lichamen nog zes uur lang liggen op de binnenplaats.

Nalatenschap

Monument voor Georges Darboy in de Notre-Dame

Nadat de Commune was verslagen werd het lichaam van Darboy overgeplaatst naar het aartsbisschoppelijk paleis waar het tien dagen lang lag opgebaard in de kapel. Hij werd vervolgens in de Notre-Dame begraven. In 1873 werd er in deze kerk een standbeeld van Darboy onthuld dat was vervaardigd door Jean-Marie Bonnassieux. In de jaren 1880 begon er een campagne om Darboy tot zalige te laten verklaren en deze pogingen hielden tot de jaren 1960 aan. Een straat in het 11e arrondissement is naar hem vernoemd.

Belangrijkste werken

Geraadpleegde literatuur

Voorganger:
François-Nicolas-Madeleine Morlot
Aartsbisschop van Parijs
1863-1871
Opvolger:
Joseph-Hippolyte Guibert
Zie de categorie Georges Darboy van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.