| Go de Kroon | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Gomarius Willem de Kroon | |||
| Geboren | Scheveningen, 16 juni 1930 | |||
| Overleden | Den Haag, 27 april 1997 | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep | beeldhouwer, emailleur | |||
| Links | ||||
| RKD-profiel | ||||
| ||||
Gomarius Willem (Go) de Kroon (Scheveningen, 16 juni 1930 – Den Haag, 27 april 1997) was een Nederlands beeldhouwer en emailleur.
Go de Kroon was de zoon van een voormalig zeeman die later magazijnmeester werd in een gevangenis. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het gezin geëvacueerd omdat hun woning aan de Zutfensestraat in de vuurlinie lag. Zij verhuisden naar Amsterdam-Zuid en keerden na de oorlog terug, ditmaal naar Den Haag. Daar rondde Kroon zijn HBS-opleiding af.
Aanvankelijk werkte hij als kantoorklerk, onder meer bij het Ministerie van Oorlog, waar na de oorlog weinig werkzaamheden waren. In deze periode werd hij gevraagd het Dagboek van de soldaat te illustreren. Op de atletiekbaan ontmoette hij Elisabeth “Pippy” Hoogendoorn, dochter van een smid en amateurschilder die bevriend was met diverse vooraanstaande Haagse kunstenaars en onder meer door Huub Gerritsen werd geportretteerd. Via haar kwam Kroon in contact met artistieke kringen, waaronder het kunstenaarscafé De Posthoorn aan het Voorhout waar de Posthoorngroep bijeen kwam.
Go en Pippy trouwden in 1953. Pippy stimuleerde zijn artistieke talent en zijn keuze voor een kunstopleiding. Na een korte avondopleiding in reclame aan de academie begon Kroon in 1957 aan de docentenopleiding van de Koninklijke Academie, waar hij in 1962 afstudeerde. Van 1962 tot 1987 combineerde hij een loopbaan als docent in het middelbaar onderwijs met een zeer productieve praktijk als beeldend kunstenaar. Hij werd lid van Pulchri Studio en exposeerde regelmatig.
In 1962 werd zoon Enno geboren en in 1964 dochter Ondine; beiden werden later eveneens kunstenaar. Samen met collega’s richtte Kroon de Vereniging voor Nederlandse Emailleurs op en won diverse internationale prijzen, waaronder in 1982 de Grand Prix de la Ville de Limoges op de emaillebiennale van die stad.
In zijn laatste levensjaren verwierf Kroon internationale erkenning, maar hij kampte ook met depressies, mede door de toenemende Alzheimer van zijn vrouw. In 1997 overleed hij aan de gevolgen van een beroerte. Pippy overleed enkele maanden later, op 16 juni van datzelfde jaar.
Aanvankelijk vervaardigde Go de Kroon metalen sculpturen: draadsculpturen van aan elkaar gesoldeerde stukjes zink, waaronder een acrobatenpaar en het werk Ruimtevaart. Naast zijn docentenbaan werkte hij hier gestaag aan. Al spoedig ontstonden samengestelde beelden van geklopt, gebogen en gesoldeerd zink, koper en messing, met onderwerpen als katten, vogels, paarden en prinsessen. Zijn thema’s waren vaak ontleend aan de klassieke en Bijbelse literatuur, zoals Het paard van Troje, Jonas en de vis en Pucinelle.
Het werk Het paard van Troje uit 1970, getiteld De kathedraal, is een van de eerste stukken waarin hij email gebruikte om kleur toe te voegen. Daarnaast maakte hij ingenieuze mechanische constructies met bewegende onderdelen, soms van beschilderd hout. Zijn inspiratiebronnen varieerden van literatuur, theater, musea en orkesten tot het circus, maar ook alledaagse interesses als wielrennen en de duivensport. Hij bouwde kastjes met laadjes van metaal of hout. Hoewel hij weinig op had met modernistische trends, is de invloed van de Pop Art in deze werken herkenbaar.
In latere jaren richtte De Kroon zich steeds meer op de techniek van het emailleren. Zijn gestileerde figuren kregen een melancholieke toon en verwijzen vaak naar zijn jeugd: pootjebadende mensen, vliegeraars en tuinmannen. De tuin en de tuinman keren in zijn latere werk regelmatig terug, soms met een kat of vlinder, werkend of rustend. De kat symboliseert het aardse en het jachtinstinct, het vlooientheater het speelse. Bovenaan, vaak in de vorm van een monstrans, verschijnt de vlinder als symbool van het hemelse, met de mens daartussen en regelmatig het motto van Voltaire: Il faut planter son jardin – “Men moet zijn tuin beplanten.”