| Groenwieren Fossiel voorkomen: Mesoproterozoïcum — heden | ||||
|---|---|---|---|---|
| Verschillende meercellige groenwieren | ||||
| Taxonomische indeling | ||||
| ||||
| Divisie | ||||
| Chlorophyta Pascher (1914) | ||||
| Synoniemen | ||||
| ||||
| ||||
Groenwieren (Chlorophyta), ook chlorofyten genoemd, zijn organismen die verwant zijn aan de planten. Ze hebben met planten gemeen dat ze hetzelfde type bladgroen (chlorofyl a en b) hebben, hun chloroplasten thylakoïden bevatten, ze dezelfde pigmenten hebben, zetmeel als reservevoedsel gebruiken en de celwanden uit cellulose bestaan. Ze hebben daarentegen geen vasculair systeem. Veel groenwieren leven in zoet water, maar ook in zout water zijn vele soorten te vinden, als plankton of groeiend op een substraat.
Groenwieren kunnen voorkomen als eencelligen, in kolonies (coenobia), of in gedifferentieerde, meercellige vorm. Sommige groenwieren gaan als fycobiont in korstmossen een symbiotische relatie aan met schimmels (de mycobiont).
Groenwieren worden ingedeeld bij de Viridiplantae (groene planten). Zij kunnen worden beschouwd als een stam (Fylum) de Chlorophyta met meer dan 8300 soorten, verdeeld in twee onderstammen en 12 klassen. De klassen met de meeste soorten zijn de Chlorophyceae met 4220 soorten en de Ulvophyceae met 2847 soorten.
De nadrukkelijke scheiding tussen Chlorophyta en Streptophyta in twee verschillen stammen (fyla) werd pas in 2004 ingesteld op grond van moleculair fylogenetisch onderzoek. Alle groenalgen die meer aan planten op het land verwant waren werden in een aparte stam, de Charophyta geplaatst. Hiertoe behoren de kranswieren, maar ook eencellige, als plankton voorkomende groene algen zoals de sieralgen. Een groep algen met in onderstaand cladogram de naam Prasinodermophyta werd ook afgesplitst in een eigen stam (met 11 soorten in totaal, 2 klassen, 3 orden, 1 genus niet te plaatsen).
Dit cladogram is dus niet het definitieve antwoord op de vraag hoe de groenalgen aan elkaar verwant zijn, maar een tussenstand in lopend onderzoek.