Grondboog

Grondbogen in de kelder van een middeleeuwse kerk

Een grondboog is een boog in een fundering, die geslagen wordt over slechte plaatsen in de ondergrond, of om bakstenen te besparen, of over bestaande funderingen die geen functie hebben in de nieuw te maken fundering.

De grondboog is een onderdeel van de ondergrondse fundering van een bouwwerk. Hij bestaat uit een gemetselde muur van baksteen in de vorm van een boog. Deze boog bevat meestal versnijdingen en is gesitueerd onder het maaiveld. Grondbogen rusten op poeren, gemetselde pijlers. Een dergelijke fundering heet dan een fundering van poeren en grondbogen.

De grondboog is bij het maken van de gemetselde fundering een methode om dan geconstateerde zwakke plekken in de ondergrond te kunnen opvangen. Hierdoor wordt het gebouw niet belast en voorkomt men inzakrisico of scheuren in de gevel. Om reden van besparing van bakstenen en beperking van de ontgravingen bij diep aan te leggen funderingen past men ook grondbogen toe, ze worden daarom wel spaarboog genoemd. Indien de grond als ondersteuningsconstructie bij het metselen van de boog wordt gebruikt in plaats van een formeel, spreekt men ook wel van een aardboog. De techniek wordt vanaf de dertiende eeuw toegepast in Duitsland, Nederland, bijvoorbeeld in de eerste stadsmuur van 's-Hertogenbosch, en in de vijftiende eeuw ook in Amsterdam.

Bij de bouw wordt eerst bekeken door het graven van een geul waar zich onder de grond een draagkrachtige laag bevindt. Indien deze niet voldoende draagkracht bevat kan er gekozen worden voor aanvullende funderingsmaatregelen zoals het slaan van heipalen of het aanbrengen van grondbogen als onderdeel van de fundering.

Grondbogen kunnen worden gevonden in de fundering van middeleeuwse stadsmuren, of in oude huizen. Als grondbogen zichtbaar zijn in de keldermuur, werden de bogen later dichtgezet.