Groote Meer is een natuurgebied ten oosten van Ossendrecht. Het is deels niet vrij toegankelijk particulier eigendom. Een ander deel werd in 1999 verkocht aan Natuurmonumenten. Een doelstelling van gezamenlijke natuurherstelprojecten in het gebied was het oorspronkelijke habitattype 'zwak gebufferd ven' meer kansen te geven. Dit gebeurde met Europese subsidie in het kader van de voorwaarden die de Natura2000-aanwijzing aan het beheer stelt.
Groote Meer is een voormalig stuifzandgebied dat vanaf 1830 beplant werd met een productiebos van grove den. Hier en daar is het stuifzand nog aanwezig en het reliëf toont hoogteverschillen van 12 tot 26 meter boven NAP. Het omvat twee vennen, 'Groote Meer' en Zwaluwmoer genaamd.
Groote en Kleine Meer werden reeds in 1623 in een document genoemd in verband met visrechten. Groote Meer werd ook Sustermere (zustermeren) genoemd, omdat het bij droogte twee van elkaar gescheiden vennen werden. De meren vormden ooit een bron van geschil tussen de Abdij van Tongerlo en het Mariaklooster.
In de loop der jaren vond steeds meer verdroging en voedselverrijking van deze wateren plaats. Niettemin zijn de voor dit biotoop typische, maar steeds zeldzamer wordende planten als oeverkruid, riempjes, vlottende bies en witte waterranonkel nog aanwezig. De watervogels dodaars, geoorde fuut, tafeleend, wintertaling en slobeend broeden er. In de bossen broeden havik, boomvalk, oehoe, sperwer, bosuil, nachtzwaluw, Raaf, boomklever en boomleeuwerik.
De Groote Meer grenst aan de Kalmthoutse Heide, het landgoed neemt deel aan het Belgisch-Nederlandse Grenspark De Zoom-Kalmthoutse Heide. In 2006 werd in het Grenspark met natuurherstel begonnen, waarbij een deel van het productiebos werd gekapt om stuifzand weer een kans te geven en de heidegebieden aan beide zijden van de grens weer met elkaar te verbinden. De daling van het grondwaterpeil moest worden tegen gegaan om eutrofiëring een halt toe te roepen. In 2017 werd een pijpleiding van 5,5 kilometer lang aangelegd vanuit het waterrijke Stappersven in België. Het Groote Meer bereikte daardoor in 2024 voor het eerst sinds vijftig jaar terug een wateroppervlakte van 55 hectare en op sommige plaatsen werd het twee meter diep.
Om kwaliteit van het van landbouwgronden toestromende fosfaatrijke water te verbeteren werd in 2020 als kunstgreep een filterbed van ijzerzand, restproduct van drinkwaterproductie, bij het ven aangelegd. Hiertoe werd 1100 kuub ijzerzand in het gebied gebracht en 800 meter drainagebuis ingegraven. De bedoeling is dat fosfaten daar tienallen jaren mee worden weggefilterd. De vennen Groote Meer, Kleine Meer en Granaatven werden vervolgens met elkaar verbonden, rond de vennen is het bos gekapt en de bodem afgegraven om de omgeving vochtiger en schraler te maken. Dit komt de natuurontwikkeling ten goede. Omdat het zandfilter goed werkt besloot men in 2026 een tweede ijzerfilterbed in te richten, nu aan de Belgische zijde van de grens, om water dat afkomstig is van de Steertse Heide te behandelen.
Natuurgebied 'Kortenhoeff' (104 ha) maakt ook deel uit van het gebied. Hierin ligt het 'Wasven', dat door eutrofiëring sterk achteruit was gegaan. In 1980 kwam Kortenhoeff in bezit van Staatsbosbeheer. Al in 1989 werd daar de bodem rond het ven afgeplagd. Sindsdien is de flora deels hersteld. Zonnedauw, moerashertshooi, moeraswolfsklauw, waterpostelein en soms oeverkruid worden er gevonden.
Er zijn wandel- en fietspaden met uitgezette wandelroutes.