| Hamerhoen IUCN-status: Kritiek (2021) | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Soort | ||||||||||||
| Macrocephalon maleo Müller, 1846 | ||||||||||||
| ||||||||||||
Het hamerhoen of maleo (Macrocephalon maleo) is een vogel uit de familie Megapodiidae (grootpoothoenders). Het is een ernstig bedreigde, endemische vogelsoort op Sulawesi en Buton (Indonesië). De Nederlandse naam heeft betrekking op de hamervormige kop.
De vogel is 55 tot 60 cm lang. Het is een onmiskenbare hoenderachtige vogel met een middelgrote staart. De vogel is wit van onder, zwart van boven en op de borst. Opvallend is de benige, donkere verhoging op de kop en de stevige, hoornkleurige snavel waardoor de kop lijkt op de kop van een hamer.
Het hamerhoen komt voor op het hoofdeiland Celebes en op het eiland Buton. De vogels leven in laagland- en heuvelregenwoud tot circa 1.065 m boven zeeniveau en bewegen zich door menselijk gewijzigde gebieden wanneer ze naar de kustbroedplaatsen trekken. De soort heeft in tegenstelling tot de meeste hoenderachtigen een opvallende voortplantingswijze. De hennen gebruiken gemeenschappelijke broedplaatsen op zandige plekken zoals stranden, oevers van rivieren of plaatsen die door de zon of aardwarmte warm blijven, waardoor de embryo's in de eieren op temperatuur worden gehouden. Ieder vrouwtje legt acht tot twaalf eieren die ze diep in het zand begraaft. Na twee tot drie maanden komen de eieren uit. De kuikens worden niet door de ouders verzorgd; zij kruipen binnen twee dagen na het uitkomen uit het zand en kunnen daarna onmiddellijk vliegen.
Het hamerhoen heeft een beperkt verspreidingsgebied en is sterk in aantal afgenomen. Van de 149 broedplaatsen die in de drie voorafgaande generaties (sinds 1983) als actief bekend stonden, worden er volgens BirdLife International momenteel nog ongeveer 47 als actief beschouwd; van minstens 33 andere is het tijdstip van verlating onbekend. De wereldpopulatie wordt geschat op 4.000 tot 7.000 broedparen, ofwel circa 8.000 tot 14.000 volwassen individuen. Het maximaal aantal dieren dat de broedplaatsen bezoekt is over de afgelopen drie generaties (circa 32 jaar) met meer dan 80% afgenomen.
De voornaamste bedreiging is de onhoudbare exploitatie van de eieren in combinatie met menselijke verstoring van de broedplaatsen; deze druk heeft op grote schaal tot het verlaten van koloniale broedplaatsen geleid. Daarnaast veroorzaakt ontbossing verlies van geschikt habitat en raken kustbroedplaatsen geïsoleerd van het bos waarin de soort buiten het broedseizoen leeft.
Op enkele intensief beheerde locaties is de afname tot stilstand gebracht of zelfs omgekeerd. In Tompotika (Midden-Sulawesi) heeft sinds 2006 een gemeenschapsproject van de Alliance for Tompotika Conservation de stroperij op de broedplaats Libuun nagenoeg gestopt; het aantal volwassen vogels dat de plek bezoekt is sindsdien verdrievoudigd. In het Bogani-landschap rondom Bogani Nani Wartabone Nationaal Park hebben beschermingsmaatregelen de aantallen op enkele broedplaatsen gestabiliseerd.
Het hamerhoen staat sinds 1972 onder de Indonesische natuurbeschermingswet en is opgenomen op CITES-bijlage I. Op de Rode Lijst van de IUCN staat de soort als ernstig bedreigd (assessment 2021, criteria A2cd+4cd).