Een handelsnaam (ook bedrijfsnaam) is een naam die een onderneming hanteert in het economisch verkeer, ofwel de naam waaronder de onderneming handel drijft. De handelsnaam is vaak gelijkluidend aan de merknaam, maar een onderneming kan meerdere merken voeren.
In België is de handelsnaam de naam waaronder een onderneming aan het handelsverkeer deelneemt. Het recht op een handelsnaam ontstaat door het eerste openbare gebruik van de naam; een formele neerlegging of voorafgaande registratie is niet vereist. Vermelding van de handelsnaam in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) kan wel van belang zijn als bewijs van het gebruik van de naam.
Een handelsnaam moet worden onderscheiden van de vennootschapsnaam of maatschappelijke naam. Die laatste is de officiële naam van een rechtspersoon, zoals deze in de statuten is opgenomen en in het Belgisch Staatsblad wordt gepubliceerd. Dezelfde benaming kan zowel als handelsnaam als als vennootschapsnaam worden gebruikt.
In Nederland wordt de bescherming van handelsnamen geregeld door de Handelsnaamwet. Volgens artikel 1 van die wet is een handelsnaam "de naam waaronder een onderneming wordt gedreven".
Een handelsnaamrecht ontstaat door het daadwerkelijk gebruiken van de naam als handelsnaam van een onderneming. Alleen inschrijving van een handelsnaam in het Handelsregister is daarvoor niet voldoende. Een onderneming kan daarbij meer dan één handelsnaam gebruiken en in het Handelsregister laten opnemen.
Artikel 5 van de Handelsnaamwet verbiedt het voeren van een handelsnaam die al eerder rechtmatig door een ander werd gevoerd, of daarvan slechts in geringe mate afwijkt, wanneer daardoor bij het publiek verwarring tussen de ondernemingen te duchten is. Volgens de wet spelen daarbij onder meer de aard van de ondernemingen en de plaats waar zij gevestigd zijn een rol.
Ook de Kamer van Koophandel wijst erop dat bij de beoordeling van mogelijke verwarring onder meer de gelijkenis tussen de namen, de activiteiten van de ondernemingen en het gebied waarin zij actief zijn van belang kunnen zijn.
Bij de beoordeling van het verwarringsgevaar moeten alle omstandigheden van het geval worden meegewogen. Het gaat daarbij niet alleen om de gelijkenis tussen de handelsnamen, maar onder meer ook om de aard van de ondernemingen, het relevante publiek en de wijze waarop de namen worden gebruikt. Ook de visuele vormgeving van handelsnamen, bijvoorbeeld in logo's, kan als omstandigheid worden meegewogen, ook al maakt die vormgeving juridisch geen onderdeel uit van de handelsnaam zelf.
De beoordeling vindt plaats vanuit het perspectief van het normaal oplettende publiek. Daarbij kunnen ook de visuele, auditieve en begripsmatige overeenstemming tussen de volledige handelsnamen en de eventuele specialistische kennis van het relevante publiek een rol spelen.
Verwarring hoeft niet te betekenen dat het publiek de ene onderneming daadwerkelijk voor de andere houdt. Ook van verwarringsgevaar kan sprake zijn wanneer het publiek de ondernemingen wel als afzonderlijke ondernemingen herkent, maar ten onrechte veronderstelt dat tussen hen een economische of juridische band bestaat. De Rechtbank Rotterdam vatte dit toetsingskader in 2025 opnieuw samen in een geschil over de handelsnamen De Jongens en De Jongens HvH.
Ook een handelsnaam die geheel of gedeeltelijk beschrijvend is voor de aard van de onderneming of voor de aangeboden producten of diensten kan onder artikel 5 van de Handelsnaamwet bescherming genieten.
De Hoge Raad heeft in 2021 in de zaak DOC Dairy Partners/Dairy Partners geoordeeld dat voor bescherming van een beschrijvende handelsnaam geen aanvullende voorwaarden gelden naast het in artikel 5 Handelsnaamwet genoemde verwarringsgevaar. Het enkele feit dat een handelsnaam beschrijvend is of weinig onderscheidend vermogen heeft, betekent dus niet dat deze van handelsnaamrechtelijke bescherming is uitgesloten.
Bij de beoordeling van het verwarringsgevaar moet wel rekening worden gehouden met het algemene belang dat beschrijvende aanduidingen door anderen vrij kunnen worden gebruikt. Het beschrijvende karakter en de mate van onderscheidend vermogen van de oudere handelsnaam kunnen daarom meewegen bij de vraag of daadwerkelijk verwarring te duchten is.
Een handelsnaam en een merk zijn verschillende rechten. Een handelsnaam dient ter aanduiding van een onderneming, terwijl een merk dient ter onderscheiding van waren of diensten. Een onderneming kan dezelfde naam zowel als handelsnaam gebruiken als als merk laten registreren.
Artikel 5a van de Handelsnaamwet beperkt bovendien het gebruik van een handelsnaam die een merk van een ander bevat of daarvan slechts in geringe mate afwijkt, wanneer daardoor bij het publiek verwarring over de herkomst van waren kan ontstaan.
Een handelsnaam mag niet ten onrechte de indruk wekken dat een onderneming een bepaalde rechtsvorm heeft. Artikel 4 van de Handelsnaamwet bevat regels over aanduidingen zoals naamloze vennootschap, besloten vennootschap, vereniging en stichting.
Een handelsnaam kan worden overgedragen, maar volgens artikel 2 van de Handelsnaamwet alleen samen met de onderneming die onder die naam wordt gedreven.
In het commerciële proces kiest een bedrijf vaak ofwel voor het op- en uitbouwen van één merk (IBM, Shell, Vodafone), ofwel voor het benaderen van de markt onder meerdere merk- of handelsnamen. Een typisch voorbeeld van het laatste was DSB Groep, die de financiële markt onder tientallen namen benaderde, waaronder lenen.nl, Becam en DSB Bank.
De handelsnaam van een product. Bijvoorbeeld bij chemische stoffen wordt onderscheid gemaakt tussen de wetenschappelijke naam en de handelsnaam.