Hans Philipsen

Hans Philipsen
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Persoonlijke gegevens
Volledige naam prof.dr. Hans Philipsen
Geboortedatum 27 juni 1935
Geboorteplaats Den Haag
Nationaliteit Vlag van Nederland Nederland
Beroep socioloog, hoogleraar, bestuurder
Academische achtergrond
Alma mater Universiteit van Amsterdam
Erkenning en lidmaatschap
Politieke partij PvdA
Functies
1968-1973 hoogleraar Universiteit Leiden
1973-1998 hoogleraar RL/UM
1976-1980? vicevoorzitter college van bestuur RL
1993-1995 rector magnificus van de RL
1995-1998 vicevoorzitter CvB RL/UM

Hans Philipsen (Den Haag, 27 juni 1935) is een Nederlands socioloog, emeritus hoogleraar en universitair bestuurder. Hij was onder andere decaan van de faculteit sociale wetenschappen van de Rijksuniversiteit Leiden, decaan van de faculteit gezondheidswetenschappen, vicevoorzitter van het college van bestuur en rector magnificus van de Rijksuniversiteit Limburg (vanaf 1996: Universiteit Maastricht). Hij wordt gezien als een van de founding fathers van deze universiteit.

Levensloop

Hans Philipsen is de oudste zoon van de timmerman-uitvoerder Bernardus Philipsen en de kantoorbediende Theodora Margaretha Reichart. Hij groeide op in het Haagse Laakkwartier en bezocht in dezelfde stad het Nederlandsch Lyceum.

Philipsen studeerde vanaf 1953 sociologie en antropologie aan de Universiteit van Amsterdam, destijds bekend als "Gemeente Universiteit", waar hij in 1959 zijn doctoraalexamen haalde. In 1968 promoveerde hij aan dezelfde universiteit bij prof.dr. A.N.J. den Hollander (zie Bibliografie, 1968). Nog in hetzelfde jaar werd hij benoemd tot hoogleraar methodologie en technieken van sociaal wetenschappelijk onderzoek aan de Rijksuniversiteit Leiden. Begin jaren 1970 was hij decaan was van de faculteit sociale wetenschappen in Leiden.

In 1973 werd Philipsen gevraagd om mee te helpen aan het vormgeven van de medische faculteit van de in oprichting zijnde Rijksuniversiteit Limburg (RL) in Maastricht. Als hoogleraar medische sociologie begeleidde hij de eerste lichting geneeskundestudenten aan de RL, die nog voor de officiële oprichting in januari 1976 aan hun opleiding waren begonnen. De aanstelling in Maastricht betekende een grote uitdaging voor Philipsen, omdat er vernieuwingen zowel in het onderwijs (het probleemgestuurd onderwijs) als het onderzoek plaatsvonden. Binnen de capaciteitsgroep medische sociologie richtte hij zich vooral op het terrein van de (thuis)zorg voor chronische patiënten en op dat van de plaats van de verpleging ("care") in de gezondheidszorg. Als hoogleraar begeleidde hij zestig promovendi bij hun promotieonderzoek.

Naast zijn wetenschappelijke werkzaamheden vervulde Philipsen een reeks bestuursfuncties, ook omdat in de begintijd veel van zijn Maastrichtse collega's geen ervaring hadden met het runnen van een faculteit. Van 1976 tot 1980 was hij de eerste voorzitter van de universiteitsraad van de RL en het eerste verkozen lid van het college van bestuur (CvB). De voorzitter van het CvB was vanaf 1978 Rob van den Biggelaar, met wie Philipsen naar eigen zeggen uitstekend kon samenwerken. In 1980 werd hij voor drie jaar aangesteld als (bouw)decaan van de faculteit gezondheidswetenschappen. Vanaf 1983 was hij belast met de inrichting van de nieuwe studierichting verplegingswetenschappen. In 1986 droeg hij Anneke van den Bergh-Braam voor als eerste hoogleraar verplegingswetenschappen in Nederland. Tussendoor was hij interim-decaan van de faculteit psychologie. Van 1993 tot 1995 was hij rector magnificus van de universiteit. Hij vulde daarmee het "gat" in het rectoraat van Job Cohen (1991-1993 en 1995-1997), toen deze staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen werd. Philipsen zette zich onder andere in voor de internationalisering van de universiteit en, daarmee samenhangend, de naamswijziging van Rijksuniversiteit Limburg naar Universiteit Maastricht (UM), die in 1996 zijn beslag kreeg. Na zijn rectoraat was de toen zestigjarige Philipsen (opnieuw) vicevoorzitter van het college van bestuur en vicerector internationalisering. Ook na zijn pensionering in 1998 bleef hij nauw bij de universiteit betrokken.

Privéleven

Hans Philipsen was tweemaal getrouwd en werd tweemaal weduwnaar. Uit het eerste huwelijk heeft hij twee(?) dochters. Zijn tweede echtgenote, Neeltje Mosterd, was eveneens wetenschappelijk medewerker van de UM. Hij is liefhebber van literatuur, klassieke muziek, beeldende kunst, dans, sport (vooral voetbal en wielrennen, maar ook schaken), politiek, geschiedenis, levensbeschouwing en toneel. Tussen 1998 en 2002 schreef hij eens in de veertien dagen een toneelrecensie in het onafhankelijke universiteitsblad Observant. Vanaf 2002 werd dat een wekelijkse column in het hetzelfde blad over een veelheid aan onderwerpen, waarachter hij pas in 2019 een punt zette.

Eerbewijzen

Bibliografie (selectie)

Voorganger:
M.J. Cohen
Rector magnificus van de Universiteit Maastricht
2003–2005
Opvolger:
M.J. Cohen