Hans Poley

Hans Poley
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Algemene informatie
Volledige naam Johannes Philippus Poley
Geboren 28 juni 1924
Bandung, Nederlands-Indië
Overleden 5 december 2003
Nationaliteit Vlag van Nederland Nederland
Religie christen
Beroep fotograaf, natuurkundigeBewerken op Wikidata
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Johannes Philippus (Hans) Poley (Bandung (Nederlands-Indië), 28 juni 1924 - 5 december 2003) was een Nederlandse verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog. Hij geniet vooral bekendheid als onderduiker van het gezin van de klokkenmaker Casper ten Boom in Haarlem.

Levensloop

Poley groeide op in Nederlands-Indië. In 1937 keerde hij met zijn ouders terug naar Nederland. Het gezin ging in Haarlem wonen, waar Poley het Christelijk Lyceum bezocht. In 1942 rondde hij daar de hbs-b af. Hij ging vervolgens studeren aan de Technische Hogeschool Delft, maar vreesde voor zijn veiligheid vanwege de studentenprotesten tegen de bezetter. Poley verbleef daarom regelmatig bij familie in Zeeland. Daar leerde hij zijn latere vrouw kennen. In april 1943 weigerde Poley de loyaliteitsverklaring te ondertekenen, waardoor hij definitief zijn studie moest staken. Zijn moeder regelde voor hem een onderduikplek bij de bejaarde klokkenmaker Casper ten Boom, die samen met zijn twee dochters, Betsie en Corrie aan de Barteljorisstraat 19 in Haarlem woonde.

Poley was de eerste onderduiker, maar dat aantal groeide daarna snel. Poley ontwikkelde een goede band met de Joodse onderduiker Meijer Mossel, bijgenaamd Eusi. Poley hield een dagboek bij en had een fotocamera, waarmee hij zijn onderduikperiode bij de familie Ten Boom vastlegde. In augustus keerde Poley voor vijf weken terug naar zijn eigen ouders, nadat Nollie van Woerden-ten Boom, een zus van Betsie en Corrie, aangehouden was samen met een Joodse onderduikster. Nollie wist van de onderduikers aan de Barteljorisstraat en de kans dat zij doorsloeg bij ondervragingen was te groot.

De BéJé functioneerde steeds meer als centrale spil in het verzetswerk. Vanaf het najaar van 1943 raakte Poley daar ook bij betrokken. Hij bracht regelmatig bonkaarten rond en verhuisde Joden naar andere onderduikadressen. Op zijn persoonsbewijs stond dat hij hulpprediker was, een beroepsgroep die op dat moment nog vrijgesteld was van tewerkstelling in Duitsland. Poley raakte ook betrokken bij andere verzetsgroepen. Zo vervoerde hij wapens en schaduwde hij in opdracht een SD-agent, waarvan het verzet overwoog of die geliquideerd moest worden. Ook was hij betrokken bij de voorbereiding van een overval op een distributiekantoor in Santpoort. Daarbij droeg Poley een wapen. Hij hield dit verzetswerk geheim voor de familie Ten Boom, die principieel koos voor geweldloos verzet.

Op 5 februari 1944 reisde Poley vroeg in de ochtend naar Soest. Aan de Vredenhofstraat moest hij iemand waarschuwen, wiens verblijfplaats bekend was geworden bij de Sicherheitsdienst. Hij gaf zijn waarschuwing af, maar net toen hij wegliep arriveerden de Haarlemse politieagenten Harm Jurrien Smit en Willem Meidert Willemsen. Zij arresteerden Poley en namen hem mee naar Haarlem voor verhoor. Poley bekende voor het verzet actief te zijn, maar zijn half verzonnen verhaal, waarbij hij de familie Ten Boom buiten schot hield, werd geloofd. Bij een huiszoeking bij zijn ouders werd een pistool niet gevonden. Dat had voor Poley zeker de doodstraf betekend. Door zijn arrestatie miste Poley de inval in de BéJé op 28 februari 1944. Daarbij werd onder andere de familie Ten Boom gearresteerd. Casper ten Boom en zijn dochter Betsie overleefden de gevangenschap niet. Vier onderduikers, waaronder Meijer Mossel, en twee toevallig aanwezige verzetslieden, hielden zich dagenlang schuil in een nauwe schuilplaats. Zij werden niet gevonden.

Poley zelf werd in Kamp Amersfoort vastgezet. Na verloop van tijd kwam hij op de kampadministratie te werken. Hij zag in augustus 1944 zijn eigen naam op een deportatielijst naar Duitsland, maar regelde een doktersbriefje waardoor hij in Amersfoort kon blijven. Kort daarna kwam hij vrij.

Na de oorlog vervolgde Poley zijn studie aan de Technische Hogeschool Delft. Hij studeerde in oktober 1948 af als natuurkundig ingenieur. Hij vond werk bij het Physisch Laboratorium van R.V.O.-T.N.O.. Daarnaast promoveerde hij in Delft. Vanaf 1957 tot aan zijn pensioen werkte hij voor Shell. In 1995 publiceerde Poley het boek Ten Boom, à Dieu. Terug naar ‘de Schuilplaats’ over zijn oorlogsherinneringen.

Persoonlijk

Poley trouwde met Mies Wessels, met wie hij drie kinderen kreeg. In 1983 ontving hij het Verzetsherdenkingskruis. De foto's die Poley tijdens zijn onderduikperiode maakte, bevinden zich in de collectie van het Nederlands Fotomuseum.