| Hans Sturm | ||||
|---|---|---|---|---|
| Volledige naam | Hans Sturm | |||
| Geboren | 7 april 1923, Bandoeng | |||
| Overleden | 12 maart 1945, Amsterdam | |||
| Geboorteland | Nederlands-Indië | |||
| Ook bekend als | Freek | |||
| Groep | Ons Volk, Oranje-Bulletin | |||
| ||||
Hans Sturm (Bandoeng, 7 april 1923 – Amsterdam, 12 maart 1945) was een Nederlandse student en verzetsdeelnemer tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij werd op 21-jarige leeftijd door de Duitse bezetter geëxecuteerd als represaillemaatregel.
Sturm werd geboren in Bandoeng, Nederlands-Indië, als zoon van Reinier Floris Sturm en Wilhelmina Henrietta Antoinetta Coenen. In 1938 verhuisde hij naar Nederland. Hij volgde middelbaar onderwijs aan het Kennemer Lyceum in Overveen.
Vanaf 1941 studeerde hij biologie aan de Universiteit Utrecht. Hij werd lid van het Utrechtsch Studenten Corps. Hij was een clubgenoot van James van Beusekom. Naast zijn studie was hij actief binnen de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie. In het voorjaar van 1943 weigerde Sturm de loyaliteitsverklaring te ondertekenen. In juni 1944 trouwde hij in Vreeswijk met Elisabeth Thérèse Hulshoff. In september 1944 werd hun dochter Irene Victoria geboren.
Vanaf eind 1943 was Sturm betrokken bij het verzet. Hij werkte mee aan de verspreiding van de illegale bladen Ons Volk en Oranje-Bulletin. Daarnaast ondersteunde hij onderduikers door het verstrekken van bonkaarten en vervalste documenten. Hij gebruikte de schuilnaam Freek.
Op 7 maart 1945 werd in zijn woning aan de Nieuwegracht een huiszoeking uitgevoerd door de Sicherheitspolizei. Hoewel het onderzoek gericht was op de hoofdbewoner, werden in Sturms kamer illegale bladen aangetroffen. Bij thuiskomst werd hij gearresteerd. Via de strafgevangenis in Utrecht werd hij overgebracht naar het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam, waar hij op een lijst van Todeskandidaten werd geplaatst.
Sturm werd op 12 maart 1945 samen met 29 andere verzetsmensen gefusilleerd bij het Eerste Weteringplantsoen. De executies waren een vergeldingsactie voor de moord op Ernst Wehner. De lichamen van de dertig gefusilleerden werden provisorisch begraven in een massagraf in de duinen bij Overveen. Na de oorlog werd Sturm herbegraven op de Eerebegraafplaats Bloemendaal.
