Er is een verschil tussen gehard en veredeld metaal. Bij gehard metaal is er sprake van oppervlaktegehard staal en bij veredeld metaal van veredeld staal.
Het doel van oppervlakteharding is door middel van carboneren of nitreren een hard en slijtvast buitenlaagje te verkrijgen, terwijl de taaie kern behouden blijft. Toepassingen zijn rollen, pennen, dikwandige ringen, tandwielen en in de hardere uitvoering: meetgereedschap, nokkenassen, drijfstangen voor bromfietsen, zuigerpennen. Een harder oppervlak maakt gereedschap zwaarder belastbaar.
Bij veredeld staal is het doel het verkrijgen van een grotere treksterkte, die met een grotere taaiheid of kerfslagwaarde, hardheid en slijtvastheid dan normaal gegloeid staal gepaard gaat. Veredeld staal wordt met oplopende treksterkte gemaakt voor: assen, tandwielen, tandheugels, krukassen en hefbomen. Harder staal wordt gebruikt voor tandwielen, assen, nokken en bouten en drijfstangen tot ongeveer een diameter van 150 mm. Naargelang het meer wordt veredeld wordt het sterker en beter geschikt voor instrumenten met een grote afmeting.