| Heideaardster | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Geastrum schmidelii Vittad. (1842) | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
De heideaardster (Geastrum schmidelii) is een schimmel behorend tot de familie Geastraceae. Hij leeft saprotroof in kalkrijk tot kalkarm duinzand en in onbemeste graslanden.
De heideaardster is een kleine tot middelgrote aardster met een glad, lichtgrijsbruin, kort gesteeld bolletje met een apophyse (uitzakking aan de onderzijde van het bolletje). Het bolletje is 6-11 mm breed en meestal licht gekleurd. De slippenkrans met 18-40 mm. De mondzone is gevoord-geplooid en opvallend scherp afgezet met een ringvoor. De plooien zijn vrij grof en zeer goed zichtbaar. De heideaardster heeft zes tot negen slippen met vastgegroeide aarde aan de onderzijde. Ongeopende vruchtlichamen groeien meestal geheel ondergronds en zijn bolvormig tot afgeplat bolvormig, zelden ook uivormig, 8-20 mm en met vastgegroeide aarde.
De sporenprint is bruin.
De sporen zijn bolvormig, geornamenteerd met vele kleine stekelige wratten en meten 4 tot 5,5 µm. De wratten zijn 0,3-0,65 µm. hoog.
In Nederland komt de heideaardster zeldzaam voor. Hij staat op de rode lijst in de categorie 'Bedreigd'.