| Helenius de Cock | ||||
|---|---|---|---|---|
Portret van Helenius de Cock (Henri de Cock, ca. 1889) | ||||
| Geboortedatum | 1 november 1824 | |||
| Geboorteplaats | Eppenhuizen | |||
| Sterfdatum | 2 januari 1894 | |||
| Sterfplaats | Kampen | |||
| Nationaliteit | ||||
| Kerkelijke loopbaan | ||||
| 1844 | predikant te Meeden-Nieuwe Pekela | |||
| 1845 | predikant te Appingedam-Bierum | |||
| 1847 | predikant te 's-Hertogenbosch | |||
| 1852 | predikant te Kampen | |||
| 1854 | hoogleraar aan Theologische School te Kampen | |||
| ||||
Helenius de Cock (Eppenhuizen, 1 november 1824 – Kampen, 2 januari 1894) was vanaf 1854 hoogleraar aan Theologische School te Kampen. Voor dat hij hoogleraar was, was hij predikant te Meeden-Nieuwe Pekela (1844), Appingedam-Bierum (1845), 's-Hertogenbosch (1847), Kampen (1852).
De Cock werd geboren als oudste van zeven kinderen in het gezin van ds. Hendrik de Cock (1801–1842) en Frouwe Helenius Venema (1803–1889). Zijn vader was een van de leidende figuren van de Afscheiding van 1834.
In 1854 stichtte de synode van Zwolle van de Christelijke Afgescheiden Gereformeerde Kerk de Theologische School te Kampen. De Cock werd samen met ds. A. Brummelkamp (1811-1888), ds. T. A. de Haan (1791-1868) en ds. S. van Velzen (1809-1896) benoemd tot de eerste docenten van de nieuwe school. De eerste jaren gaf hij dogmatiek, nadat ds. Herman Bavinck (1854-1921) dit van hem overnam gaf hij symboliek, kerkrecht, logica en psychologie.
De Cock werd in 1880 werd hij benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.
In 1892 werd Helenius de Cock, door de fusie van de dolerende kerken en de Christelijke Gereformeerde Kerk, lid van de nieuw ontstane kerkformatie, de Gereformeerde Kerken in Nederland.