Hendrik Ero

Hendrik Ero
Hendrik Ero
Geboren 10 juli 1886, Zaandijk
Overleden 4 juni 1943, Berlijn-Tegel
Geboorteland Vlag van Nederland Nederland
Groep Stijkelgroep
Familie
Partner(s) Louise Ero-Chambon
Beroep Hoteleigenaar
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Hendrik Ero (Zaandijk, 10 juli 1886 - Berlijn-Tegel, 4 juni 1943) was een Nederlands verzetsman tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Levensloop

Hendrik Ero werd geboren op 10 juli 1886 in Zaandijk. Hij was de zoon van olieslager Barthel Ero en diens echtgenote Maartje Koopman. Na in twee jaar in Londen te hebben gewoond om Engels te leren, verhuisde hij naar Parijs waar hij in hotel Continental werkte. Acht jaar later, in 1913, trouwde hij aldaar met de Franse Louise Chambon. Vanwege de oorlogsdreiging verliet het echtpaar kort na hun huwelijk het land en vertrokken naar Engeland. In Londen werkte Ero in The Savoy.

In 1919 verhuisden ze naar Zaandam en werden ze eigenaars van De Waakzaamheid. Het café-restaurant-hotel in Koog aan de Zaan was voorheen van Ero's broer die in 1918 was overleden aan de Spaanse griep. Het echtpaar kreeg drie kinderen en had tot aan de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog een onbezorgd bestaan.

Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland sloten Chambon en haar echtgenoot zich aan bij het verzet. Ze verstopten wapens, afkomstig van de Artillerie-Inrichtingen Delft en Hembrug, onder de vloer van de kolfbaan in De Waakzaamheid. Daarnaast vingen zij Engelandvaarders, piloten en onderduikers op. Ze verspreidde het verzetsblad Vrij Nederland, sloten zich aan bij de Stijkelgroep en vergaarden inlichtingen.

Arrestatie, gevangenschap en executie

Het graf van Hendrik Ero op begraafplaats Westduin in Den Haag

Ero werd op 25 april 1941 gearresteerd en naar het Oranjehotel in Scheveningen overgebracht. Twee weken later werd ook zijn echtgenote opgepakt en naar het Oranjehotel gebracht. Hij zat in cel 497, totdat hij op 25 maart 1942 naar de gevangenis aan de Lehrterstrasse 3 in Berlin-Tegel werd overgebracht. In september werd Ero met 39 andere leden van de Stijkelgroep ter dood veroordeeld. Zes van hen kregen gratie, een lid overleed in de gevangenis, de resterende 32 mannen werden op 4 juni 1943 gefusilleerd.

Met de andere gefusilleerde leden van de Stijkelgroep werd Ero in Oost-Berlijn begraven. In 1947 werden de stoffelijke resten naar Nederland overgebracht en op de begraafplaats Westduin herbegraven. De houten kruizen werden later vervangen door kalkstenen kruizen. In 1953 werd door burgemeester Schokking een monument voor de Stijkelgroep onthuld.