Henri Logeman werd op 26 februari 1862 geboren in Haarlem als zoon van Wilhelmus Martinus Logeman, leraar en directeur van Teylers Tweede Genootschap, en van Antje Mijnders. Zijn broer was Willem Hogeman, hoogleraar en filoloog in Kaapstad. Hij trouwde op 11 april 1889 met Dina van der Willigen. Na zijn studies aan het gymnasium in 1880 ging Logeman een jaar les geven in het Frans, Duits, Latijn en Grieks in een privé-school in Rock Ferry te Liverpool. In september 1881 schreef hij zich in aan de Universiteit Utrecht voor een Nederlandse taal-en letterkunde opleiding die hij combineerde met een opleiding Engels in Oxford en Londen. Op 25 oktober 1888 werd Logeman benoemd tot docent Engels aan de Hogere Normaalafdeling bij de faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Universiteit Gent. Twee jaar later werd hij bevorderd tot extraordinarius, maar in 1896 terug tot ordinarius. In 1902 bezocht hij Noorwegen, dat een grote impact had op zijn werk. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd Logemans academische bedrijvigheid stilgelegd. In 1925 was zijn echtgenote overleden en in 1929 was hij zo vaak zelf ziek dat hij zijn academische activiteiten grotendeels stopzette. Hij stierf een paar weken voor zijn 74ste verjaardag.
Werken
Een aantal van zijn werken zijn:
16-Tallet hos Holberg, Kopenhagen, 1928
Another three notes on Peer Gynt, 1914
De beste uitspraak, 1902
Biologie und Philologie, Heidelberg, 1911
Boekbesprekingen
Bøigens opringdelse, Kopenhagen, 1915
The "caprices" in Henrik Ibsen's Peer Gynt, Kopenhagen
A commentary, critical and explanatory on the Norwegian text of Henrik Ibsen's Peer Gynt: its language, literary associations and folklore, Den Haag, 1917
Deens en Noors, Amsterdam, 1920
Elckerlijk, a fifteenth century Dutch morality (presumably by Petrus Dorlandus), and Everyman, a nearly contemporary translation: a contribution to the history of the literary relations of Holland and England, Gent, 1892
Elckerlyc-Everyman: de vraag naar de prioriteit opnieuw onderzocht, Gent, 1902
The English Faust-book of 1592, Gent, 1900
L'enseignement des langues modernes question de méthode, Gent, 1902
Etymologie en classicisme, Sleidinge, 1926
The etymology of french matelot, du. and German matro(o)s, Leuven, 1932
The etymology of the name Belgium, 1928
The etymology of the name Beojuine, 1928
The etymology of "yankee", Minneapolis
Faustus-notes: a supplement to the commentaries on Marlowe's Tragicall history of D. Faustus, Gent, 1898
Filologiese toekomstmuziek: fouten bij het universitair taalonderwijs, Brugge, 1932
Goede raad: [opdr.:] Aan de Vlamingen, Amsterdam, 1911
De goudmaker: blijpspel, Gent, 1925
Holbergiana
L'inscription anglo-saxonne du reliquaire de la Vraie Croix au trésor de l'Eglise des SS. Michel-et-Gudule à Bruxelles, Brussel, 1891
L'inscription anglo-saxonne du reliquaire de la vraie croix au trésor de l'église des SS Michel et Gudule à Bruxelles, Gent, 1891
Kampsingen, Gent, 1920
Karl Elze, Grundrisse der englishen Philologie, 1887
Klanken en klanksymbolen
Low-Dutch elements in English, 1928
Miscellaneous notes: to set spell on end, Londen, 1906
Miscellen aus einer Ghenter Handschrift
The name of Christopher Marlow's murderer, 1914
Nasaalvokalen in het Nederlands, Utrecht, 1905
Nederlandse elementen in de Skandinaviese talen, Brussel, 1927
Nederlandse Holberg-vertalingen en bewerkingen, ’s-Gravenhage, 1922
Het Negechollands der Deense Antillen: bijdrage tot de geschiedenis der Nederlandse taal in Amerika, 1905
New Aldhelm glosses, 1889
Een nieuw woord, 's-Gravenhage, 1893
Noget ustyggelig stygat, 's-Gravenhage
Noorse sprookjes, 1923
Norwegian "berive", Kopenhagen, 1930
A Norwegian dialect, Leuven, 1926
On some cases of Scandinavian influence in English, Braunschweig
Openlucht museums, 1918
Oude en nieuwe straatroepen, Antwerpen
Over spelling en verbuiging, Amsterdam, 1900
Peer Gynt vóór Ibsen
Een raadsel in de Nederlandsche Holberg-bibliografie, 's-Gravenhage, 1922
De ridderromantiek der Franse en Duitse middeleeuwen, Utrecht, 1919
De Romeinse katakomben te Valkenburg, 1918
The rule of St. Benet: Latin and Anglo-Saxon interlinear version, Utrecht, 1888
“Some notes on "Romeo and Julia", Den Haag
Spikkelasi, Kopenhagen, 1924
Sprogforholdene i Norge, 1909
Den store Bøigen, Kopenhagen
De studie der moderne Skandinaviese talen, Gent, 1922
De taaltoestanden in Noorwegen, 1907
Tachentig, niemendal, borendevol, Leiden, 1904
Tenuis en media: over de stemverhouding bij konsonanten in moderne talen, met een aanhangsel over de fonetiese verklaring der Wetten van Verner en Grimm,Gent, 1908
The semasiolgy of some verbs of motion and the etymology of Dutch "langwerpig", Leuven, 1925
Tilbake til Ibsen, 1914
Tre Hollandske laanord i Norsk
Twee Ibsen-studies
Tweeklanken: uit het fonetiese onderbewustzijn, 1926
Udtalen af svensk v, Helsingfors, 1924
Uit en over Denemarken, Amsterdam, 1924
De v. en de w. in het Nederlands, 1908
Van den thien esels, 's-Gravenhage, 1892
Van een nieuw woord en van een ... toelatingsexamen, Sleyidingen, 1931
Een veelzijdig Noorman dr. Thorleif Schelderujs-Ebbe, 1924
William Shakespeare: The merchant of Venice, Leipzig, 1902