| Henri Pelseneer | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsgegevens | ||||
| Geboren | Brussel, 1847 | |||
| Overleden | Schaarbeek, 1909 | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep | meubelmaker | |||
| Werkveld | architectuur, interieurdecoratie | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Werkt samen met | Victor Horta | |||
| ||||
Henri Pelseneer (Brussel, 1847 - Schaarbeek, 1909) was een Belgische houtbewerker, meubelmaker en fabrikant van interieurdecoratie, actief in Brussel tijdens de bloeiperiode van de art nouveau. Hij behoort tot de belangrijkste uitvoerders van meubel- en interieurontwerpen van architect Victor Horta (1861-1947), voor wie hij talrijke deuren, meubelensembles en houten interieuronderdelen realiseerde. Via zijn atelier leverde hij een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de Belgische art nouveau, waarin architectuur, decoratieve kunsten en ambachtelijke houtbewerking nauw met elkaar verbonden waren.
Over het leven van Pelseneer is relatief weinig biografische informatie bewaard gebleven. Wel is bekend dat hij in Brussel een omvangrijk houtbewerkingsbedrijf leidde met ongeveer dertig werknemers. Zijn atelier stond bekend om de hoge kwaliteit van het schrijnwerk en de verfijnde uitvoering van organische art-nouveauvormen in hout. Pelseneer werkte samen met verschillende Brusselse architecten, maar zijn naam is vooral verbonden met Victor Horta, de pionier van de Belgische art nouveau.
Zijn zoon, de architect Édouard Pelseneer (1870-1947), groeide op in deze artistieke omgeving en werd later zelf een vertegenwoordiger van de geometrische art nouveau in Brussel. Volgens verschillende bronnen erfde Édouard zijn belangstelling voor interieurkunst en houtbewerking rechtstreeks van zijn vader.
Pelseneer was een van de voornaamste meubelmakers en houtbewerkers die betrokken waren bij de realisatie van de interieurs van Horta. In de architectuur van Horta speelde het interieur een even belangrijke rol als het gebouw zelf. Meubilair, deuren, trapleuningen, wandbekleding en decoratieve elementen werden als één totaalconcept ontworpen. De uitvoering daarvan vereiste uitzonderlijk vakmanschap, vooral in houtbewerking, omdat de typische zweepslaglijnen en plantaardige motieven van de art nouveau technisch moeilijk realiseerbaar waren.
Pelseneer vervaardigde volgens kunsthistorische bronnen het merendeel van de meubels en deuren voor Horta’s belangrijkste projecten. Zijn atelier werkte onder meer aan interieurelementen voor Brusselse burgerhuizen die door Horta aan het einde van de negentiende eeuw werden ontworpen, zoals het verdwenen Hôtel Aubecq. Daarbij werden kostbare houtsoorten zoals mahonie gebruikt, vaak gecombineerd met glas-in-lood, smeedijzer en ingelegd decoratief werk.
Een bekend voorbeeld van deze samenwerking betreft een stoel ontworpen door Victor Horta voor het Kasteel van Terhulpen, uitgevoerd in mahoniehout en leder door Pelseneer. Het meubel illustreert de nauwe samenwerking tussen architect en uitvoerend ambachtsman die kenmerkend was voor de Belgische art nouveau.
De rol van Pelseneer beperkte zich niet tot zuiver technisch schrijnwerk. Binnen Horta’s oeuvre vormden de meubels een integraal onderdeel van het architecturale ontwerp, waardoor uitvoerders als Pelseneer mee bepalend waren voor de uiteindelijke esthetiek van de gebouwen. Zijn werk droeg bij aan de internationale reputatie van de Brusselse art nouveau rond 1900.
Hoewel Pelseneer minder bekend bleef dan Victor Horta zelf, wordt hij beschouwd als een belangrijke vertegenwoordiger van de Brusselse kunstambachten rond de eeuwwisseling. Zijn atelier maakte deel uit van het netwerk van gespecialiseerde ambachtslieden dat noodzakelijk was voor de realisatie van de vernieuwende art-nouveauarchitectuur in België.
De invloed van Pelseneer leeft verder in het werk van zijn zoon Édouard Pelseneer. In diens persoonlijke woning in Ukkel, gebouwd in 1910, bleven diverse elementen bewaard die verwijzen naar de houtbewerkingskunst van de familie.