| Herman Knijtijzer | ||||
|---|---|---|---|---|
Kruiskerk in Klazienaveen | ||||
| Persoonsinformatie | ||||
| Nationaliteit | ||||
| Geboortedatum | 6 juni 1914 | |||
| Geboorteplaats | Amsterdam | |||
| Overlijdensdatum | 27 augustus 1994 | |||
| Overlijdensplaats | Amsterdam | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Alma mater | Academie van Bouwkunst Amsterdam | |||
| Beroep(en) | architect | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Werklocatie | Amsterdam | |||
| Werken | ||||
| Praktijk | in Amsterdam | |||
| Belangrijke projecten | Kruiskerk, Knijtijzerblokken, Museumplein 5-7, Amsterdam | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Archieflocatie | Knijtijzer, H. (Herman) / Archief | |||
| Links | ||||
| RKD-profiel | ||||
| ||||
Herman Knijtijzer (Amsterdam, 6 juni 1914 - Amsterdam, 27 augustus 1994) was een Nederlands architect. Hij stond bekend om zijn 'zachte modernisme' en zijn grote betrokkenheid bij de Amsterdamse binnenstad.
Knijtijzer groeide op in een familie die nauw verbonden was met de bouw; zijn vader was administrateur bij een architectenbureau en later makelaar. Met zijn broer Johan studeerde hij in 1934 af aan de MTS Bouwkunde in de Dongestraat in Amsterdam. In de jaren dertig volgde hij de Cursus Bouwkunde van Groep 32-leden zoals A. Boeken en P. Zanstra.
Daarna werkte hij als technisch tekenaar bij diverse bureaus, waaronder Baanders, G.H. Holt en J.P. Kloos. Hij studeerde in de avonduren aan de Academie van Bouwkunst, waar hij les kreeg van Frits Eschauzier, die hij gedurende zijn hele leven als zijn belangrijkste leermeester zou beschouwen. Van 1936 tot 1941 was hij eerste tekenaar bij de antroposofische architect Jan van der Linden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog weigerde Van der Linden zich aan te sluiten bij de Nederlandsche Kultuurkamer, waardoor het bureau stil kwam te liggen. Knijtijzer werkte in die periode kortstondig voor Auke Komter en hield zich bezig met plannen voor de wederopbouw van Den Helder.
In 1946 startte Knijtijzer zijn eigen bureau, aanvankelijk in het pand van Van der Linden aan de Herengracht. Zijn werkterrein was breed en omvatte scholen, kerken, woningen en kantoorpanden. De architect Piet Blom liep eind jaren vijftig stage bij Knijtijzer. Blom hielp mee aan de uitwerking van flats in Amsterdam-West, maar vond deze architectuur te saai en zou later een radicaal andere richting inslaan.
Knijtijzer was een vrijzinnig gelovig man (remonstrants) en sloot zich in zijn jonge jaren aan bij de kunstenaarsgroep 'De Composieten', die zich richtte op religieuze kunst. Dit uitte zich in zijn oeuvre door de bouw van diverse kerken en grafmonumenten. Als zijn meest geslaagde werk beschouwde hij het (inmiddels gesloopte) klooster voor de Zusters Capucinessen in Babberich uit 1975.
Zijn stijl wordt getypeerd als een fijnzinnige vorm van modernisme, beïnvloed door de Scandinavische architectuur (zoals van E.G. Asplund) en de principes van de Groep 32. Hij zocht naar een 'harmonie van het contrast' en wees een te harde, kille zakelijkheid af. Hij streefde naar eenvoud en wat hij noemde een 'niet op angst gebaseerde architectuur in het historisch stadsbeeld'.
Naast nieuwbouw hield Knijtijzer zich intensief bezig met restauraties in de Amsterdamse grachtengordel. Hij had een eigenzinnige visie op behoud; hij richtte zich niet op het slaafs kopiëren van het verleden, maar op het voortleven van het 'wezen' van een monument.
Hij bekleedde talloze bestuursfuncties, onder meer bij Architectura et Amicitia en als redactielid van de tijdschriften Forum en Heemschut. Vanaf 1968 was hij lid van de Commissie-Dooijes, die alle monumenten in Amsterdam inventariseerde. Voor deze enorme klus, die tot 1993 duurde, ontving hij de zilveren medaille van de stad Amsterdam.
Knijtijzer was tevens een productief schrijver en theoreticus. Hij schreef scherpe beschouwingen over de wederopbouw en het bouwen in historische omgevingen. Zo uitte hij felle kritiek op het ontwerp van het P.C. Hoofthuis, terwijl hij het omstreden Maupoleum juist verdedigde.
Gerestaureerd onder leiding van Knijtijzer: