Herman (Gedalia) Schamisso (1889–1957) was een Belgisch diamantair van Russische afkomst en bestuurder binnen de Antwerpse Joodse gemeenschap. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij in Londen, samen met diamantair Romi Goldmuntz en politicus Camille Huysmans, medeoprichter van het Correspondence Office for Diamond Industry (COFDI). Deze organisatie onderhield de contacten binnen de verspreide Antwerpse diamantsector en bereidde de terugkeer van de sector naar Antwerpen voor. Daarnaast was Schamisso voorzitter van het in Londen gevestigde Belgian Jewish Committee.
Schamisso was van Russische afkomst en vestigde zich in 1909 in België. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verbleef hij in Nederland. In 1930 verwierf hij de Belgische nationaliteit. Hij was een praktiserend orthodoxe Jood en was actief in de religieuze en sociale instellingen van de Antwerpse Joodse gemeenschap.
In de diamantsector ontwikkelde Schamisso zich tot een vooraanstaand handelaar. Historici Eric Laureys en Stephan Henn rekenen hem, naast Goldmuntz, tot de prominente Antwerpse diamantairs die tijdens de oorlog vanuit Londen optraden voor de verspreid geraakte Antwerpse diamantgemeenschap.
Na de Duitse inval in België bevond Schamisso zich in Londen. Op initiatief van Camille Huysmans richtte hij daar eind oktober 1940 samen met Romi Goldmuntz het Correspondence Office for Diamond Industry op. Het COFDI had als doel de internationale positie van Antwerpen als diamantcentrum te behouden. De organisatie hield diamantairs en diamantbewerkers in de verschillende ballingsoorden met elkaar in contact en werkte aan de voorwaarden voor hun latere terugkeer, waaronder de beschikbaarheid van ruwe diamant en de noodzakelijke handelsinfrastructuur.
Het COFDI hield zich tevens bezig met diamantpartijen die gedurende de oorlog door overheden waren tegengehouden of in beslag genomen. Het kantoor verstrekte informatie en advies om de eigendomsrechten van uit Antwerpen gevluchte diamantairs te beschermen. De Belgische regering in ballingschap nam in 1942 een aantal aanbevelingen van het COFDI over inzake de naoorlogse bevoorrading van Antwerpen en het contact met de diamantdiaspora.
Aan het einde van 1943 werd in Londen het Belgian Jewish Committee (BJC) opgericht. Schamisso werd voorzitter en Goldmuntz penningmeester. Het comité onderhield contacten met Joodse organisaties en Belgische autoriteiten over de belangen en de terugkeer van Joden die voor de oorlog legaal in België hadden gewoond. Het BJC behoorde tot de organisaties waarin uit België afkomstige Joodse ballingen zich verenigden.
Na de bevrijding werd de Antwerpse diamantsector relatief snel opnieuw opgestart. Historica Veerle Vanden Daelen noemt de voorbereidingen die Goldmuntz, Schamisso en Huysmans tijdens de oorlog in Londen hadden getroffen een belangrijke factor in deze heropleving. Zij wijst daarnaast op de continuïteit die door de niet-Joodse werknemers in de sector werd verzekerd en op de rol van Goldmuntz bij de aanvoer van ruwe diamant.
Schamisso nam na zijn terugkeer opnieuw bestuursfuncties in de diamantsector op. Hij zetelde in de algemene vergadering van de Diamantclub, was bestuurder van het Syndicaat der Belgische Diamantnijverheid en maakte deel uit van het uitvoerend comité van een naoorlogse diamanttentoonstelling.
Ook in het Joodse gemeenschapsleven bleef hij bestuurlijk actief. Ten tijde van zijn overlijden was hij voorzitter van de Antwerpse Joodse gemeenschap, voorzitter van De Centrale, de koepel van Joodse liefdadigheidsinstellingen in Antwerpen, en vicevoorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorie van België.
Schamisso overleed in 1957.
De bezoekersgids van het Antwerpse museum DIVA vermeldt verschillende objecten onder de naam “Collectie H. Schamisso, in depot bij DIVA”. Daartoe behoort onder meer een diamant in tafeldikslijpsel met inventarisnummer B188/3. Uit de geraadpleegde museumgids blijkt niet wanneer de collectie in depot werd gegeven of wie de juridische eigenaar ervan was.