| Hi8 | ||||
|---|---|---|---|---|
Een Hi8-videocassette | ||||
| Algemene informatie | ||||
| Grondlegger(s) | Sony | |||
| Periode van uitvinding | 1989 | |||
| Hoofdfunctie | Analoge video-opname | |||
| Toepassingsgebied | Consumentencamcorders en semiprofessionele video | |||
| Basisprincipe(s) | Magnetische bandopname | |||
| ||||
Hi8 is een analoog videoformaat dat in 1989 door Sony werd geïntroduceerd als verbeterde opvolger van Video8. Het gebruikt een magnetische videoband van 8 millimeter breed. Door verbeteringen aan de opname-elektronica en de magneetband kon Hi8 een hogere beeldkwaliteit bieden dan het oorspronkelijke Video8-formaat.
Hi8 werd vooral gebruikt in consumentencamcorders voor familieopnamen, vakantiefilms en andere persoonlijke video's. Het formaat werd ook toegepast bij bepaalde educatieve en semiprofessionele videoproducties. In 1999 introduceerde Sony Digital8, waarmee digitale video op dezelfde fysieke cassettefamilie kon worden opgenomen.
Video8 werd in de jaren tachtig ontwikkeld als compact analoog videoformaat voor draagbare camcorders. De cassette was kleiner dan die van onder meer VHS en Betamax, waardoor fabrikanten camera en recorder in één draagbaar apparaat konden combineren.
In 1989 introduceerde Sony Hi8 als een zogenoemd high-band-formaat. Het gebruikte dezelfde basisafmetingen als Video8, maar verbeterde de opnamekwaliteit door een grotere bandbreedte voor het helderheidssignaal en door verbeterde magneetband. In het jaarverslag over 1989 beschreef Sony Hi8 als een systeem met meer dan 400 horizontale beeldlijnen.
Een van de technische verbeteringen was het gebruik van metaalverdampte band, internationaal aangeduid als metal evaporated (ME). Hierbij wordt een dunne magnetische metaallaag op de banddrager aangebracht. De eigenschappen van deze laag maakten een betere registratie van hoge videosignaalfrequenties mogelijk.
Tijdens de jaren negentig werd Hi8 een bekend formaat voor consumentencamcorders. Het werd gebruikt voor vakanties, familiefilms, hobbyopnamen en andere persoonlijke gebeurtenissen. De compacte cassette maakte het mogelijk om relatief kleine camera's te ontwikkelen.
Er verschenen ook geavanceerdere camcorders voor gebruikers die een hogere beeldkwaliteit wensten. Sommige modellen gebruikten drie afzonderlijke CCD-beeldsensoren, één voor elke kleurcomponent. Dit kon de kleurregistratie verbeteren. Sony beschreef in zijn jaarverslag over 1993 verschillende ontwikkelingen in de camcordermarkt, waaronder modellen met verbeterde beeldsensoren en compacte behuizingen.
Hi8 werd niet uitsluitend voor particuliere opnamen gebruikt. Het formaat vond ook toepassing bij bepaalde educatieve en industriële videoproducties en bij gebruikers die een relatief betaalbaar systeem met een goede beeldkwaliteit nodig hadden.
Vanaf de jaren negentig nam het gebruik van digitale videotechniek toe. In januari 1999 kondigde Sony Digital8 aan, een formaat waarmee digitale video op cassettes uit de 8mm-familie kon worden opgenomen. De cassette bleef fysiek vergelijkbaar, maar de beeld- en geluidsinformatie werd digitaal vastgelegd.
De introductie van Digital8 betekende niet dat Hi8 onmiddellijk verdween. Analoge camcorders bleven nog enige tijd verkrijgbaar. Later nam de productie van analoge 8mm-camcorders af door de opkomst van digitale camcorders en bestandsgebaseerde opname.
Tegenwoordig is Hi8 vooral van belang als drager van oudere persoonlijke video's en audiovisueel archiefmateriaal.
Hi8 gebruikt een magnetische band van 8 millimeter breed in een compacte kunststof cassette. De afmetingen zijn vrijwel gelijk aan die van Video8. De band wordt tijdens opname en weergave langs een snel roterende koppentrommel geleid. De videokoppen registreren de informatie in schuine sporen op de band; deze techniek staat bekend als schuine-spoorregistratie.
De cassettevorm maakte kleinere camcorders mogelijk dan systemen met bredere banden. De exacte opnameduur hangt af van de cassette en de gekozen opnamestand.

De belangrijkste verbetering van Hi8 ten opzichte van Video8 was de grotere bandbreedte voor het helderheidssignaal. Sony noemde in 1989 een horizontale resolutie van meer dan 400 beeldlijnen.
De werkelijke beeldkwaliteit hangt niet alleen af van het formaat, maar ook van de camcorder, lens, beeldsensor, belichting, bandconditie en opnameomstandigheden. Een resolutie uit de analoge televisiewereld kan bovendien niet zonder meer worden vergeleken met het aantal pixels van een digitale camera.
Hi8 ondersteunt geluidsopname op de band. De exacte mogelijkheden zijn afhankelijk van de camcorder of recorder. Bij het afspelen van archiefmateriaal moet daarom worden nagegaan welke geluidsmodus is gebruikt en of het afspeelapparaat die correct kan weergeven.
Hi8 en Video8 gebruiken dezelfde fysieke cassetteafmetingen. Hi8-camcorders kunnen doorgaans Video8-opnamen afspelen. Een standaard Video8-recorder kan de hogere beeldkwaliteit van Hi8 echter niet volledig weergeven en kan Hi8-opnamen mogelijk niet correct afspelen. De compatibiliteit hangt af van het apparaat.
Digital8 gebruikt eveneens de 8mm-cassettefamilie. Veel Digital8-camcorders kunnen analoge Video8- en Hi8-banden afspelen, maar niet ieder model biedt die mogelijkheid. Sony adviseert daarom de handleiding van het specifieke apparaat te raadplegen.
Hoewel de cassettes er vrijwel hetzelfde uitzien, zijn de opnameformaten dus niet volledig onderling uitwisselbaar. Het is belangrijk onderscheid te maken tussen het fysieke medium en de manier waarop de beeld- en geluidsinformatie wordt vastgelegd.
Video8 is de voorganger van Hi8. Het systeem werd in 1985 op de markt gebracht en was gericht op compacte consumentencamcorders. Hi8 behield de cassetteafmetingen van Video8, maar bood een hogere beeldkwaliteit.
Digital8 werd in 1999 geïntroduceerd en registreert digitale video op een cassette uit dezelfde 8mm-familie. Sommige Digital8-camcorders kunnen oudere analoge banden afspelen, maar de mogelijkheden verschillen per model.
Hi8 concurreerde onder meer met S-VHS en S-VHS-C, verbeterde varianten van VHS voor respectievelijk videorecorders en compacte camcorders. Het belangrijkste voordeel van Hi8 was de combinatie van een compacte cassette en een relatief hoge analoge beeldkwaliteit.
Hi8 en Betamax waren niet onderling uitwisselbaar. De systemen gebruikten verschillende cassettes en opnameformaten.
Hi8 werd vooral gebruikt voor vakanties, familiegebeurtenissen, hobbyopnamen en andere persoonlijke video's. De combinatie van een kleine cassette en een draagbare camcorder maakte het mogelijk om opnamen te maken zonder aparte recorder.
Het formaat werd ook gebruikt voor bepaalde educatieve producties, documentaires en andere toepassingen waarbij een betaalbare camera met een betere beeldkwaliteit dan eenvoudige consumentenformaten gewenst was. Voor intensief professioneel televisiegebruik werden doorgaans andere systemen gebruikt, zoals Betacam.
Hi8-banden bevatten magnetisch opgeslagen beeld- en geluidsinformatie. Na verloop van tijd kunnen de banden achteruitgaan door veroudering, ongunstige opslagomstandigheden, vervuiling en mechanische slijtage. Ook de beschikbaarheid van geschikte camcorders en videorecorders neemt af.
De International Association of Sound and Audiovisual Archives (IASA) heeft richtlijnen gepubliceerd voor de bewaring en digitalisering van audiovisuele dragers, waaronder magnetische videobanden.
Bij digitalisering wordt een Hi8-band afgespeeld in een compatibele camcorder of recorder. Het analoge videosignaal wordt vervolgens met geschikte apparatuur omgezet in digitale beeld- en geluidsgegevens.
Voor een goede overdracht is het belangrijk dat de afspeelapparatuur technisch in orde is en dat het videosignaal stabiel wordt geregistreerd. Bij kwetsbare of beschadigde banden kan specialistische apparatuur nodig zijn.
Het is verstandig de oorspronkelijke opname eerst zo volledig mogelijk te digitaliseren. Eventuele verbeteringen, zoals kleurcorrectie of ruisreductie, kunnen daarna op een aparte kopie worden uitgevoerd. Daarmee blijft de oorspronkelijke registratie beschikbaar voor toekomstig onderzoek of een nieuwe restauratie.
Hi8-opnamen kunnen persoonlijke en historische waarde hebben, bijvoorbeeld wanneer zij unieke beelden bevatten van familiegebeurtenissen, lokale gebeurtenissen of verdwenen locaties. Digitalisering kan helpen deze beelden toegankelijk te houden wanneer de oorspronkelijke apparatuur niet langer beschikbaar is.