De titel van Hoogheid wordt gebruikt voor lagere vorsten maar ook voor de koningin van Schotland. In het strenge protocol van de 18e eeuw lieten steeds meer koningen zich "Majesteit" noemen. Dat geschiedde ook met de Engelse koningen maar de Schotse koning bleef "Hoogheid". Bij het openen van het Schotse Parlement wordt Charles III dan ook zo aangesproken.
Voor de prinsen van Oranje was het in de 18e eeuw een belangrijke stap op de maatschappelijke ladder toen de andere vorsten hen in brieven "Hoogheid" of "Altesse" in plaats van "Excellentie" gingen noemen. De Franse koninklijke familie keek op deze titels neer, daar liet men zich liever "Monsieur", "Monseigneur", "Monsieur le Duc", "Monsieur le Prince" of "Mademoiselle" noemen. Wie hen als "Altesse" of zelfs " Votre Altesse Royal" aansprak kon soms zelfs op hun woede rekenen.
Doorluchtige Hoogheid, een vertaling van het Duitse "Durchlaucht". Deze titel werd in 1375 door keizer Karel IV van het Heilige Roomse Rijk aan de keurvorsten verleend. In de 17e eeuw werd het als een gezonken cultuurgoed de titel van de vele rijksvorsten, het College van "Reichsständische Fürsten" van het Heilige Roomse Rijk van de Duitse Natie. In 1825 besloot de Rijksdag om de titel "Durchlaucht" aan alle na de Franse Revolutie van hun macht beroofde en gemediatiseerde vorsten voor zover zij Duits of Oostenrijks onderdaan waren, te gunnen. Later werd dit privilege uitgebreid tot alle leden van deze families. Een Duitse prins of "Fürst" (vorst) wordt ook "Doorluchtige Hoogheid" of "Durchlaucht" genoemd.
Keizerlijke en Apostolisch Koninklijke Hoogheid (aartshertogen van Oostenrijk en Hongarije), ook de groothertog van Toscane en de leden van zijn familie zijn aartshertogen en zij voeren deze titel
Groothertogelijke Hoogheid, prinsen van Hessen, Baden en Luxemburg
Illustere Hoogheid,[bron?] een vertaling van het Duitse "Erlaucht" dat lager wordt ingeschat dan "Durchlaucht". Ontleend aan het Latijnse "superillustris". Deze titel werd in de 17e eeuw ingevoerd als titel van de vele tientallen rijksgraven, de "Reichsständische Grafen" van het Heilige Roomse Rijk. In 1829 werd de titel "Erlaucht" aan alle gemediatiseerde grafelijke families toebedeeld.