| Hoogveenveenmos | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Soort | ||||||||||||
| Sphagnum divinum Flatberg & K.Hassel (2018) | ||||||||||||
| ||||||||||||
Het hoogveenveenmos (Sphagnum divinum) is een bladmos uit de familie van de veenmossen (Sphagnaceae). Tot 2018 werd verondersteld dat de soort Sphagnum magellanicum over een groot deel van de wereld voorkwam, en dat diverse populaties veenmossen op het Noordelijk Halfrond daar onderdeel van waren. Genetisch onderzoek maakte echter aannemelijk dat die laatste soort beperkt is tot het uiterste zuiden van Zuid-Amerika, en dat de noordelijke populaties uit aparte soorten bestonden, waarvoor andere namen nodig waren: Spagnum medium Limpr. (1881) (een bestaande naam) en Sphagnum divinum (een nieuwe naam). Sphagnum medium is de algemenere soort in Groot-Britannië en Ierland; op het Europese vasteland is dat Spagnum divinum.
Het hoogveenveenmos vormt dichte kussens en bulten van tot 20 cm lange, forse, mat licht- tot donkerrood of zelfs purperrood gekleurde planten. Soms worden ook volledig groene planten aangetroffen. De dunwandige epidermis is vierlagig en arm aan vezels. De stengelblaadjes zijn vlak, bijna rechthoekig, en liggen tegen de stengel aan. De takken staan in bundels van vier of vijf bij elkaar, waarvan telkens twee of drie takken afstaand en de anderen aanliggend. De takblaadjes bedekken de kleine takjes dakpansgewijze. Ze zijn hol en lancetvormig en lopen uit in een brede, afgeronde top. De blaadjes hebben centraal kleine, elliptische en gladde chlorofylhoudende cellen, volledig omringd door een zoom van grote hyaliene cellen. Die dragen grote, ronde poriën, in groepjes van twee of drie.
Mark Hill geeft de volgende differentiërende kenmerken (uit Hassel, K. et al.; 2018):
| Kenmerk | Spahgnum divinum | Sphagnum medium |
|---|---|---|
| takken | enigszins puntig | top afgerond |
| blaadjes aan de takken | aangedrukt < 45° t.o.v. tak | afstaand, > 45° t.o.v. tak |
| poriën aan rugzijde blad nabij bladbasis | < 50% van celbreedte | > 50% van celbreedte |
| celwand van fotosynthetische cellen (chlorocyten) | dun | dik |
| breedte van blaadjes aan de stengel | 0,9–1,1 mm | 0,75–0,9 mm |
| poriën in bovenste blad van stengel | zowel poriën als membraanopeningen | vooral membraanopeningen, zelden poriën |

Het hoogveenveenmos groeit voornamelijk in intacte, voedselarme hoogveenvegetatie, ontstaan onder invloed van regenwater (ombrotrofie). De bodem is zuur en heeft een pH van 2–4,5. Daar vormt het de typische hoogveenbulten, die zeer uitgestrekt kunnen worden. Daarnaast kan het aangetroffen worden in zure moerassen, broekbossen en broekstruwelen. Het kan enige beschaduwing verdragen, en verkleurt dan meestal naar groen. Ook kan de plant tegen een korte, tijdelijke verdroging. Hassel et. al (2018), die voor het eerst onderscheid maakten tussen Sphagnum magellanicum (Zuid-Amerika), S.divinum (noordelijke circumpolaire verspreiding) en S. medium (noordelijke circum-Atlantische verspreiding) stelden vast dat S. medium vooral middenin hoogveengebieden groeit, terwijl S. divinum meer aan de randen van die gebieden te vinden is.
Hoogveenveenmos heeft een circumpolair verspreidingsgebied en komt over heel Centraal-Europa voor.
In de syntaxonomie staat hoogveenveenmos te boek als kensoort voor het hoogveenmos-verbond (Oxycocco-Ericion).