| Huis te Maarn | ||||
|---|---|---|---|---|
| Locatie | ||||
| Locatie | Amersfoortseweg 4, Maarn | |||
| Adres | Amersfoortseweg 4, Maarn | |||
| Bijbehorend | Huis te Maarn: landhuis, Huis te Maarn: dienstgebouw, Huis te Maarn: park- en tuinaanleg, Huis te Maarn: tennisbaan, Huis te Maarn: waterput, de zogenaamde "Bentheimer put", Huis te Maarn: tuinbank, Huis te Maarn: vogeldrinkbak, Huis te Maarn: zonnewijzer, Huis te Maarn: tweetal leeuwen op sokkels | |||
| Status en tijdlijn | ||||
| Status | bestaand | |||
| Start bouw | 1915 | |||
| Gereed | 1916 | |||
| Gebruik | ||||
| Oorspr. functie | woning | |||
| Huidig gebruik | woning | |||
| Architectuur | ||||
| Stijlperiode | Neoclassicisme | |||
| Bouwkundige informatie | ||||
| Architect(en) | Jan Stuyt | |||
| Prijzen en erkenningen | ||||
| Monumentstatus | rijksmonument | |||
| Monumentnummer | 508984 508984 | |||
| ||||
Huis te Maarn is een landgoed aan Amersfoortseweg 4 bij Maarn. Het landgoed ligt ten zuiden van de A12 en ten oosten van het landgoed Zonheuvel en heeft een oppervlakte van 116,5 ha. Het ligt op een helling van de Utrechtse Heuvelrug.
Op de heidevlakte bij Maarn liet het echtpaar Willem Benjamin Blijdenstein (1867–1924) en Alida Gerharda van Heek (1872–1937) in 1906 en 1907 een park aanleggen door tuinarchitect Pieter Wattez. Op een kunstmatige heuvel werd een theehuis gebouwd met diverse zichtassen over het park.
Pas tien jaar later werd onder leiding van architect Jan Stuyt begonnen met de bouw van het huis. Het theehuis maakte daarbij plaats voor het huidige witgepleisterde landhuis. Het huis kreeg een halfronde zuilengalerij zoals het Witte Huis in Washington. Het theehuis werd tot tennishuisje bij de aangelegde tennisbaan. Stuyt ontwierp tevens het dienstgebouw, de chauffeurswoning, garage, paardenstal en in 1920 de oranjerie. In het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog zaten meerdere Britse militairen, waaronder John Hackett en Alexander Lipmann Kessel, ondergedoken in de chauffeurswoning.
Oorspronkelijk werd het huis Hampstead Heath genoemd, naar het park in Londen, de stad waar Blijdenstein als bankier gewerkt had.
De tuin heeft drie terrassen die tegen de glooiing van het landschap zijn aangelegd. Aan de zuidzijde van het landhuis ligt een lanenstelsel van linden- en beukenbomen. De zichtassen komen samen op een centraal punt waar zich een bassin bevindt. Op het einde van de zichtas staat de zogenaamde Bentheimer put. Een gat aan de zuidoostzijde geeft de plek aan waar zich vroeger een ijskelder bevond.
Latere eigenaars waren de broers Jim van Notten en Bem van Notten, kleinkinderen van het echtpaar Blijdenstein-Van Heek. Jim van Notten overleed in 2026 op het Huis te Maarn.
