Klein moskussentje

Klein moskussentje
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Ascomycota (Zakjeszwammen)
Klasse:Pezizomycetes
Orde:Pezizales
Familie:Pulvinulaceae
Geslacht:Pulvinula
Soort
Pulvinula haemastigma
(Hedw.) Boud. (1907)
Synoniemen

Humaria haemastigma

Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels

Het klein moskussentje (Pulvinula haemastigma) is een schimmel die in Nederlandse bronnen tot het geslacht Pulvinula wordt gerekend. Het vormt zeer kleine vruchtlichamen en wordt op de bodem tussen mossen aangetroffen. In Nederland wordt de naam Pulvinula haemastigma gebruikt voor het klein moskussentje. De taxonomische afbakening van de soort is echter onzeker; de naam is in de taxonomische literatuur onder meer in verband gebracht met Pulvinula convexella.

Kenmerken

Uiterlijke kenmerken

De vruchtlichamen (apotheciën) zijn zeer klein. In Nederlandse literatuur worden voor het klein moskussentje vruchtlichamen van ongeveer 1–3 mm breed genoemd. Ter vergelijking: de vruchtlichamen van het groot moskussentje (Pulvinula convexella) worden daar als ongeveer 3–12 mm breed beschreven.

Een historische Franse beschrijving vermeldt ongerande, fraai rode, enigszins oranje gekleurde vruchtlichamen die afzonderlijk op de grond tussen mossen groeiden.

Microscopische kenmerken

Volgens de historische beschrijving van Riel zijn de ascosporen bolvormig en glad. Bolvormige ascosporen behoren ook tot de kenmerken die voor het geslacht Pulvinula worden genoemd. De parafysen van soorten uit dit geslacht zijn doorgaans draadvormig en kunnen aan de top gebogen en vertakt zijn; bij de meeste soorten zijn de asci aan de basis gevorkt.

Oudere microscopische beschrijvingen van P. haemastigma moeten vanwege de onzekere taxonomische afbakening voorzichtig worden geïnterpreteerd. Pfister wees er bij zijn revisie van het geslacht in 1976 op dat geen exemplaren van P. haemastigma beschikbaar waren waarmee de identiteit van de soort betrouwbaar kon worden vastgesteld. De microscopische structuur was onvoldoende gedocumenteerd en ook de afmetingen van asci en ascosporen waren niet vastgelegd.

Ecologie

Nederlandse gevalideerde waarnemingen zijn onder meer afkomstig van humusarme klei of leem, humusrijke of humeuze bodem, levende bladmossen, levermossen, kale grond, humusarm zand en opdrogende modder. De waarnemingen zijn afkomstig uit uiteenlopende biotopen, waaronder venen, moerassen en oevers, droogvallende bodems, rietlanden, broekbossen, loofbossen, gras- en hooilanden, lanen en zandplaten.

Ook in oudere literatuur wordt P. haemastigma vermeld van de grond tussen mossen.

Verspreiding

De naam Pulvinula haemastigma is in Europa onder meer gebruikt voor vondsten in Frankrijk en Nederland. Een historische Franse vondst werd op 12 juli 1896 gedaan bij Sathonay, in de bron vermeld als behorend tot het departement Ain, op de grond tussen mossen. De interpretatie van oudere verspreidingsgegevens wordt bemoeilijkt door de onzekere taxonomische afbakening van P. haemastigma.

In Nederland bevat de NDFF gevalideerde vindplaatsen uit Noord-Brabant, Gelderland, Overijssel, Flevoland, Limburg, Zuid-Holland, Friesland, Noord-Holland en Utrecht. De NDFF Verspreidingsatlas classificeert het klein moskussentje als uiterst zeldzaam. Op de Nederlandse Rode Lijst van 2008 is de soort opgenomen in de categorie 'Ernstig bedreigd'.

Taxonomie

De soort werd in 1789 door Johann Hedwig beschreven als Octospora haemastigma. Jean Louis Émile Boudier plaatste het taxon in 1907 in het geslacht Pulvinula als Pulvinula haemastigma. Andere combinaties zijn onder meer Peziza haemastigma, Pyronema haemastigma, Humaria haemastigma en Lamprospora haemastigma.

De identiteit van Pulvinula haemastigma is al lange tijd omstreden. Donald H. Pfister concludeerde bij zijn revisie van het geslacht Pulvinula in 1976 dat de beschikbare beschrijving onvoldoende was om het taxon betrouwbaar te karakteriseren. Er waren geen exemplaren beschikbaar die een eenduidige beoordeling mogelijk maakten en belangrijke microscopische gegevens, waaronder de afmetingen van asci en ascosporen, ontbraken. Pfister beschouwde de naam daarom als een nomen confusum. Ook latere auteurs hebben deze interpretatie besproken.

Species Fungorum behandelt Pulvinula haemastigma als een synoniem en geeft Humaria haemastigma (Hedw.) Massee als huidige naam. Nederlandse bronnen blijven daarentegen de naam Pulvinula haemastigma gebruiken voor het klein moskussentje. Wanneer P. haemastigma bij Nederlandse inventarisaties niet betrouwbaar van P. convexella kan worden onderscheiden, kan het materiaal worden opgegeven als Pulvinula convexella sensu lato, inclusief P. haemastigma.