| Pulvinula | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Groot moskussentje (Pulvinula convexella) | ||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||
| ||||||||||
| Geslacht | ||||||||||
| Pulvinula Boud. (1885) | ||||||||||
| ||||||||||
Pulvinula is een geslacht van schimmels uit de familie Pulvinulaceae, behorend tot de Pezizales. Het geslacht werd in 1885 beschreven door de Franse mycoloog Jean Louis Émile Boudier. Pulvinula convexella werd later als typesoort aangewezen.
Soorten van Pulvinula vormen kleine, zittende apotheciën, die doorgaans schijf- tot kussenvormig zijn. Bij veel soorten is het hymenium geel, oranje of roodachtig. De parafysen zijn draadvormig, vaak vertakt en aan de top gebogen. De asci zijn operculaat en kunnen aan de basis gevorkt zijn of een crozier bezitten. De ascosporen zijn glad en hyalien en bij veel soorten bolvormig.
Soorten die tegenwoordig tot Pulvinula worden gerekend, zijn in het verleden onder andere in de geslachten Barlaea, Barlaeina, Crouania, Detonia en Lamprospora geplaatst. De familie Pulvinulaceae werd in 2018 door Ekanayaka, Hyde, Q. Zhao en E.B.G. Jones beschreven op basis van morfologische en moleculair-fylogenetische gegevens. Pulvinula is het typegeslacht van deze familie.
Een moleculair onderzoek uit 2025 op basis van ITS- en LSU-sequenties wees erop dat het in de huidige afbakening gebruikte geslacht Pulvinula niet monofyletisch is. In hetzelfde onderzoek werden twee nieuwe soorten beschreven, Pulvinula elsenensis en Pulvinula sublaeterubra.
Species Fungorum onderscheidt 28 geaccepteerde soorten binnen het geslacht Pulvinula (geraadpleegd op 6 oktober 2026):
| Soortnaam | Auteur(s) | Publicatiejaar |
|---|---|---|
| Pulvinula alba | (Velen.) Svrček | 1977 |
| Pulvinula albida | (Rick) Pfister | 1976 |
| Pulvinula anthracobia | T. Schumach. | 1982 |
| Pulvinula archeri | (Berk.) Rifai | 1968 |
| Pulvinula carbonaria | (Fuckel) Boud. | 1904 |
| Pulvinula cinnabarina | (Fuckel) Boud. | 1907 |
| Pulvinula convexella (Groot moskussentje) | (P. Karst.) Pfister | 1976 |
| Pulvinula discoidea | (Henn. & E. Nyman) L.R. Batra | 1963 |
| Pulvinula elsenensis | T. Bau & Z.Q. Chen | 2025 |
| Pulvinula etiolata | (Cooke) Le Gal | 1953 |
| Pulvinula globifera | (Berk. & M.A. Curtis) Le Gal | 1953 |
| Pulvinula guizhouensis | M.H. Liu | 1991 |
| Pulvinula johannis | Lantieri | 2008 |
| Pulvinula lacteoalba | J. Moravec | 1969 |
| Pulvinula laeterubra | (Rehm) Pfister | 1976 |
| Pulvinula miltina | (Berk.) Rifai | 1968 |
| Pulvinula minor | M.H. Liu | 1991 |
| Pulvinula multiguttula | (L.R. Batra) S.C. Kaushal | 1982 |
| Pulvinula mussooriensis | (K.S. Thind, E.K. Cash & Pr. Singh) L.R. Batra | 1963 |
| Pulvinula neotropica | Pfister | 1976 |
| Pulvinula nepalensis | R. Kaushal | 1982 |
| Pulvinula niveoalba (Bleek moskussentje) | J. Moravec | 1969 |
| Pulvinula orichalcea | (Cooke) Rifai | 1968 |
| Pulvinula pyrophila | (Snyder) Donadini, G. Riousset & Riousset | 1975 |
| Pulvinula salmonicolor (Zalmkleurig moskussentje) | (Seaver) Pfister | 1972 |
| Pulvinula subaurantia | (E. Bommer & M. Rousseau) Boud. | 1907 |
| Pulvinula sublaeterubra | T. Bau & Z.Q. Chen | 2025 |
| Pulvinula tetraspora | (Hansf.) Rifai | 1968 |
De naam Pulvinula haemastigma (Klein moskussentje) wordt in Nederland nog gebruikt door de NDFF Verspreidingsatlas en de Nederlandse Mycologische Vereniging. Daarbij wordt de soort zowel afzonderlijk vermeld als binnen Pulvinula convexella sensu lato. Species Fungorum beschouwt Pulvinula haemastigma daarentegen als een synoniem en hanteert Humaria haemastigma (Hedw.) Massee als de huidige naam.