| Hypatiuscodex | ||||
|---|---|---|---|---|
Hypatiuscodex folio 3, begin van de Primaire Kroniek | ||||
| Bewaarlocatie | Bibliotheek van de Russische Academie van Wetenschappen, Sint-Petersburg | |||
| Datum van ontstaan | circa 1425 | |||
| Inhoud |
| |||
| Kenmerken | ||||
| Omvang | 307 folio's | |||
| Taal | Oudoostslavisch | |||
| Schrift | cyrillisch | |||
| ||||
De Hypatiuscodex of Ipatjevcodex, ook wel de Hypatiuskroniek of Ipatjevkroniek genoemd (Russisch: Ипатьевская летопись, Ipatjevskaja letopis; Oekraïens: Іпатіївський літопис, Ipatijivśkyj litopys), is een van de oudste Oudoostslavische handschriften die kronieken bevatten over de geschiedenis van het Kievse Rijk. De codex wordt rond het jaar 1425 gedateerd en is daarmee iets jonger dan de Laurentiuscodex (1377), maar ouder dan de Radziwiłłkroniek (circa 1500). Het bevat kopieën van de Primaire Kroniek (Nestorkroniek), de Kievse Kroniek en de Galicisch-Wolynische Kroniek.
Als men de Primaire Kroniek (Nestorkroniek), de Kievse Kroniek en de Galicisch-Wolynische Kroniek als een doorlopend kroniekverhaal beschouwt, dan zijn de belangrijkste twee handschriften van deze kroniek bewaard gebleven in de Hypatiuscodex en Chlebnikovcodex. Voorts zijn er vier afgeleide handschriften die allen teruggaan op de Chlebnikovcodex:

Aleksej Sjachmatov geloofde dat de Hypatiuscodex en soortgelijke lijsten lijsten zijn van de tweede editie, beïnvloed door de lijsten van de eerste editie. Op basis van een tekstuele analyse van de Hypatiuscodex stelde hij vast dat de samensteller van de Hypatiuscodex verschillende kronieken gebruikte die onafhankelijk van elkaar waren: de Galicisch-Wolynische kroniek uit de 13e eeuw, de Kievse Kroniek uit het begin van de 12e eeuw, de Petsjersk-, Tsjernigov- en Vladimir-kronieken uit de 15e eeuw (de "Vladimir-polychron van Photius", die de vorst Andrej Bogoljoebski verheerlijkt).
Volgens Boris Rybakov werd de ongewoon gedetailleerde beschrijving van de onderlinge strijd in 1146-1154 ontleend aan de 'Kroniek van Pjotr Borislavitsj'. Ze worden gemiddeld twintig keer gedetailleerder gepresenteerd dan de gebeurtenissen van de voorafgaande dertig jaar.
De campagne van Igor Svjatoslavitsj tegen de Polovtsen in 1185 wordt gedetailleerd beschreven; deze beschrijving wordt als een afzonderlijk verhaal beschouwd (het Igorlied).
Moderne onderzoekers achten het waarschijnlijk dat de kroniek aan het einde van de 13e eeuw onder metropoliet Maksim Gretsjin zou kunnen zijn samengesteld, of aan het begin van de 14e eeuw onder metropoliet Pjotr Ratenski.
Volgens filoloog Aleksandr Oezjankov is het eerste, Galicische deel van de Galicisch-Wolynische Kroniek ontstaan als een volledig onafhankelijk literair werk, een biografie van vorst Daniel van Galicië. Volgens Andrej Gorovenko werd deze "Biografie van Daniil Galitski" kort na 1268 in Volodymyr Volynskyi in opdracht van vorst Volodymyr Vasylkovytsj aan de Kievse Kroniek toegevoegd. Het "Wolynische" deel verscheen als een voortzetting met een beschrijving van latere gebeurtenissen, en werd veel later, in 1288-1290, door een andere schrijver in Volodymyr Volynskyi samengesteld.

De tekst van de Primaire Kroniek als onderdeel van de Hypatiuscodex bevat een bepaalde hoeveelheid informatie die ontbreekt in de Laurentiuskroniek. Naast een aantal kleine verschillen van één of twee woorden, zijn deze: