| Hyperolius | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Hyperolius viridiflavus, exemplaar uit Lubumbashi, Congo-Kinshasa | ||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||
| ||||||||||
| Geslacht | ||||||||||
| Hyperolius Rapp, 1842 | ||||||||||
| ||||||||||
Hyperolius is een geslacht van kikkers uit de familie van de rietkikkers (Hyperoliidae).
De diverse soorten in dit geslacht staan bekend als 'typische' of 'echte' rietkikkers, waarvan het het typegeslacht is.
De wetenschappelijke naam werd in 1842 voorgesteld door Wilhelm Ludwig Rapp als nomen novum voor Eucnemis Tschudi, 1838 non Ahrens, 1812 (Eucnemidae, kevers). Hij koos voor die naam "wegen des Mangels der Gaumenzähne" [vanwege het ontbreken van tanden in het gehemelte]. De exacte etymologie is het Oudgriekse ὑπερωα, hyperoa (gehemelte) gecombineerd met λειος, leios (glad) omdat het gehemelte geen tanden draagt en dus glad is. In 1865 stelde Albert Günther nogmaals een nomen novum voor omdat hij van mening was dat Hyperolius al in gebruik was als Uperoleia Gray, 1841, met dezelfde etymologie. Zijn voorstel om het geslacht de naam Rappia te geven heeft echter geen navolging gevonden omdat er meer dan een paar letters verschil tussen de twee namen zijn, waaronder de beginletters.
Rietkikkers blijven vaak klein en bereiken een lichaamslengte van twee tot vier centimeter. Veel soorten zijn groen of bruin maar er is een enorme kleurenvariatie. Soms zijn de verschillende exemplaren van dezelfde soort geheel verschillend zoals voorkomt bij de gemarmerde rietkikker (Hyperolius marmoratus). Er komen zowel bruine exemplaren voor als vrijwel wit gekleurde dieren met zwarte en rode lengtestrepen aan de bovenzijde. Bij veel soorten zien de mannetjes er totaal anders uit dan de vrouwtjes, en veel soorten hebben daarnaast een afwijkende kleur als ze nog niet volwassen zijn.
Sommige soorten die op het eerste gezicht onopvallend van kleur zijn beschikken over felle schrikkleuren aan de binnenzijde van de poten. Deze worden getoond zodra een kikker wegspringt en dienen om roofdieren af te schrikken. Bij enkele soorten is de huid deels doorschijnend zodat de inwendige organen zichtbaar zijn, een voorbeeld is de soort Hyperolius leucotaenius.
De soorten uit het geslacht Hyperolius hebben geen paarkussentjes zoals bij andere kikkers voorkomt. De vingers en tenen zijn wel voorzien van hechtschijfjes, en tussen de tenen zitten zwemvliezen.
Alle soorten komen voor in Afrika ten zuiden van de Sahara. De rietkikkers hebben een groot verspreidingsgebied. Vrijwel alle soorten leven in tropische bossen.
Er worden 145 soorten aan dit geslacht toegeschreven, waaronder enkele die pas in het eerste kwart van de eenentwintigste eeuw zijn ontdekt, zoals Hyperolius ukaguruensis waarvan de naam en beschrijving in 2023 werden geopenbaard.