| Barstend harskorstje | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Barstend harskorstje | ||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Soort | ||||||||||||
| Hyphoderma setigerum (Fr.) Donk (1957) | ||||||||||||
| ||||||||||||
Het barstend harskorstje (Hyphoderma setigerum) is een schimmel uit de familie Hyphodermataceae. Het is een korstvormende, houtbewonende soort die saprotroof leeft op dood hout, vooral van loofbomen. De soort veroorzaakt witrot.
De soort werd in 1828 door Elias Magnus Fries beschreven als Thelephora setigera. Marinus Anton Donk bracht de soort in 1957 onder in het geslacht Hyphoderma, waardoor de huidige naam Hyphoderma setigerum ontstond.
Onder andere Corticium setigerum, Kneiffia setigera, Peniophora setigera, Hyphoderma asperum en Hyphoderma spiculosum zijn als synoniemen van de soort beschouwd.
Moleculair onderzoek heeft aangetoond dat H. setigerum in de ruime, traditioneel gebruikte betekenis een soortencomplex vormt. In een onderzoek van exemplaren uit Europa, Azië en Amerika werden binnen dit complex negen voorlopige taxa onderscheiden. Ook werden eerder afgesplitste soorten zoals Hyphoderma subsetigerum en Hyphoderma nudicephalum bevestigd.
Het vruchtlichaam is resupinaat: het ligt als een korst vlak op het hout en is stevig met het substraat verbonden. Jonge vruchtlichamen beginnen vaak als min of meer ronde, witachtige of crèmekleurige plekken. Deze kunnen samenvloeien tot uitgestrekte korsten van vele centimeters groot.
Het oppervlak is aanvankelijk vrij glad, poreus of fijnviltig en wordt bij verdere ontwikkeling bobbelig, wrattig tot fijn tandvormig. De kleur varieert van wit en crème tot oker- of houtkleurig en kan soms een roze tint hebben.
Bij uitdroging krimpt het vruchtlichaam en ontstaan karakteristieke diepe barsten. Hierdoor wordt het oppervlak verdeeld in hoekige, min of meer blokvormige veldjes. Aan dit verschijnsel dankt de soort zijn Nederlandse naam. Oude vruchtlichamen kunnen betrekkelijk dik en sterk onregelmatig worden.
De basidiosporen zijn glad, kleurloos en cilindrisch tot enigszins gebogen of worstvormig en meten ongeveer 8–11 × 3–5 µm. De basidiën zijn viersporig.
Een belangrijk determinatiekenmerk wordt gevormd door de opvallende cystiden. Deze zijn lang, cilindrisch, dikwandig en door meerdere dwarswanden verdeeld. Bij de tussenschotten komen gespen voor. Vooral bij rijpe exemplaren zijn de cystiden vaak grof bezet met kristallijne afzettingen. Ze kunnen zo ver boven het hymenium uitsteken dat ze bij goed ontwikkelde vruchtlichamen met een loep als haren zichtbaar zijn.
Microscopische controle wordt door de NDFF Verspreidingsatlas noodzakelijk geacht voor een zekere determinatie.
Het barstend harskorstje is een saprotrofe houtafbreker die witrot veroorzaakt. De soort groeit op schors en ontschorst hout van dode takken en stammen. Loofhout vormt het voornaamste substraat, maar de soort kan ook op naaldhout voorkomen.
In Nederland wordt de soort aangetroffen in uiteenlopende bostypen en andere houtige vegetaties. De Verspreidingsatlas noemt loofbos als het voornaamste biotoop en dood hout van loofbomen en struiken als het typische substraat. In Drenthe is de soort onder andere gevonden in droge voedselarme loofbossen, elzenbroekbossen, wilgenstruwelen, gemengde bossen, parken, lanen en naaldbossen. Van de daar onderzochte vondsten groeide het merendeel op dode takken en stammen van loofbomen, waarbij vooral eik, berk en els veel als substraat werden geregistreerd.
Onder geschikte omstandigheden kunnen vruchtlichamen gedurende vrijwel het gehele jaar worden gevonden.
Hyphoderma setigerum is in een groot aantal delen van de wereld gemeld, waaronder Europa, Azië, Noord- en Zuid-Amerika, Afrika en Australazië. Bij oudere en niet moleculair gecontroleerde meldingen moet rekening worden gehouden met het feit dat de soort in ruime zin een soortencomplex vormt.
In Nederland is het barstend harskorstje algemeen. De zeldzaamheidsklasse van de NDFF Verspreidingsatlas, gebaseerd op gevalideerde waarnemingen uit de periode 2004–2023, is „algemeen”. De soort staat niet als bedreigd te boek; de categorie op de Rode Lijst 2008 is „thans niet bedreigd”. In oudere Nederlandse literatuur werd de soort reeds als vrij algemeen in het gehele land en waarschijnlijk zeer algemeen beschouwd.
Door de variabele kleur en oppervlaktestructuur kan het barstend harskorstje macroscopisch op verschillende andere korstzwammen lijken. Voor de determinatie zijn vooral de lange, meervoudig gesepteerde en vaak sterk geïncrusteerde cystiden met gespen kenmerkend.
Moleculair onderzoek heeft bovendien aangetoond dat verschillende nauw verwante soorten vroeger onder H. setigerum in ruime zin werden samengevat. Voor betrouwbare scheiding van deze taxa kunnen naast microscopische kenmerken ook moleculaire gegevens nodig zijn.