| Hypocreales | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Tolypocladium capitatum (voorheen Elaphocordyceps capitata) | ||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||
| ||||||||
| Orde | ||||||||
| Hypocreales Lindau (1897) | ||||||||
| ||||||||
Hypocreales is een orde van schimmels uit de klasse Sordariomycetes en de onderklasse Hypocreomycetidae. De orde behoort tot de Ascomycota (zakjeszwammen) en omvat zowel saprotrofe soorten als parasieten van planten, dieren, andere schimmels en korstmossen. Ook komen endofytische soorten voor.
De orde werd in 1897 beschreven door de Duitse botanicus en mycoloog Gustav Lindau. Het typegeslacht is Hypocrea, waarvan de soorten tegenwoordig grotendeels tot Trichoderma worden gerekend.
De Hypocreales behoren tot de soortenrijkste orden van de Sordariomycetes. Een overzicht uit 2026 vermeldt 29 families, ongeveer 390 geslachten en meer dan 4.900 soorten. De indeling verandert doorlopend als gevolg van nieuwe fylogenetische onderzoeken.
De geslachtelijke vruchtlichamen (ascomata) van veel soorten zijn kleine, bolvormige tot peervormige perithecia, doorgaans voorzien van een opening (ostiool) waardoor de sporen worden vrijgelaten. Ze zijn vaak geel, oranje of rood, maar kunnen ook witachtig, bruinachtig of donker gekleurd zijn. De vruchtlichamen zijn meestal zacht, vlezig of wasachtig en kunnen afzonderlijk of in groepen voorkomen.
Bij verschillende soorten zijn de perithecia ingebed in of aanwezig op een stroma, een compacte massa van schimmelweefsel. De stromata kunnen kussenvormig, korstvormig, knotsvormig of vertakt zijn. Andere soorten ontwikkelen geen duidelijk herkenbaar stroma.
Niet alle vertegenwoordigers vormen zichtbare geslachtelijke vruchtlichamen. Bij verschillende geslachten is uitsluitend de ongeslachtelijke voortplantingsvorm bekend, waarbij conidiën worden geproduceerd op gespecialiseerde schimmeldraden.
De geslachtelijke voortplantingsstructuren bestaan uit enkelwandige (unitunicate) asci, die meestal cilindrisch tot knotsvormig zijn. De asci zijn vaak dunwandig en kunnen aan de top een verdikking bezitten. Binnen de asci ontwikkelen zich de ascosporen, waarvan vorm, afmetingen, kleur en septatie tussen de geslachten en families sterk verschillen.
De ongeslachtelijke voortplanting vindt plaats door de vorming van conidiën. Bij veel soorten ontstaan deze op gespecialiseerde conidioforen, vaak vanuit flesvormige conidiogene cellen (fialiden). De conidiën kunnen afzonderlijk, in slijmerige hoofdjes of in ketens worden gevormd. Bij andere soorten komen complexere structuren voor, waaronder sporodochia en synnemata.
Door de grote morfologische variatie berust de moderne indeling van de Hypocreales in belangrijke mate op moleculair onderzoek, waarbij onder andere DNA-sequenties van ITS, LSU, RPB2 en TEF1 worden vergeleken.
De Hypocreales komen wereldwijd voor in uiteenlopende terrestrische habitats. Ze groeien onder meer op dood hout, plantenresten, in de bodem en op levende organismen. De verschillende soorten vervullen uiteenlopende ecologische functies.
Tot de belangrijkste levenswijzen behoren:
Naast parasieten omvat de orde ook endofyten die gedurende een deel van hun levenscyclus in plantenweefsel leven zonder direct zichtbare ziekteverschijnselen te veroorzaken.
De Hypocreales werden oorspronkelijk veel beperkter opgevat. Moleculair-fylogenetisch onderzoek heeft aangetoond dat verschillende groepen die voorheen in afzonderlijke orden of families waren geplaatst, tot de Hypocreales behoren. Ook zijn meerdere nieuwe families beschreven.
In een fylogenetisch overzicht uit 2026 werden 29 families binnen de orde onderscheiden. Andere recente studies hebben aanvullende families voorgesteld, waaronder Paranectriaceae, Trichonectriaceae en Chlorocilliaceae. De precieze afgrenzing van de families is nog onderwerp van onderzoek.
De volgende families zijn in recente taxonomische publicaties tot de Hypocreales gerekend. De lijst combineert verschillende indelingen en vormt daarom geen vaststaande consensusclassificatie.
De families Aurantidochiaceae en Neochrysonectriaceae werden in 2026 door Zhao en medewerkers voorgesteld. De Chlorocilliaceae werden eveneens in 2026 beschreven, voor onder andere het geslacht Chlorocillium.
De eerder soms bij de Hypocreales ingedeelde Cylindriaceae worden in andere classificaties buiten deze orde geplaatst. Ook de Ceratostomataceae behoren volgens moderne indelingen niet tot de Hypocreales.
Tot de bekendste vertegenwoordigers van de Hypocreales behoren:
De Hypocreales zijn van ecologisch en economisch belang. Sommige vertegenwoordigers veroorzaken ziekten bij landbouwgewassen, terwijl andere worden ingezet voor de biologische bestrijding van schadelijke insecten of plantpathogene schimmels.
Daarnaast produceren diverse soorten biologisch actieve secundaire metabolieten. Hierdoor zijn ze belangrijk voor onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen, natuurlijke bestrijdingsmiddelen en andere biotechnologische toepassingen.