| Ichthyosporea | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Sphaeroforma arctica | ||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||
| ||||||||
| Clade | ||||||||
| Ichthyosporea Cavalier-Smith, 1998 | ||||||||
| Synoniemen | ||||||||
| ||||||||
| ||||||||
Ichthyosporea is een groep van voornamelijk eencellige eukaryoten. Het is de vroegste afsplitsing binnen de Holozoa, en daarmee een van de eencellige verwanten van dieren. De groep omvat vooral commensale en parasitaire soorten; de organismen werden al in de 19e eeuw beschreven als parasieten van vissen.
Ichthyosporea werden aanvankelijk op grond van hun levenswijze tot schimmels of protozoën gerekend. Moleculair-fylogenetisch onderzoek vanaf de jaren 1990 maakte duidelijk dat deze organismen een afzonderlijke evolutionaire groep binnen de Opisthokonta vormen. Er zijn meer dan 50 soorten beschreven, waarvan slechts enkele vrijlevend.
Ichthyosporea vertonen een relatief bijzondere groeiwijze. Kenmerkend voor veel soorten is een ontwikkelingsfase waarin de cel herhaaldelijk zijn celkern deelt zonder dat de gehele cel zich deelt. Hierdoor ontstaat een grote, meerkernige cel, een zogenoemd coenocytium. Deze kan vervolgens door cellularisatie worden opgedeeld in talrijke dochtercellen.
Een goed onderzochte soort is Sphaeroforma arctica, die oorspronkelijk werd geïsoleerd uit een kreeftachtige. De aanvankelijk eenkernige cel groeit uit tot een bolvormig coenocyt waarin de kernen zich in een synchroon patroon delen. Onder laboratoriumomstandigheden kunnen zo 64 tot 128 celkernen ontstaan. Uiteindelijk worden membranen rond de afzonderlijke kernen gevormd, zodat de dochtercellen vrijkomen.
Andere Ichthyosporea hebben sterk afwijkende levenswijzen. Zo omvat de groep algemeen voorkomende parasieten van vissen, geleedpotigen en weekdieren, waaronder soorten van Ichthyophonus en Dermocystidium.
De soort Rhinosporidium seeberi veroorzaakt rhinosporidiose bij de mens. Dit is een ziekte die vooral endemisch is in India en omstreken. De infectie treft meestal het neusslijmvlies. Besmetting wordt in verband gebracht met contact met stilstaand oppervlaktewater. Overdracht van mens op mens is niet gebruikelijk.
Binnen de Ichthyosporea worden twee belangrijke subgroepen onderscheiden: de Ichthyophonida en Dermocystida. Soorten van de Ichthyophonida vormen doorgaans ronde of langwerpige coenocyten en kunnen amoeboïde zoösporen vormen. Bij de Dermocystida zijn de coenocyten doorgaans rond en komen zoösporen met één flagel voor.