
Een drogreden, schijnreden of sofisme is een reden of redenering die niet correct is, maar wel aannemelijk lijkt.
De oudste bekende teksten hierover zijn de dialoog Euthydemus van Plato, waarin een reeks onbenoemde drogredenen de revue passeert, en het werk sophistikoi elenchoi van diens leerling Aristoteles. In dit werk werden door hem diverse figuren voor het eerst benoemd en ontleed. Het staat nog steeds model voor publicaties over drogredenen, denkfouten, informele logica en argumentatietheorie.
Net als een goede redenering bestaat een drogreden uit een of meer premissen (aanname, stelling) of axioma's (algemeen aanvaarde uitgangspunten), waaruit na het stellen van een causaal verband (oorzaak en gevolg) een conclusie wordt getrokken, of een aantal argumenten, waarmee een mening wordt onderbouwd. De conclusie van een drogreden kan zowel juist als onjuist zijn, maar een drogreden voldoet niet aan de voorwaarden van correctheid. Dat wil zeggen dat de redenering niet geldig is (dan klopt de vorm van de redenering niet) en/of niet gezond is (dan zijn de stellingen niet geldig). Onderscheidend voor een drogreden is dat er foutief overgegaan wordt van premissen naar een conclusie.
Drogredenen worden vaak opzettelijk gebruikt door demagogen. Volgens de Britse filosoof Jeremy Bentham konden ze enkel dienen om al wat krom is schijnbaar recht te praten: "Abuse can only be defended by fallacies".
Drogredenen worden echter ook nogal eens onopzettelijk gebruikt door mensen die niet weten dat het drogredenen zijn, maar veronderstellen dat het correcte argumenten zijn (het zijn dan eerder denk- of redeneerfouten). Verder worden drogredenen vaak in humor gebruikt. In dat geval ligt het bedrieglijke van de gepresenteerde gedachtegang er meestal dik bovenop. Doorgaans draait het dan om een dubbelzinnigheid of om verwisselen van ruime en enge betekenis van dezelfde term, met absurde gevolgen.
Doordat veel mensen in discussievoeringen er gebruik van maken spelen drogredenen een belangrijke rol in de samenleving. Gezien de beperkte leefomgeving van veel mensen komen bijvoorbeeld anekdotische drogredenen veelvuldig voor. De persoon haalt in zijn betoog dan voorbeelden uit de directe leefomgeving aan om zijn standpunt (op een incorrecte manier) te onderbouwen.
Ook in reclame komen drogredenen veelvuldig voor. In de bewering "de meeste tandartsen bevelen X aan" is bijvoorbeeld sprake van een beroep op autoriteit, met als impliciete conclusie dat X het beste zou zijn. Een ander cliché is: "Dermatologisch getest!" Immers, zolang de testresultaten er niet bij worden vermeld, is dit geen logisch argument om een bepaald product te kopen.
Reeds in de klassieke oudheid onderscheidde men verschillende soorten drogredenen. Deze zijn nog steeds bekend onder hun Latijnse namen die er in de middeleeuwse scholastiek aan werden toegekend, zoals Argumentum ad baculum, Argumentum ad populum en Argumentum ad misericordiam. Ook aan 'moderne' drogredenen wordt wel een Latijnse naam toegekend, bijvoorbeeld de Reductio ad Hitlerum.
Drogredenen zijn soms moeilijk in een categorie onder te brengen. In de filosofie wordt vaak de indeling volgens Aristoteles gebruikt:
John Stuart Mill stelde een vijfdelige classificatie voor:
Dit zijn drogredenen waarbij er een fout in de logica van de redenering zit. Het zijn foutieve deductieve redeneringen.
Voetstoots wordt aangenomen dat een stelling waar is, omdat niet is bewezen dat zij onwaar is. Of omgekeerd: er wordt aangenomen dat een stelling onwaar is, omdat niet is bewezen dat zij waar is.
Onjuiste logica: als iemand een vriendin heeft, dan gaat hij ermee op stap en dan zie ik dat.
Een uitzondering waar deze argumentatie niet als drogreden geldt, is in het strafrecht ("U bent onschuldig totdat het tegendeel bewezen is"). In dat geval is er sprake van een wettelijk vastgelegde bewijslast. Het is daar dus geen wijze van argumenteren, maar een juridische oplossing voor het geval iets niet bewezen kan worden: een aanname, een premisse, die in het maatschappelijk leven een axioma blijkt te worden.
Hierbij wordt ten onrechte het principe van de uitgesloten derde (tertium non datur) toegepast.
Er is ook een generaliserende variant.
Mensen worden in een vals dilemma gedwongen door te doen alsof er maar twee keuzes zijn, terwijl er meer zijn.
Het valse dilemma wordt ook wel zwart-witdenken genoemd.
Hierbij wordt ten onrechte aangenomen dat, wanneer twee verschillende standpunten als feitelijk juist gepropageerd worden, het compromis tussen die twee de waarheid het best beschrijft.
Een conclusie op grond van iets dat niet gezegd wordt, dus een stellingname die wordt afgeleid uit zwijgen.
Een drogreden waarbij de spreker een mening of conclusie formuleert die logisch gezien niet uit de argumenten of premisse volgt.
De onjuiste logica komt voort uit het feit dat de verkeerde getallen vergeleken worden, oftewel, appels met peren vergeleken worden. Het is zaak het percentage alcoholdrinkers dat in een ongeval terechtkomt te vergelijken met het percentage van de niet-alcoholdrinkers dat in een ongeval terechtkomt.
Deze redenering is onjuist, omdat het gebruik van een rolstoel geen oorzaak is van een ongeval, maar het gevolg.
Er wordt een oorzakelijk verband gesuggereerd dat er in werkelijkheid niet hoeft te zijn. Feit B treedt op na feit A en feit B wordt daarom gepresenteerd als gevolg van feit A. Er zijn verschillende situaties waardoor feit B misschien niet had hoeven op te treden maar het argument wordt gepresenteerd alsof het onvermijdelijk was na feit A.
Net als bij de bovenstaande drogreden wordt hier een oorzakelijk verband gesuggereerd dat er in werkelijkheid niet hoeft te zijn. Het verschil is dat feit A en B nu tegelijk optreden. De conclusie kan juist zijn maar is niet bewezen.
Een conclusie trekken die gebaseerd is op het gevolg van die conclusie.
Zoeken van correlaties tussen om het even wat.
Hier worden verbanden gezien tussen twee zaken die niet per se met elkaar te maken hebben. Oorzakelijk verband wordt hier ten onrechte uit correlatie opgemaakt. Als men hierop statistisch onderzoek doet is er (bijna) altijd een onderzoek dat een merkwaardig resultaat geeft. De normale onderzoeken komen nooit naar boven. In de statistiek is het een basisregel dat een sterke correlatie niet automatisch ook een oorzakelijk verband inhoudt. In het eerste voorbeeld wordt bijvoorbeeld voorbijgegaan aan het gegeven dat 'blauw' in Noord-Europa een veelvoorkomende oogkleur is en de kans dat criminelen blauwe ogen hebben gewoon groot is, en in het derde geval wordt voorbij gegaan aan het gegeven dat het in de zomer vaak warm is; hoe warmer het is, des te meer ijs wordt er verkocht, maar tegelijk gaan meer mensen zwemmen en des te meer mensen er verdrinken.
Over het hoofd zien van alternatieve hypothesen.
Een genegeerde alternatieve hypothese is dat ufo-meldingen op misverstanden of grappenmakerijen berusten.
De juistheid van de stelling wordt aangetoond met één of meerdere voorbeelden of een niet-representatieve steekproef.
Dit is vooral populair in de vorm van een anekdote (anekdotisch bewijs), een verhaal dat de spreker zelf heeft meegemaakt of van (goede) vriend of kennis heeft gehoord.
Het wordt al helemaal interessant als er een klein statistisch onderzoek naar wordt gedaan, dat echter nog lang niet representatief is; (selectieve waarneming, zie ook Misbruik van statistische gegevens).
De denkfout is hier dat er een algemene regel wordt afgeleid uit slechts enkele gevallen, in filosofische termen een inductie met een te smalle basis.
Vergelijkbaar met pars pro toto: aan de hand van een detail, een conclusie over het geheel vellen. Ook door één argument te weerleggen menen de these weerlegd te hebben.
Dit zijn drogredenen waarbij in de premissen verkeerde aannames worden gedaan en dus onjuiste premissen worden gebruikt.
Persoonlijke aanval op de tegenstander om zijn geloofwaardigheid in twijfel te trekken en zodoende ook zijn standpunt. De persoon die dit argument uitspreekt gaat ook niet in op de inhoud, maar op de deelnemer van de discussie. Op de man spelen en niet op de bal.
Dit refereert aan een verwijt van schijnheiligheid: je ontzegt de ander recht van spreken vanwege zijn eigen gedrag, of om zijn uitspraken in heden of verleden. Dit is een specifieke vorm van de persoonlijke aanval.
Het wordt ook wel jij-bak genoemd.
Onjuiste premisse: alles wat je zelf doet of gedaan hebt moet je altijd goedkeuren.
Het feit dat iemand niet naar zijn eigen stelling handelt, doet niets af aan de waarde van die stelling zelf.
Bij de drogreden ad verecundiam gebruikt men de (veronderstelde) autoriteit van een externe persoon, instantie of document als argument voor de juistheid van een bewering. Op zichzelf is het autoriteitsargument geen drogreden. Het steunt echter op een onderliggende, verborgen aanname, namelijk dat spreker/schrijver en toehoorders/lezers de betreffende autoriteit ook als zodanig erkennen. Klopt die verborgen aanname niet, dan is logischerwijs ook het autoriteitsargument niet correct en is er sprake van een drogreden, want de autoriteit is misleidend.
Subcategorieën van het beroep op autoriteit zijn het argumentum ad lazarum (iemand die arm is heeft gelijk) en het argumentum ad crumenam (iemand die rijk is heeft gelijk).
Hiervan is sprake wanneer men de juistheid van een stelling tracht te bewijzen door aan te voeren dat er een meerderheid voor te vinden is. In zekere zin is dit (paradoxaal genoeg) een democratisch autoriteitsargument. Zie ook populisme.
Onjuiste premisse: de meerderheid heeft altijd gelijk.
Bij een drogreden van associatie (Engels: association fallacy) probeert men iets of iemand zwart te maken (schuld door associatie) of op te hemelen (eer door associatie) door een eigenschap die datgene of diegene gemeen zou hebben met iets of iemand anders te gebruiken om datgene of diegene als geheel negatief dan wel positief af te schilderen.
Deze drogreden is een specifieke schuld door associatiedrogreden en kan ook een willekeurige correlatie zijn: als iemands argument of mening overeenkomt met iets dat Adolf Hitler en/of de nazi's ook vonden, is het automatisch verwerpelijk en/of fout. Op internet komt dit vaak voor als de Wet van Godwin.
Onjuiste premisse: Alles wat iemand zegt dat in verband kan worden gebracht met een slecht persoon moet vanzelfsprekend verkeerd zijn (bij Jeremy Bentham is dit de hobgoblin fallacy (naar de hobgoblin, een kwaadaardige geest uit de Angelsaksische folklore)).
Deze drogreden is van het type eer door associatie. Iemand wiens opvattingen belachelijk worden gevonden, vergelijkt zichzelf met Galileo Galilei, die vanwege zijn heliocentrisme werd veroordeeld door de Rooms-katholieke Kerk in 1633, totdat de Kerk in 1992 toegaf dat Galileo niets verkeerd had gedaan. De persoon beweert dat het loutere feit dat zijn ideeën nu belachelijk worden gemaakt een bewijs is dat hij ooit nog wel gelijk zal krijgen.
In deze categorie steunen de premissen ofwel op de aanname dat wat vroeger het geval was, iets nu ook geldig maakt, ofwel dat bepaalde zaken juist niet meer bij de huidige tijd passen en daarom ongeldig zijn.
Bij het beroep op traditie wordt het feit dat iets in het verleden zus of zo gedaan is, als argument aangevoerd om het op die wijze te doen. Soms is er de verborgen aanname, dat alles wat in het verleden goed gewerkt heeft en daardoor een positieve reputatie heeft opgebouwd, ook nu nog goed zal werken. Dat hoeft echter niet het geval te zijn. De drogreden gaat eraan voorbij dat er intussen betere methoden kunnen bestaan.
Onjuiste premisse 1: zo'n oud middel moet wel probaat zijn – anders werd het niet al zo lang gebruikt!
Onjuiste premisse 2: In deze oude culturen bezat men minstens evenveel geneeskundige kennis als wij nu. Echter, de destijds geldende medische kennis kan intussen sterk achterhaald zijn. Bovendien ontbreekt vaak documentatie over de werking en het gebruik van het geneesmiddel in de oudheid.
Onjuiste premisse: mensen kunnen en zullen zich niet zo'n lange tijd vergissen.
Onjuiste premisse: Wie langer ergens lid of werkzaam is, weet het beter.
Bij deze drogreden wordt er gesteld dat moderne praktijken per definitie beter zijn dan ouderwetse, die achterlijk zouden zijn. Het moderne wordt opgehemeld als het juiste zonder verdere onderbouwing.
Het tijdstip of jaartal wordt zonder verdere toelichting gebruikt als argument om de bewering te verdedigen. Het naakte verspringen van een jaartal maakt een voorheen onjuiste bewering niet waar, tenzij dat jaartal zelf deel uitmaakt van de bewering, bijvoorbeeld: "De jaren tachtig zijn voorbij."
Onjuiste premisse: een recente bewering bevat meer waarheid.
Deze argumenten proberen de tegenstander op onredelijke wijze te overtuigen.
Drogreden met beroep op angst, ook wel "drogreden met de stok" genoemd.
Onjuiste premisse: 'je pakt Jan terug' is het logische gevolg van 'jij stemt voor mij'.
Let wel: dit is een drogredenering omdat de premisse niet klopt. Maar het kan in werkelijkheid wel juist zijn.
Dit is proberen iemand te overtuigen door een beroep te doen op zijn medelijden.
Het omgekeerde van Ad misericordiam: de spreker toont mededogen met de toehoorder door niet in te gaan op het complexe bewijs met hoge moeilijkheidsgraad of onprettige onthullingen. Dit is tegelijk het ontduiken van de bewijslast, zie verderop.
(Ook bewijs door intimidatie.) Nauw verwant aan beroep op angst, met het verschil dat in dit geval slechts de intellectuele capaciteiten van de tegenstander worden betwijfeld, terwijl bij het beroep op angst de gehele (fysieke) gesteldheid van de tegenstander wordt bedreigd. De stelling wordt verdedigd door de ander bij voorbaat te intimideren:
Het ligt aan de ander dat het niet begrepen wordt.
De opzet is om tegenstanders ervan te weerhouden het standpunt tegen te spreken, doordat de opponent impliciet zou toegeven geen weldenkend mens te zijn.
De spreker probeert de ander over te halen door diegene te vleien met mooie woorden. De ander kan vervolgens de aan haar of hem toegedichte positieve eigenschap bevestigen door zich over te laten halen. Dit is een positieve vorm van een ad hominem en het omgekeerde van het bewijs per intimidatie.
In de praktijk kan dit werken, zolang men accepteert dat het vleiende gedeelte slechts een nevenschikkend argument is, omdat hetgeen de spreker wil bereiken er niet per se uit volgt (non sequitur). Een weigerend antwoord dat de vleierij niet ontkent kan zijn: "Ik ben misschien..., maar dat wil nog niet zeggen dat ik voor jou..."
Bij wensdenken neemt men aan dat iets waar is, omdat men vurig hoopt dat het waar is.
Dit zijn drogredenen waarbij de conclusie bereikt wordt (of de toehoorder overtuigd wordt) door een onjuist gebruik van woorden.
Bij een misleidende of nodeloze herhaling (letterlijk misselijkmakend) wordt een niet-onderbouwd standpunt telkenmale herhaald, zodat (ten onrechte) de indruk kan ontstaan dat er overeenstemming over bestaat. De juistheid wordt aangetoond door verwijzing naar elders.
Ook wel: stokpaardje. Weerhoudt de tegenstander in de discussie ervan om nieuwe argumenten te kunnen aandragen, omdat steeds op hetzelfde gereageerd moet worden.
Bij deze categorie schuilt de drogreden in een ambigu gebruik van een woord(groep), zin(snede) of meerdere zinnen.
Het verwarren van meerdere betekenissen van hetzelfde woord (homonymie).
Bij een no true Scotsman (Nederlands: geen echte Schot) wordt een ad hoc-poging gedaan om een generalisering in stand te houden om te voorkomen dat deze door een tegenvoorbeeld wordt weerlegd.
Het verwarren van twee manieren waarop dezelfde zin te ontleden is.
Onjuist aannemen dat alle onderdelen toepasbaar zijn op het geheel.
Onjuist aannemen dat het geheel toepasbaar is op alle onderdelen.
Een citaat uit verband rukken op een manier waardoor die een andere betekenis krijgt dan in de context.
In de context staat er: De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God.
Proberen de stelling van de ander met welsprekendheid te weerleggen, bijvoorbeeld met een absurdisme.
Uiteraard is het gebruik van retoriek op zichzelf nog geen drogreden.
Ervan uitgaan dat een stelling juist is zolang men er maar een consistent en coherent verhaal bij heeft.
(afleidingsmanoeuvre) (rookgordijn) Het argument van het negeren. Een vorm van drogreden waarmee getracht wordt een discussie te winnen door het echte onderwerp uit de weg te gaan. Negeren van tegenargumenten door op een ander standpunt in te gaan dan de stelling die ter discussie staat. Argumenten die in de verte iets met het onderwerp te maken hebben, maar die er niet direct op slaan. "Onbekendheid met de weerlegging": de spreker weerlegt de argumenten niet. Indien een burger de overheid verzoekt op een bepaalde regel een uitzondering te maken om redenen (a) en (b), is het correcte antwoord dat (a) en (b) niet van toepassing zijn, of dat het maken van de gevraagde uitzondering ongewenste consequenties kan hebben. Het antwoord kan niet bestaan uit het herhalen van de tekst van de regel.
De juistheid wordt met gebaren aangetoond.
De spreker neemt een voorschot op het nog te leveren bewijs.
De juistheid wordt aangetoond door verwijzing naar niet-traceerbare bronnen.
De juistheid wordt aangetoond door de steun die het verkrijgt.
Deze drogredenering lijkt op het beroep op autoriteit.
Dit zijn excuses om zelf geen geldige argumenten te hoeven geven. Drogredenen uit deze categorie kunnen allemaal terzijde worden geschoven met het scholastieke axioma: "Quod gratis asseritur, gratis negatur" (Wat zomaar wordt beweerd, mag zomaar worden genegeerd).
Bij deze drogreden geeft men geen bron of duidelijke uitleg waarom iets zo is, maar stelt men het voor als een simpel feit. Hierdoor wordt het voor de opponent heel erg moeilijk om inhoudelijk te reageren op zijn tegenstander.
De stelling wordt verondersteld een gegeven te zijn, een a priori-waarheid.
Hier wordt gesteld dat iets zo overduidelijk is of dat er geen nader argument hoeft te worden gegeven om aan te nemen dat iets het geval is; deze vorm van ontduiking van de bewijslast leunt aan tegen het bewijs per intimidatie.
Deze drogreden veronderstelt dat er gewoonweg geen manier zou zijn om te bewijzen dat iets het geval is; er rest de tegenstander niets anders dan de stelling voor waar aan te nemen, waarbij deze vorm gaat lijken op een autoriteitsargument.
Hierbij wordt gepoogd een eerder weersproken argument door middel van een ad-hoc-hypothese te redden of geprobeerd de oorspronkelijke stelling ongemerkt iets aan te passen om te voorkomen dat deze (volledig) weerlegd wordt. Dit heet ook wel "de doelpalen verplaatsen" (moving the goalposts) zodat de tegenstander niet kan "scoren". Een bekend voorbeeld is The Parrot Sketch (1969) van Monty Python.
Een ander voorbeeld is hoe apologeten, die in de onfeilbaarheid van de Bijbel geloven, de discrepantie tussen Matteüs 2:1 (volgens welke Jezus in of vóór 4 v.Chr. is geboren) en Lucas 2:2 (volgens welke Jezus in of na 6 n.Chr. is geboren) proberen op te lossen.
Bij voorbaat al tegenargumenten van de tegenstander verlangen in plaats van zelf eerst de stelling te onderbouwen.
De bewijslast ligt bij de aanklager. De verdachte hoeft niet te bewijzen dat hij onschuldig is. Degene die deze drogreden gebruikt hoopt hierbij de tegenstander tot een ex silentio te forceren wanneer die niet aan de omgekeerde bewijslast kan voldoen.
Van een cirkelredenering is sprake wanneer de bewering wordt aangevoerd als argument voor zichzelf.
Berucht is de cirkelredenering van Descartes.
Een drogredenering met het oog op de consequenties. Men beargumenteert dat een stelling waar of juist onwaar is, omdat het tegendeel nadelige consequenties zou hebben.
Argumentatie waarbij niet de zaak zelf als slecht wordt betiteld, maar de overtreffende variant die algemeen bekendstaat als slecht, als logisch gevolg wordt aangedragen. Daarmee wordt de zaak alsnog als slecht betiteld, zonder dat het logisch gevolg wordt bewezen. Dit wordt ook een "stepping stone-theorie" genoemd.
Bij het argument van het hellend vlak gaat het erom dat er ten onrechte wordt gesteld dat uit maatregel Q uiteindelijk een afschrikwekkend gevolg Z volgt. Echter, de kans dat uit maatregel Q via gevolg R, vervolgens S, daarna T, uiteindelijk Z voortkomt, wordt steeds kleiner en is in vele gevallen zelfs nihil te noemen. Bijkomend effect is dat de hellendvlakredenering twee kanten op werkt. Een eenvoudige tegenwerping van het laatste voorbeeld is bijvoorbeeld:
Dit voorbeeld maakt duidelijk dat de hellendvlakredenering niet tot zinnige besluitvorming kan leiden.
Deze drogreden wordt ook regelmatig aangeduid met de termen domino-argument en slippery slope. Overigens is omstreden of het wel werkelijk een afzonderlijk type drogreden betreft: voorstanders van een dergelijke redenering stellen dat het gaat om een waarschuwing voor een, gelet op de verdere gevolgen, ongewenst precedent. Daarmee gaat de hellend vlak-redenering over in de vorige drogreden: beroep op gevolgen.
Een standpunt van de tegenstander (impliciet) verdraaien of er een zelfbedachte karikatuur van optrekken, waardoor het gemakkelijker aan te vallen is, of op voorhand al in de ogen van velen bespottelijk lijkt.
Hier wordt het standpunt "Ik ben tegen standpunt A" impliciet veranderd in "Ik ben tegen B".
Hier wordt het standpunt "Er is een God" veranderd in een bespottelijke karikatuur. De tegenstander worden woorden in de mond gelegd, zodat de spreker een standpunt aanvalt dat de tegenstander nooit heeft verdedigd.
Hier wordt het standpunt “Er moet meer geld komen voor de zorg” veranderd in een aanval op de spreker.
Ook wel leidende, meervoudige of geladen vraag genoemd. Ergens ten onrechte van uitgaan wanneer men een vraag stelt.
Als de ondervraagde 'ja' zegt, erkent hij dat hij zijn vrouw slaat en als hij 'nee' zegt erkent hij dat hij vroeger zijn vrouw heeft geslagen.
Sommige soorten redeneringen worden soms aangezien voor drogredeneringen, terwijl het in feite correcte redeneringen (kunnen) zijn.
Hiermee wordt bewezen dat een stelling niet waar is, door aan te tonen dat men een absurde conclusie kan trekken als het wel waar zou zijn. De stelling wordt zodoende weerlegd met een absurdisme. Dit hoeft niet per se een drogreden te zijn. Door aan te tonen dat een stelling geen noodzakelijke waarheid is, kan men deze op geldige wijze weerleggen.