Melkwitte irpex

Melkwitte irpex
Hymenofoor van de melkwitte irpex
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Basidiomycota
Klasse:Agaricomycetes
Orde:Polyporales
Familie:Irpicaceae
Geslacht:Irpex
Soort
Irpex lacteus
(Fr.) Fr. (1828)
Melkwitte irpex
Afbeeldingen op Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels

De melkwitte irpex (Irpex lacteus) is een schimmel uit de familie Irpicaceae. Het is een houtafbrekende soort die voornamelijk saprotroof leeft op dood hout van loofbomen. De soort veroorzaakt witrot.

Taxonomie

De soort werd in 1818 door Elias Magnus Fries beschreven als Sistotrema lacteum. Fries plaatste de soort in 1828 in het geslacht Irpex als Irpex lacteus. Irpex lacteus is de typesoort van het geslacht Irpex.

Het geslacht wordt op basis van moleculair fylogenetisch onderzoek ingedeeld in de familie Irpicaceae, binnen de orde Polyporales.

Kenmerken

Uiterlijke kenmerken

Het vruchtlichaam is eenjarig en meestal resupinaat, waarbij het als een korst over het hout groeit. De randen kunnen van het substraat afbuigen en kleine hoedjes vormen. In dat geval wordt de groeiwijze aangeduid als effused-reflexed. De hoedjes kunnen elkaar dakpansgewijs overlappen of zijdelings met elkaar vergroeien.

De bovenzijde van afstaande delen is wit tot roomkleurig of bleek geelbruin en dicht viltig tot behaard. Het vruchtvlees is wit tot bleekbruin en vezelig.

Het hymenofoor is wit tot roomkleurig. Bij jonge delen bestaat het uit hoekige poriën, ongeveer twee tot drie per millimeter. De wanden tussen de poriën splijten tijdens de ontwikkeling open, waardoor afgeplatte, onregelmatige tandjes ontstaan. Het hymenofoor krijgt daardoor een karakteristiek irpicoïde tot sterk hydnoïde uiterlijk.

Microscopische kenmerken

Het heeft een dimitisch hyfensysteem, met generatieve hyfen en dikwandige skelethyfen. De generatieve hyfen hebben eenvoudige septen; gespen ontbreken.

De basidiosporen zijn glad, kleurloos, langwerpig tot cilindrisch en recht tot licht gebogen. Ze meten ongeveer 5–7 × 2–3 µm. De cystiden zijn opvallend, dikwandig en aan de top sterk met kristallen geïncrusteerd. Ze kunnen ongeveer 50–110 × 5–10 µm meten.

De combinatie van het sterk tandvormige hymenofoor, de geïncrusteerde cystiden en de generatieve hyfen zonder gespen is kenmerkend voor de soort.

Ecologie

De melkwitte irpex groeit voornamelijk op dode takken, stammen en liggend hout van loofbomen. Hij wordt slechts incidenteel op naaldhout aangetroffen. De schimmel breekt onder andere lignine af en veroorzaakt daardoor witrot van het hout.

Verspreiding

Irpex lacteus heeft een zeer groot verspreidingsgebied en is uit een groot deel van de wereld bekend. Ryvarden beschouwt de soort als kosmopolitisch, met uitzondering van de boreale gebieden.

In Nederland is de melkwitte irpex zeldzaam. De soort wordt vooral gevonden op dood loofhout. Door de onregelmatige tandvormige onderzijde kan hij in het veld onder meer worden verward met de eveneens zeldzame doolhofraspzwam. Die soort bezit echter gespen en heeft microscopisch anders gevormde cystiden.