Jacobus (Jaap) Cornelis Haartsen (Den Haag, 13 februari 1963) is een Nederlands elektrotechnicus, onderzoeker en uitvinder, vooral bekend als de uitvinder van Bluetooth.
Haartsen ontwikkelde Bluetooth vanaf 1994 tijdens zijn werk voor Ericsson in Zweden. Hij speelde later een belangrijke rol bij de standaardisering van de technologie binnen de Bluetooth Special Interest Group. Daarnaast was hij onder meer deeltijdhoogleraar mobiele radiocommunicatiesystemen aan de Universiteit Twente en werkzaam bij verschillende bedrijven op het gebied van draadloze communicatie. In 2015 werd hij voor zijn bijdrage aan Bluetooth opgenomen in de Amerikaanse National Inventors Hall of Fame.
Haartsen groeide op in een protestants gezin met wortels in Zeeuws-Vlaanderen. Hij werd op 13 februari 1963 geboren in Den Haag en had drie oudere zussen. Zijn grootvader was dominee en zijn vader werkte bij Siemens. Toen Haartsen drie jaar oud was, verhuisde het gezin vanuit een flat in Den Haag naar een gezinswoning in Monster. Daar volgde hij de lagere school. Voor de middelbare school reisde hij dagelijks naar Den Haag. Haartsen omschreef zijn jeugd later als gelukkig en zorgeloos.
Als kind raakte Haartsen geïnteresseerd in elektrotechniek, elektronica en computers. Hij las het tijdschrift KIJK en werd naar eigen zeggen mede geïnspireerd door Chriet Titulaer. Hij haalde oude televisietoestellen uit elkaar om te onderzoeken hoe ze werkten en was gefascineerd door radiografisch bestuurbare vliegtuigen en radiotechniek. Haartsen zei later dat hij vooral plezier beleefde aan het oplossen van technische problemen.
Na de middelbare school ging Haartsen elektrotechniek studeren aan de Technische Universiteit Delft. Tijdens de eerste jaren van zijn studie bleef hij bij zijn ouders in Monster wonen en reisde hij op en neer naar Delft. Zijn afstudeerrichting was instrumentatie. In 1986 studeerde hij af. Hij vertelde later dat vooral de theoretische kant van de opleiding hem aansprak en dat hij zijn oude studieboeken ook jaren na zijn afstuderen nog raadpleegde bij technische vraagstukken.
Na zijn afstuderen begon Haartsen aan een promotieonderzoek aan de TU Delft. In die periode verhuisde hij naar Delft en ging hij samenwonen met zijn latere echtgenote. In 1990 promoveerde hij aan de universiteit.
Haartsen omschreef zichzelf later als liberaal in zijn geloofsopvattingen. Volgens hem hoeven religie en wetenschap elkaar niet uit te sluiten; hij onderschrijft daarbij de evolutietheorie.
Kort na zijn promotie werd Haartsen aangenomen bij het Zweedse telecommunicatiebedrijf Ericsson. Nadat zijn eerste dochter was geboren, verhuisde hij met zijn gezin naar de Verenigde Staten. In 1991 trad hij daar in dienst bij een onderzoeksafdeling van Ericsson die zich bezighield met geavanceerde mobiele communicatiesystemen. Tijdens het verblijf in de Verenigde Staten werd zijn tweede dochter geboren.
Na ongeveer twee jaar verhuisde Haartsen in 1993 naar Zweden, waar hij bij de mobiele-telefoondivisie van Ericsson in Lund ging werken. Hij hield zich daar bezig met draadloze communicatiesystemen, onder meer voor gebruik binnenshuis. In deze periode werd ook zijn zoon geboren. In 1994 kreeg Haartsen binnen Ericsson een onderzoeksopdracht die uiteindelijk zou leiden tot de ontwikkeling van Bluetooth.
Na zes jaar in het buitenland keerde Haartsen in de zomer van 1997 met zijn gezin terug naar Nederland. Volgens Haartsen speelde daarbij mee dat zijn oudste dochter de schoolgaande leeftijd had bereikt en hij en zijn vrouw hun kinderen verder binnen het Nederlandse onderwijssysteem wilden laten opgroeien. In 1997 ging hij voor Ericsson werken in Emmen, vanwaar hij samen met zijn Zweedse collega's verder werkte aan Bluetooth.
In 1997 benoemde Ericsson Haartsen tot Inventor of the Year. Volgens Haartsen werd de onderscheiding niet uitsluitend toegekend voor zijn werk aan Bluetooth, maar voor zijn bredere werk als onderzoeker en uitvinder binnen het bedrijf.
In 1994 kreeg Haartsen bij Ericsson de opdracht een draadloze verbinding te ontwikkelen waarmee mobiele telefoons en andere apparaten rechtstreeks met elkaar konden communiceren. De verbinding moest onder meer bruikbaar zijn voor een mobiele telefoon en een draadloze headset en moest zowel spraak als data kunnen overdragen.
Haartsen begon in de zomer van 1994 in Zweden aan het project. Volgens hem werkte hij aanvankelijk alleen aan de ontwikkeling en sloten later meerdere collega's aan. Haartsen richtte zich daarbij vooral op de theoretische kant van het systeem, terwijl collega's zich bezighielden met de implementatie en de bouw van de benodigde hardware. Ericsson wilde een systeem ontwikkelen waarmee apparaten zonder tussenkomst van een centraal basisstation rechtstreeks met elkaar konden communiceren.
De opdracht maakte deel uit van Ericssons zoektocht naar nieuwe functies voor mobiele telefoons. De technologie moest over korte afstand werken, weinig energie verbruiken en wereldwijd inzetbaar zijn. Volgens Ericsson waren Nils Rydbeck en Johan Ullman betrokken bij de vroege ontwikkeling van het idee en kreeg Tord Wingren de opdracht een team samen te stellen. Wingren betrok Haartsen en Sven Mattisson bij de technische ontwikkeling. Ericsson beschrijft Haartsen en Mattisson als de ingenieurs die gezamenlijk een werkende implementatie ontwikkelden van wat later Bluetooth werd.
Na zijn terugkeer naar Nederland in 1997 bleef Haartsen vanuit de Ericsson-vestiging in Emmen samen met zijn Zweedse collega's aan Bluetooth werken. De technologie werd in 1999 onder de naam Bluetooth publiek geïntroduceerd.
Een belangrijk probleem bij de ontwikkeling van Bluetooth was dat twee apparaten rechtstreeks met elkaar moesten kunnen communiceren zonder dat zij verbonden waren met een vast basisstation. Daarbij moesten beide apparaten op batterijen kunnen werken en dus zo weinig mogelijk energie verbruiken.
Voor de radioverbinding werd gebruikgemaakt van frequency hopping, waarbij voortdurend tussen verschillende radiofrequenties wordt gewisseld. Het principe van frequency hopping bestond al vóór Bluetooth en was onder meer bekend uit eerder werk van Hedy Lamarr en George Antheil. Haartsen paste het principe echter toe op een systeem van losse, batterijgevoede apparaten die elkaar zonder centrale infrastructuur moesten kunnen vinden en onderling verbinding moesten maken.
Volgens Haartsen bestond zijn technische bijdrage in de kern uit twee samenhangende oplossingen: apparaten moesten elkaar kunnen vinden terwijl zij voortdurend van frequentie wisselden, en dit proces moest met een laag energieverbruik kunnen plaatsvinden. Het oorspronkelijke Bluetooth-patent had volgens hem daarom niet zozeer betrekking op de overdracht van gegevens zelf, maar op de wijze waarop apparaten elkaar door middel van frequency hopping vinden en een verbinding tot stand brengen.
Daarnaast moest het systeem bestand zijn tegen interferentie van andere apparaten die hetzelfde radiospectrum gebruikten. Bluetooth maakte daarvoor gebruik van de 2,4GHz-band en wisselde volgens een eigen patroon snel tussen frequenties. Haartsen wilde dat meerdere gebruikers tegelijkertijd in dezelfde ruimte konden communiceren zonder dat hun verbindingen elkaar voortdurend verstoorden.
Tijdens de ontwikkeling simuleerde Haartsen op de computer hoe meerdere apparaten in dezelfde omgeving met elkaar zouden communiceren. De eerste geslaagde praktische test vond plaats met twee grote testopstellingen aan weerszijden van een gang. Daarbij lukte het voor het eerst gegevens tussen de twee systemen over te brengen.
De technische oplossing die aan Bluetooth ten grondslag lag, werd vastgelegd in het Amerikaanse patent US 6,590,928, getiteld Frequency hopping piconets in an uncoordinated wireless multi-user system. Haartsen stond als uitvinder op het patent vermeld, terwijl de rechten op het patent bij Ericsson lagen.
Haartsen schreef gedurende zijn loopbaan bij Ericsson een groot aantal patentaanvragen. In 2006 schatte hij dat hij er ongeveer honderd had geschreven; in 2020 sprak hij over iets meer dan tweehonderd patenten verspreid over meer dan twintig jaar. Die hadden niet uitsluitend betrekking op Bluetooth. Ericsson kende werknemers een bonus toe voor vastgelegde patenten. Volgens Haartsen bedroeg die vergoeding duizend gulden per patent, terwijl de intellectuele eigendomsrechten bij het bedrijf bleven.
In 1998 werd de Bluetooth Special Interest Group (Bluetooth SIG) opgericht om de verdere ontwikkeling en standaardisering van de technologie te coördineren. Ericsson werkte daarbij samen met onder meer Nokia, Intel, IBM en Toshiba. Haartsen speelde volgens de National Inventors Hall of Fame een belangrijke rol bij de oprichting van de organisatie.
Van 1998 tot 2000 was Haartsen voorzitter van de werkgroep die verantwoordelijk was voor de specificaties van het Bluetooth-radioprotocol. In die functie droeg hij bij aan de standaardisering van de radio-interface en aan het verkrijgen van internationale regulatoire goedkeuring voor de technologie. Haartsen hield zich binnen het samenwerkingsverband vooral bezig met technisch-inhoudelijke afstemming met experts van andere bedrijven; het commerciële en bestuurlijke lobbywerk werd volgens hem door programmamanagers uitgevoerd.
De naam Bluetooth ontstond tijdens de verdere samenwerking tussen de betrokken bedrijven. Volgens Haartsen werd de naam voorgesteld door een medewerker van Intel en was deze aanvankelijk slechts de projectnaam. Toen de technologie in 1999 publiek werd geïntroduceerd, bleef de naam in gebruik.
Naast zijn werk bij Ericsson was Haartsen verbonden aan de Universiteit Twente. Hij werd daar deeltijdhoogleraar mobiele radiocommunicatiesystemen en hield zich onder meer bezig met fundamenteel onderzoek naar draadloze communicatiesystemen. In zijn onderzoek richtte hij zich onder andere op zelforganiserende communicatiesystemen die zich kunnen aanpassen aan hun omgeving, frequentiegebruik en interferentie. Haartsen zag zijn universitaire werk als een mogelijkheid om onderzoekslijnen verder te verkennen dan binnen het bedrijfsleven, waar onderzoek volgens hem eerder aan de ontwikkeling van concrete producten werd gekoppeld.
Volgens Delta werd Haartsen in 2000 deeltijdhoogleraar aan de Universiteit Twente. In de zomer van 2008 beëindigde hij deze functie. In 2007 stapte hij in Emmen over van Ericsson naar Sony Ericsson. Daar hield hij zich onder meer bezig met verdere ontwikkelingen rond Bluetooth, waaronder hogere datasnelheden en toepassingen van draadloze communicatie in draagbare apparaten en sensoren.
Haartsen werd later technisch directeur (CTO) van Tonalite BV, een onderneming die draadloze consumentenelektronica ontwikkelde en produceerde. In 2012 werd Tonalite overgenomen door de Amerikaanse fabrikant Plantronics. Haartsen bleef na de overname bij het bedrijf werkzaam als specialist in draadloze systemen en technologie.
Na de samenvoeging van Plantronics en Polycom was Haartsen in 2020 werkzaam als chief scientist wireless technologies bij Poly.
Haartsen was daarnaast betrokken bij de oprichting van meerdere ondernemingen op het gebied van draadloze technologie. Een daarvan is Dopple, dat technologie voor draadloze producten en gehoorbescherming ontwikkelt.
Tijdens de coronapandemie mengde Haartsen zich in het debat over digitale contactopsporing. In april 2020 stelde hij dat de toenmalige Bluetooth-technologie onvoldoende nauwkeurig was om op basis van radiosignalen betrouwbaar de fysieke afstand tussen personen vast te stellen. Volgens Haartsen is radiobereik niet hetzelfde als afstand, omdat onder meer zendvermogen, ontvangstgevoeligheid, muren, obstakels en het menselijk lichaam invloed hebben op de sterkte van het signaal.
Hij waarschuwde daardoor voor zowel fout-positieve als fout-negatieve uitkomsten. Personen konden volgens hem binnen elkaars radiobereik zijn zonder daadwerkelijk dicht bij elkaar te staan, terwijl een sterk verzwakt radiosignaal juist de indruk kon wekken dat twee personen verder van elkaar verwijderd waren dan in werkelijkheid het geval was. Haartsen benadrukte dat de bruikbaarheid van Bluetooth voor contactonderzoek daarom mede een statistisch vraagstuk was.
Haartsen was daarnaast kritisch op de wijze waarop de Nederlandse overheid de ontwikkeling van een corona-app aanvankelijk organiseerde. Hij omschreef de aanpak als bedroevend en als een mediacircus en vond dat de verwachting dat een dergelijke toepassing binnen enkele weken kon worden ontwikkeld onvoldoende recht deed aan de complexiteit van het vakgebied. De gezamenlijke aanpak van Google en Apple beoordeelde hij positiever, omdat deze bedrijven rechtstreeks aanpassingen konden doen in de besturingssystemen van mobiele telefoons.
Over de privacybezwaren tegen een corona-app stelde Haartsen dat hij zich verbaasde over de weerstand, mede omdat veel mensen volgens hem tegelijkertijd omvangrijke hoeveelheden persoonsgegevens delen via diensten als Facebook, WhatsApp en Twitter. Hij zag technologie in bredere zin als een middel dat het dagelijks leven kan verbeteren.
Haartsen heeft zich in interviews regelmatig uitgesproken over de manier waarop onderzoek en innovatie volgens hem tot stand komen. Hij beschouwt zichzelf in de eerste plaats als onderzoeker en niet als ondernemer of uitvinder. Volgens hem bestaat technisch onderzoek voor een groot deel uit het systematisch onderzoeken van verschillende mogelijke oplossingen, waarvan uiteindelijk slechts een klein deel in een commercieel product terechtkomt.
Haartsen stelde dat grote technische vernieuwingen doorgaans eerder het resultaat zijn van een geleidelijke ontwikkeling dan van één plotselinge ingeving. Volgens hem ontstaat innovatie door bestaande kennis en ervaring te combineren en tegelijkertijd buiten bestaande oplossingen te denken.
Ook uitte hij kritiek op het Nederlandse innovatieklimaat. In een interview stelde Haartsen dat er in Nederland weinig cultuur van risico nemen bestaat en dat Bluetooth volgens hem mogelijk niet tot stand was gekomen als hij destijds in Nederland aan hetzelfde project had gewerkt. In 2020 zei hij daarnaast dat Nederland volgens hem meer waardering zou mogen hebben voor ervaren wetenschappers en technici. Hij stelde dat oudere technische specialisten in Nederland relatief snel als te duur worden beschouwd, terwijl hun ervaring volgens hem juist gebruikt zou kunnen worden voor de opleiding van jongere onderzoekers.
Haartsen onderscheidt binnen draadloze communicatie drie elkaar aanvullende niveaus: mobiele netwerken zoals 4G en 5G, lokale netwerken via wifi en persoonlijke netwerken waarin Bluetooth een belangrijke rol speelt. Volgens hem zullen deze systemen zich naast elkaar blijven ontwikkelen en is het niet waarschijnlijk dat wifi en Bluetooth elkaars toepassingen volledig overnemen.
Voor Bluetooth verwachtte hij verdere ontwikkeling in onder meer energiezuinigheid en toepassingen in kleinere apparaten en sensoren. In 2008 werkte hij al aan hogere datasnelheden en aan het onderbrengen van nieuwe draadloze toepassingen binnen het Bluetooth-ecosysteem. In 2020 wees hij erop dat binnen de Bluetooth Special Interest Group werd gewerkt aan nauwkeurigere afstandsbepaling tussen apparaten.
Haartsen woonde in 2008 in Hardenberg. In een interview in 2020 vertelde hij dat hij en zijn echtgenote op dat moment 39 jaar samen waren. Ze hebben drie kinderen: twee dochters en een zoon. Zijn eerste dochter werd geboren kort voordat hij met zijn gezin naar de Verenigde Staten verhuisde. De tweede dochter werd tijdens hun verblijf daar geboren; zijn zoon werd geboren nadat het gezin naar Zweden was verhuisd.
Ondanks zijn bekendheid als uitvinder van Bluetooth zoekt Haartsen naar eigen zeggen weinig publieke aandacht. Hij zei televisieoptredens regelmatig af te slaan en geen BN'er te willen zijn, omdat hij naar eigen zeggen zonder herkend te worden over straat wil kunnen lopen.
Haartsen vertelde daarnaast dat hij in zijn privéleven bewust weinig technologie gebruikt, tegenover een professioneel leven dat juist sterk door technologie wordt bepaald.