| Jacob Duck | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsgegevens | ||||
| Geboren | Utrecht | |||
| Overleden | Utrecht, 28 januari 1667 | |||
| Geboorteland | Nederland | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Leermeester | Joost Cornelisz. Droochsloot | |||
| Beroep | kunstschilder | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Jaren actief | 1628 – 1655 | |||
| Bekende werken | Krijgslieden in een paardestal, De wijnproevers | |||
| Werklocatie | Utrecht, Haarlem, Den Haag, Utrecht | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Lid van | Sint-Lucasgilde van Haarlem | |||
| Kunstenaarsmaplocatie | Frick-kunstreferentiebibliotheek | |||
| Links | ||||
| RKD-profiel | ||||
| Dbnl-profiel | ||||
| ||||

Jacob Duck (Utrecht, ca. 1600 – aldaar, begraven op 28 januari 1667), was een Nederlandse schilder, etser, graveur en tekenaar.
Duck, ook bekend onder de naamsvarianten Duick, Duyck en Ducq, kreeg vanaf 1611 een opleiding tot edelsmid in Utrecht en werd in 1619 meester-edelsmid. In 1621 nam hij tekenles bij Joost Cornelisz. Droochsloot. Hij werd vervolgens schilder en werd tussen 1630 en 1632 meester in het Sint-Lucasgilde te Utrecht.
Op 29 april 1632 trouwde hij te Utrecht met Ryckgen Croock. Mogelijk was hij verwant aan Cornelis Duc, die eveneens leerling was van Droochsloot.
Duck was werkzaam in Utrecht (1611–1636), Haarlem (1636–1646), Den Haag (1656–1660) en opnieuw Utrecht (1661–1667). Zijn gedateerde werk beslaat de periode 1628–1655.
Duck specialiseerde zich in zorgvuldig geschilderde genrestukken op klein formaat, waaronder gezelschapsstukken en kortegaardjes; daarnaast schilderde hij portretten, christelijk-religieuze voorstellingen en mythologische taferelen. Hij werd beïnvloed door Pieter Codde en was op zijn beurt van invloed op Jean Michelin en Jeanne Rongier. Hij werkte samen met Abraham van Cuylenborch.