| Zilverkruiskruid | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||
| Jacobaea maritima (L.) Pelser & Meijden (2005) | ||||||||||||||||
| Synoniemen | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
Zilverkruiskruid (Jacobaea maritima) is een plantensoort uit de composietenfamilie (Asteraceae). De soort wordt veel als sierplant gebruikt.
Zilverkruiskruid is een vaste, kruidachtige plant die een hoogte kan bereiken van 30–100 cm. Ze is sterk vertakt en vormt een bladrozet. De stengel is witviltig behaard, evenals de onderkant van de bladeren. Het 4–15 cm lange en 2,5–7 cm brede blad is gelobd of geveerd met geveerde tot gelobde of bijna hele lobben. De rozetbladeren zijn gesteeld en de stengelbladeren zijn zittend. Zilverkruiskruid bloeit in juli en augustus met 1,2–1,5 cm grote, gele bloemen. De bloeiwijze is een meertakkig bijscherm. Er zijn tien tot dertien, 10–13 mm lange lintbloemen. De omwindselbladen zijn witviltig behaard. De buitenste omwindselbladen zijn tot 3 mm lang en de binnenste ongeveer 7 mm lang. De vrucht is een geribbeld nootje met wit vruchtpluis. Het aantal chromosomen is 2n = 40.
Zilverkruiskruid komt in Nederland voor op stenige taluds van rivier- en zeedijken.
Het natuurlijke verspreidingsgebied van zilverkruiskruid strekt zich uit over Europese landen België, Frankrijk, Duitsland, Spanje, Zwitserland, Oostenrijk en Joegoslavië. In Nederland is de soort verwilderd. De soort is in Nederland zeldzaam, maar komt wel meer voor in België.
De plant is zeer giftig door de aanwezige pyrrolizidine-alkaloïden.