| Jacqueline Pfeifer | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonlijke informatie | ||||
| Naam | Jacqueline Pfeifer | |||
| Bijnaam | Jacka | |||
| Geboortedatum | 6 februari 1995 | |||
| Geboorteplaats | Weidenau | |||
| Nationaliteit | ||||
| Lengte | 1,80 m | |||
| Gewicht | 75 kg | |||
| Sportieve informatie | ||||
| Discipline | ||||
| Trainer/coach | Kathi Wichterle, Jens Müller | |||
| Club | RSG Hochsauerland | |||
| Olympische Spelen | 2018, 2022, 2026 | |||
| Debuut | 2010 | |||
| Medailles | ||||
| Officiële website | ||||
| ||||
Jacqueline Pfeifer (geboren als Jacqueline Lölling) (Weidenau, 6 februari 1995) is een Duitse skeletonracer.
Lölling begon met skeleton in 2007 en nam in 2010 voor het eerst deel aan internationale competitie. In de Europe Cup opende ze meteen met twee overwinningen waarna nog twee derde plaatsen volgde aan het einde van het seizoen. In de eindstand werd ze derde achter Tina Hermann en Lizzy Yarnold. In het seizoen 2011/12 nam ze deel aan de Intercontinental Cup, ze werd twee keer derde als beste resultaat en werd daarmee vijfde in de eindstand. Op het wereldkampioenschap voor junioren werd ze derde achter de Britse Lizzy Yarnold en de Russische Olga Potylitsina. Aan het einde van het seizoen won ze de gouden medaille bij het skeleton op de Olympische Jeugdwinterspelen 2012 in Innsbruck.
In het seizoen 2012/13 nam ze pas deel aan het einde van het seizoen aan de Europe Cup waar ze derde werd achter Lena Joch en Rose McGrandle en de laatste wedstrijd zelf won. In het seizoen 2013/14 nam ze deel in de ICC waar ze drie keer derde werd en een keer tweede, in de eindstand moest ze enkel haar landgenote Tina Hermann voorlaten. Aan het einde van het seizoen werd ze wereldkampioene bij de juniores. In het seizoen 2014/15 won ze zes van de zeven wedstrijden die ze startte in de Europe Cup en ICC. Ze werd ook wereldkampioene bij de junioren en bij de elite werd ze tweede achter de Britse Lizzy Yarnold.
Meteen bij haar debuut in de wereldbeker wist ze meteen het podium te bereiken met een derde plaats in Altenberg achter Laura Deas en Tina Hermann. Daarna volgde nog drie keer een tweede plaats en een derde plaats. In haar debuutseizoen in de wereldbeker stond ze meteen als tweede in de eindstand van de wereldbeker net achter landgenote Hermann. Op de wereldkampioenschappen skeleton 2016 in Igls eindigde de Duitse als negende in de individuele wedstrijd. Samen met Michael Zachrau, Stephanie Schneider, Anne Lobenstein, Nico Walther en Jannis Bäcker eindigde ze op de vierde plaats in de landenwedstrijd (bobslee/skeleton) maar door diskwalificatie wegens de dopingschorsing van Aleksandr Kasjanov in de Russische ploeg schoven ze een plaats op.
In haar tweede seizoen bleef ze aan de top presteren met drie wereldbekerzeges en twee tweede plaatsen. In de eindstand was ze beter dan har landgenoot Tina Hermann en de Canadese Mirela Rahneva. In Königssee nam Lölling deel aan de wereldkampioenschappen skeleton 2017. Op dit toernooi werd ze wereldkampioene in de individuele wedstrijd en in de landenwedstrijd sleepte ze samen met Axel Jungk, Mariama Jamanka, Franziska Bertels, Johannes Lochner en Christian Rasp ook de wereldtitel in de wacht.
Ook in het seizoen 2017/18 won ze de wereldbeker nadat ze de beste was in vier wereldbekerwedstrijden en ook eenmaal derde werd. Ze was opnieuw beter dan Hermann en ditmaal de Canadese Elisabeth Vathje die derde werd. Op de Olympische Winterspelen 2018 won ze de zilveren medaille achter de Britse Lizzy Yarnold. In het seizoen 2018/19 werd ze vijfde in de wereldbeker, ze stond vijfmaal op het podium maar nam niet deel aan de laatste twee. Op het WK van 2019 werd ze tweede achter haar landgenote Tina Hermann. Het daaropvolgende seizoen won ze opnieuw de wereldbeker en aan het einde van het seizoen op het WK van 2020 werd ze individueel vierde en wereldkampioen met Alexander Gassner op het nieuwe onderdeel gemengd team.
In het seizoen 2020/21 werd ze vierde in de eindstand van de wereldbeker, ze won een wedstrijd in de wereldbeker. Op het WK van 2021 behaalde ze twee tweede plaatsen, op het onderdeel gemengd team weer aan de zijde van Gassner. In het seizoen 2021/22 kende ze haar beste wedstrijden in Altenberg waar ze twee keer won en een keer tweede werd achter de Nederlandse Kimberley Bos. In de eindstand werd ze vierde achter Bos, Janine Flock en Jelena Nikitina. Op de Olympische Winterspelen in Yanqing werd ze achtste.
In het seizoen 2022/23 nam ze voornamelijk deel in de Intercontinental Cup waar ze eerste werd na drie overwinningen, twee keer tweede en een keer derde. Op het wereldkampioenschap werd ze zevende individueel. In het seizoen 2023/24 keerde ze terug naar de wereldbeker en werd vijfde in de eindstand. Ook op het wereldkampioenschap werd ze vijfde individueel, in de gemengde team competitie aan de zijde van Axel Jungk won ze een bronzen medaille. In het seizoen 2024/25 eindigde ze opnieuw als vijfde in de eindstand van de wereldbeker, op het wereldkampioenschap valt het tegen en eindigde ze als 17e individueel. In de gemengde competitie aan de zijde van Christopher Grotheer werd ze vierde.
In het seizoen 2025/26 won ze voor het eerst sinds 2021 nog eens een wereldbeker, ze won de eerste en de laatste van het seizoen. In de eindstand werd ze tweede achter de Belgische Kim Meylemans. Op de Olympische Winterspelen in Cortina d'Ampezzo werd Pfeifer derde achter de Oostenrijkse Janine Flock en de Duitse Susanne Kreher.
Vanaf het seizoen 2023/24 kwam ze uit onder Jacqueline Pfeifer na haar huwelijk.
| Jaar | Plaats | Resultaat |
|---|---|---|
| 2018 | ||
| 2022 | 8e Individueel | |
| 2026 |
| Jaar | Plaats | Resultaat |
|---|---|---|
| 2015 | ||
| 2016 | 9e Individueel 4e Landenwedstrijd | |
| 2017 | ||
| 2019 | ||
| 2020 | 4e Individueel | |
| 2021 | ||
| 2023 | 7e Individueel | |
| 2024 | 5e Individueel | |
| 2025 | 17e Individueel 4e Gemengd team |
| Seizoen | Divisie | Niv. | #1 | #2 | #3 | #4 | #5 | #6 | #7 | #8 | Punten | Rang |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2010/11 | Europe Cup | III | 9e | 6e | 6e | 5e | 419 | |||||
| 2011/12 | Intercontinental Cup | II | 4e | 12e | 13e | 5e | 4e | 6e | 700 | 5e | ||
| 2012/13 | Europe Cup | III | - | - | - | - | - | - | 130 | 17e | ||
| 2013/14 | Intercontinental Cup | II | 5e | 9e | 6e | 5e | 764 | |||||
| 2014/15 | Europe Cup | III | - | - | - | - | - | 225 | 9e | |||
| Intercontinental Cup | II | - | - | - | - | 470 | 7e | |||||
| 2015/16 | Wereldbeker | I | 8e | 7e | 4e | 1550 | ||||||
| 2016/17 | 5e | 8e | 9e | 1591 | ||||||||
| 2017/18 | 8e | 4e | 6e | 1628 | ||||||||
| 2018/19 | 5e | - | - | 1244 | 5e | |||||||
| 2019/20 | 4e | 8e | 1632 | |||||||||
| 2020/21 | 8e | 7e | 6e | 4e | - | 1321 | 4e | |||||
| 2021/22 | 8e | 12e | 6e | 7e | 10e | 1436 | 4e | |||||
| 2022/23 | Intercontinental Cup | II | 5e | 876 | ||||||||
| Wereldbeker | I | - | - | - | - | 6e | - | - | - | 176 | 25e | |
| 2023/24 | - | 4e | 8e | 6e | 9e | 9e | 6e | 5e | 1192 | 5e | ||
| 2024/25 | Asian Cup | II | 8e | - | - | - | - | - | - | 162 | 6e | |
| North American Cup | - | - | - | - | - | - | 4e | DNF | 92 | 23e | ||
| Wereldbeker | I | 10e | 4e | 5e | 13e | 11e | 6e | 6e | 8e | 1288 | 5e | |
| 2025/26 | - | 4e | 8e | 7e | 5e | 5e | 1338 |
| Datum | Plaats |
|---|---|
| 7 januari 2017 | |
| 27 januari 2017 | |
| 17 maart 2017 | |
| 24 november 2017 | |
| 8 december 2017 | |
| 5 januari 2018 | |
| 19 januari 2018 | |
| 14 december 2018 | |
| 15 februari 2019 | |
| 7 december 2019 | |
| 17 januari 2020 | |
| 22 januari 2021 | |
| 3 december 2021 | |
| 17 december 2021 | |
| 21 november 2025 | |
| 16 januari 2026 |
(en) Profiel van Jacqueline Pfeifer op de website van de Internationale Bobslee- en Skeletonfederatie (IBSF)