| Jacques Ignace Hittorff | ||||
|---|---|---|---|---|
Jacques Ignace Hittorff, geportretteerd door Félix-Joseph Barrias. | ||||
| Persoonsinformatie | ||||
| Nationaliteit | ||||
| Geboortedatum | 20 augustus 1792 | |||
| Geboorteplaats | Keulen | |||
| Overlijdensdatum | 25 maart 1867 | |||
| Overlijdensplaats | Parijs | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Alma mater | École nationale supérieure des beaux-arts | |||
| Beroep(en) | architect, kunsthistoricus en archeoloog | |||
| Werkveld(en) | architectuur, civiele techniek | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Leermeester(s) | Charles Percier, Pierre Fontaine | |||
| Werklocatie | Parijs | |||
| Werken | ||||
| Belangrijke projecten | Église Saint-Vincent-de-PaulPlace de la Concorde | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Lid van | Duits Archeologisch Instituut, Oostenrijkse Academie der Wetenschappen, Académie des Beaux-Arts | |||
| Archieflocatie | Nationaal Archief van Frankrijk, Wallraf-Richartz-Museum | |||
| Kunstenaarsmaplocatie | Frick-kunstreferentiebibliotheek | |||
| Links | ||||
| RKD-profiel | ||||
| ||||
Jacques-Ignace Hittorff (geboren als Jakob Ignaz Hittorff; Keulen, 20 augustus 1792 – Parijs, 25 maart 1867) was een Franse architect van Duitse afkomst.
Hittorff werd geboren als de zoon van een tinsmid. Nadat hij enkele jaren in de leer was geweest als metselaar in zijn geboortestad Keulen vertrok hij in 1810 naar Parijs waar hij ging studeren aan de École nationale supérieure des beaux-arts. Hier groeide hij uit tot een van de favoriete leerlingen van de architect François-Joseph Bélanger. In 1814 stelde deze hem aan als zijn belangrijkste inspecteur en 1819 kreeg Hittorff een aanstelling als architect.
Tussen 1822 en 1824 reisde Hittorff op eigen kosten door Italië en met name Sicilië en raakte hij geïnteresseerd in het gebruik van kleuren in de kunst uit de oudheid. Naar aanleiding van zijn reizen publiceerde Hittorff twee boeken en verschillende artikelen over de techniek van polychromie in kunst en architectuur. Hij was een van de allereerste moderne onderzoekers die erkende dat Oud-Griekse architectuur en beeldhouwkunst rijk beschilderd was.
Hittorff zou als architect in dienst van de overheid in totaal dienst doen onder vijf verschillende regimes, maar was gedurende zijn erg invloedrijk in het vormgeven van het stedelijke landschap in Parijs in de negentiende eeuw. Hij was verantwoordelijk voor de creatie van de Avenue des Champs-Élysées, het Place de la Concorde, het Place de l'Etoile en ontwierp het stadspark van het Bois de Boulogne. Een van de belangrijkste gebouwen die hij ontwierp was de Église Saint-Vincent-de-Paul. Hij kreeg de opdracht voor de bouw van deze kerk van zijn schoonvader Jean-Baptiste Lepère, die tevens architect was en aanvankelijk de commissie verkregen had.
In zijn werk kwam Hittorff enkele malen in conflict met baron Georges-Eugène Haussmann. Zo weigerde Hittorff om de Obelisk van Luxor van het Place de la Concorde te verwijderen, omdat het centraal stond in zijn ontwerpplannen. Ook over de aanleg van de Champs-Élysées botsten de twee. Zo sloopte Haussmann het panorama dat Hittorff in 1839 had gebouwd en bouwde in 1856 een compleet nieuwe. Zijn laatste grote project was de bouw van het Gare du Nord, vanwege zijn hoge leeftijd werd hij hierbij onder andere geassisteerd door zijn zoon Charles-Joseph.