Jacques Benveniste (12 maart 1935 - Parijs, 3 oktober 2004) was een prominent Frans immunoloog. Hij werd in 1988 wereldwijd bekend toen hij beweerde het wetenschappelijk bewijs te hebben gevonden voor de werking van homeopathie. De vermeende vondst van Benveniste werd door veel andere onderzoekers verworpen. Toch bleef hij ervan overtuigd dat hij iets belangrijks had ontdekt.
Benveniste behaalde zijn baccalauréat in 1952 en studeerde van 1953 tot 1959 geneeskunde in Parijs. Vanaf 1960 werkte hij bij het kankeronderzoeksinstituut van het Centre national de la recherche scientifique (CNRS). Daarnaast was hij van 1963 tot 1965 klinisch assistent aan de medische faculteit. In die periode werkte hij ook bij de Scripps Clinic in Californië. In 1971 ontdekte hij de plaatjesactiverende factor (PAF), waarvoor hij de zilveren medaille van het CNRS ontving. In 1974 trad hij in dienst bij het Institut national de la santé et de la recherche médicale (INSERM), waar hij verschillende onderzoeksafdelingen leidde. Hij was ook van 1981 tot 1982 adviseur van Jean-Pierre Chevènement, destijds minister van Onderzoek en Technologie. Hij overleed op 69-jarige leeftijd na een hartoperatie.
In 1988 publiceerde het wetenschappelijk tijdschrift Nature een onderzoek van onder andere Benveniste waarin werd vastgesteld dat hoge verdunningen van stoffen in water een 'geheugeneffect' in dat water vertoonden. Het blad maakte daarbij de kanttekening dat op basis van uitgebreide discussie onder peer reviewers, de uitkomsten mogelijk onwaarschijnlijk waren en kondigde aan dat het onderzoek in het bijzijn van een team van Nature herhaald zou worden. Het artikel veroorzaakte een onmiddellijke ophef in de media. Benveniste stelde zelf dat hij door middel van een homeopathische oplossing van antistoffen witte bloedcellen kon activeren via een mechanisme dat hij het "geheugen van water" noemde.
Zijn bewering doorstond echter geen herhalingsonderzoeken. Onafhankelijke wetenschappelijke teams wereldwijd konden Benvenistes resultaten niet reproduceren. Maar ook Benvenistes onderzoeksteam zelf kon het resultaat niet herhalen onder toezicht van de onafhankelijke waarnemers John Maddox, redacteur van Nature, en James Randi, onthuller van pseudowetenschap. Opvallend aan het onderzoek van Benveniste was dat de positieve resultaten zelfs niet door Benveniste zelf behaald werden, maar slechts door twee van zijn assistenten. In eerste instantie was dit Elisabeth Davenas, later een assistent genaamd Jamal Aïssa. Daaropvolgende onderzoeken, waaronder die van James Randi, toonden aan dat het onderzoek niet correct was uitgevoerd. Dit schandaal leidde tot zijn ontslag.
Hoewel het oorspronkelijke artikel nooit is herroepen, werd Benvenistes reputatie ernstig beschadigd. Desondanks hield hij vast aan zijn geloof in de kracht van homeopathie en richtte hij in 1997 DigiBio op om onderzoek naar verwante verschijnselen te bevorderen. Benveniste heeft nog geprobeerd een artikel gepubliceerd te krijgen over wat hij het 'Jamal-effect' noemde, waarmee hij de mislukte pogingen van andere wetenschappers om zijn resultaten te repliceren verklaarde.
Benveniste kreeg tweemaal de Ig Nobelprijs uitgereikt. In 1991 kreeg Benveniste de prijs uitgereikt vanwege zijn hardnekkige overtuiging dat water geheugen heeft. In 1998 kreeg hij opnieuw de prijs voor zijn bewering dat de geheugenwerking van water ook via telefoonlijnen of internet digitaal kon worden verstuurd.