Jacques Hagenaars

Jacques Hagenaars
Jacques Hagenaars, circa 2023
Jacques Hagenaars, circa 2023
Persoonlijke gegevens
Volledige naam Jacobus Adrianus Petrus Hagenaars
Geboortedatum 19 februari 1945
Overlijdensdatum 16 oktober 2024
Overlijdensplaats Oisterwijk
Nationaliteit Nederlandse
Academische achtergrond
Alma mater Tilburg University (Doctor of Philosophy – 1985)Bewerken op Wikidata
Promotor Philip Stouthard, Emanuel Bijnen
Wetenschappelijk werk
Vakgebied Sociologie, methodologie, statistiek
Portaal  Portaalicoon   Wetenschap

Jacobus Adrianus Petrus (Jacques) Hagenaars (19 februari 1945 – Oisterwijk, 16 oktober 2024) was een Nederlands socioloog en methodoloog. Van 1987 tot zijn emeritaat in 2009 was hij hoogleraar methoden en technieken van sociaalwetenschappelijk onderzoek aan de Universiteit van Tilburg. Hij behoorde tot de eerste Europese onderzoekers die loglineaire modellen en latenteklasseanalyse systematisch toepasten op sociaalwetenschappelijk survey- en panelonderzoek. Buiten de vakwereld werd hij vooral bekend als lid van de commissie-Levelt, die in 2011–2012 de wetenschapsfraude van Diederik Stapel onderzocht.

Levensloop

Opleiding en wetenschappelijke loopbaan

Hagenaars deed in 1963 eindexamen gymnasium en behaalde in 1969 cum laude zijn doctoraal sociologie aan de Katholieke Hogeschool Tilburg, de voorloper van de latere Universiteit van Tilburg. Aansluitend werd hij wetenschappelijk medewerker bij de vakgroep Methoden en Technieken van Onderzoek van de Faculteit der Sociale Wetenschappen; in 1975 volgde bevordering tot wetenschappelijk hoofdmedewerker.

In 1985 promoveerde hij cum laude bij Philip Stouthard en Emanuel Bijnen op het proefschrift Loglineaire analyse van herhaalde surveys: panel-, trend- en cohortonderzoek. Twee jaar later, in 1987, werd hij benoemd tot hoogleraar in de methoden en technieken van sociaalwetenschappelijk onderzoek aan dezelfde faculteit.

Onder zijn leiding internationaliseerde het Tilburgse methodenonderzoek. Hij publiceerde vanaf het midden van de jaren tachtig in Amerikaanse vaktijdschriften, en in 1990 verscheen een Engelstalige bewerking van zijn proefschrift bij Sage Publications. Samen met Jo Segers schreef hij in 1980 een veelgebruikt Nederlandstalig leerboek over sociaalwetenschappelijke methodologie.

Na zijn emeritaat in 2009 bleef Hagenaars aan de universiteit verbonden en vervulde hij interim-functies bij de faculteiten Rechtsgeleerdheid en Geesteswetenschappen. Daarnaast was hij verbonden aan de master-na-masteropleiding in social policy van de KU Leuven, georganiseerd met het Luxemburgse onderzoeksinstituut CEPS.

Bestuurlijke en maatschappelijke functies

Hagenaars was voorzitter van de afdeling Methoden en Technieken van Onderzoek, vicevoorzitter van de universiteitsraad van de Universiteit van Tilburg, en decaan en tweemaal vicedecaan van de Faculteit Sociale Wetenschappen. Verder was hij voorzitter van het bestuur van de Interuniversitaire Onderzoekschool voor Psychometrie en Sociometrie (IOPS) en lid van het stuurcomité van de European Values Study. Hij was lid van de visitatiecommissie van het Sociaal en Cultureel Planbureau en voorzitter van verschillende commissies van de NWO.

Commissie-Levelt

In september 2011 werd Hagenaars als methodoloog benoemd tot lid van de commissie-Levelt, die op instigatie van de Tilburgse rector magnificus Philip Eijlander onderzoek deed naar de datafraude van de sociaal psycholoog Diederik Stapel. De commissie, onder voorzitterschap van Pim Levelt en met daarnaast de jurist Marc Groenhuijsen, bracht in 2012 samen met de commissies-Noort en -Drenth het gezamenlijke eindrapport Falende wetenschap uit. In interviews naar aanleiding van het rapport bepleitte Hagenaars een tragere, meer op replicatie gerichte onderzoekscultuur.

Onderzoek

Hagenaars' werk richtte zich op de analyse van categorische gegevens: variabelen met een beperkt aantal ongeordende of geordende categorieën, zoals die in surveyonderzoek gebruikelijk zijn en waarvoor standaardtechnieken als regressie- en variantieanalyse niet zonder meer geschikt zijn. Voortbouwend op het werk van Leo Goodman ontwikkelde hij loglineaire modellen en latenteklassemodellen voor dergelijke gegevens, en bracht hij deze technieken onder de aandacht van Europese sociale wetenschappers.

Een tweede lijn in zijn werk betrof longitudinale gegevens, waaronder panel-, trend- en cohortanalyse — het onderwerp van zijn proefschrift en van zijn boek Categorical Longitudinal Data (1990). Later werkte hij aan causale modellen met latente variabelen en, samen met Marcel Croon en Wicher Bergsma, aan marginale modellen voor afhankelijke en geclusterde categorische gegevens.

Hij begeleidde onder anderen Jeroen Vermunt, Ton Heinen, Frank van de Pol, Toon Taris, Wicher Bergsma, Emmanuel Aris en Daniel Oberski als promovendus.

Publicaties (selectie)

Boeken

Artikelen

Bronnen, noten en/of referenties